Waar werelden elkaar ontmoeten

De titel van dit spinsel is tevens de voorlopige slagzin van de nieuwe website van het wereldcafé die nog volop in opbouw is. U moet er dus niet direct naar gaan zoeken. Over zulke zaken beslis ik trouwens zeker niet alleen. Toch heeft ook deze zin al een geschiedenis want oorspronkelijk was er sprake van vier werelden. Het telwoord is dus verdwenen. Dit vraagt om een woordje uitleg

de slagzin vertrekt van de idee dat iedere bezoeker een wereld meebrengt en dat het wereldcafé de plek bij uitstek is om deze werelden met elkaar in contact te brengen. Wat ik hiermee bedoel, kan ik niet gemakkelijker illustreren met enkele voorbeelden uit het leven gegrepen.

Het eerste voorbeeld is een klassiek voorbeeld van een ontmoeting van de derde en de vierde wereld. Deze ontmoeting heeft plaats binnen het project Pirlewiet: het project door de vrijwilligers gekozen dat dit jaar de fooien mag ontvangen in het wereldcafé. Extra inkomsten komen van de verkoop van wijn waarbij € 1 per glas naar het project gaat. Aangezien deze wijn Oxfam-wijn uit de derde wereld is en het project vakanties aanbiedt aan kansarme kinderen, is dit een schoolvoorbeeld van een ontmoeting van de derde en de vierde wereld.

De andere voorbeelden zijn meer persoonlijke voorbeelden.

Louis ontmoet Bart

Louis is een gepensioneerde beenhouwer en een bewoner van een assistentiewoning in het Dijlehof. Bart is gewezen schepen van de stad Leuven en gewezen OCMW-voorzitter (wat nu Zorg Leuven is geworden). Het is aandoenlijk te zien hoe Bart tijd neemt om te luisteren naar Louis.

Jef ontmoet Marc

Jef is vrijwillig chauffeur in Dijlehof en komt normaal elke donderdag een paar Gageleers drinken in het wereldcafé voor hij naar huis fietst. Marc is voorzitter van de coöperatieve vereniging van het wereldcafé en samen werken ze nu aan een gedichtennamiddag voor de mensen van het Dijlehof.

Ik ontmoet Rik

Rik is al jaren vrijwilliger in het wereldcafé. Wanneer zijn vrouw Adri eens moet invallen als vrijwilligster tref ik hem in het café en raken we aan de praat. Het onderwerp is onder meer Bangladesj, een land dat Rik heel goed blijkt te kennen. Het resultaat van dit gesprek is dat Rik waarschijnlijk een presentatie komen geven over Bangladesj in het Dijlehof.

Ik ontmoet Gemma en Johan

Gemma en Johan vormen samen een vrijwilligerskoppelGemma is Catalaanse, mooi, zeer intelligent en zwanger (Johan is de vader). Ze spreekt zeer vlot Nederlands, Frans, Engels, Spaans en Catalaans. Ze is bezig met een vertaling van “de Helaasheid der Dingen” in het Catalaans. Terwijl de eerste ontmoeting nog zuiver muzikaal was, was de tweede, mede dankzij Marc en Mieke, al zeer amicaal.

Ik ontmoet DinDin.

DinDin is de artiestennaam van Vera Denil, huiskunstenares en vrijwilligster in het wereldcafé waar ze advies geeft over de huisstijl en de website. Daarnaast is ze een zeer grote naam in het Leuvense street-art-milieu. Dat Vera en DinDin een en dezelfde persoon zijn heb ik min of meer toevallig ontdekt, mede dankzij Paul, die blijkt familie te zijn. Ik mag dus samenwerken met een van de belangrijkste Street-art-kunstenaars van Leuven (al is ze enkele jaren geleden moeten stoppen met deze activiteit om gezondheidsredenen.) Hier kijk ik enorm naar uit. Vera is niet alleen een fantastische kunstenares maar bovendien ook een zeer toffe madam. Dat heb ik ondervonden op de nieuwjaarsreceptie van het wereldcafé.

Waar werelden elkaar kunnen ontmoeten, kunnen ze af en toe ook eens botsen. Meestal verloopt het zonder schade, integendeel, ze komen er meestal sterker uit. Dit is toch wat ik ervaren heb bij de discussie die ik had met Eline over de lay-out van de nieuwsbrief. Mijn respect voor Eline is er, dankzij haar oprechte excuses, alleen maar groter op geworden. Mensen die oprecht durven toegeven dat ze verkeerd waren, waardeer ik enorm. Helaas zijn dit grote uitzonderingen. Maar ze bestaan, niet toevallig ook in het wereldcafé.

Ook al deze ontmoetingen gebeurden – niet toevallig – in het wereldcafé.

DinDin

Voor mijn vrienden van het Werelcafé (en andere street-art-liefhebbers): werk van DinDin in Leuven.

leerlooierijstraat

Kerkhofdreef
stadspark
Diestsevest
Diestsesteenweg
Tiensepoort (Kaminski)
Brusselsestraat (Camilo Torres)

Nieuwjaarswensen

Beste Spinsel-lezer,

Aan alle reeds geuite nieuwjaarswensen wil ik graag mijn persoonlijke wensen voor 2020 toevoegen. Het zijn persoonlijke wensen in verschillende betekenissen van het woord: persoonlijk omdat ze van mij persoonlijk komen, en persoonlijk omdat ze hopelijk origineel zijn. Ik ga me beperken tot twee grote wensen:

Carpe diem.

Ik hou het bij de Latijnse spreuk omdat de – slechte – Nederlandse vertaling één van de meest misbruikte citaten van de klassieke literatuur is. Horatius bedoelde zeker niet “profiteer maar van het leven” zoals zo vaak gedacht wordt in deze maatschappij waar genot en lust centraal staan. Wat hij wel bedoelde heeft Louis Couperus zeer mooi beschreven in de volgende zin:

“Pluk de dag, dweep en droom niet met de schim van het Verleden en wees niet bang voor het spook van de Toekomst, maar sla de verliefde armen vast om het levende, gloeiende Heden”.

Om dit te illustreren geef ik hier een goede vertaling van de verzen waaruit “carpe diem” genomen is. De vertaling is van Paul Claes.

‘Of Jupiter nog vele winters biedt dan wel de laatste aan
de rand van de Tyrrheense Zee op de verweerde rotsen stuk
laat slaan, geniet en zeef de wijn, besnoei de hoop op lang geluk
binnen een kort bestek. Terwijl wij staan te spreken, vlucht vol spijt
het leven. Pluk de dag, verwacht maar weinig van de morgentijd.’

Bij Horatius, en zijn leermeester, Epicurus, staat geluk centraal en niet genot en/of lust.

Dat sluit dan weer goed aan bij een hot item van vandaag en bij het advies van een belangrijke intellectueel van dit moment: Dirk De Wachter, die waarschuwt voor overdreven geluk zoeken in deze prestatiemaatschappij. Hij stelt volledig terecht dat niemand altijd gelukkig kan zijn en dat we dus moeten leren leven met momenten van ongeluk. Vandaar mijn wens:

geniet van de momenten van geluk en aanvaard de momenten van ongeluk.

Laat je niet kooien.

Dit is mijn tweede wens voor alle vrije vogels. Laat je niet kooien door markt of politiek. Laat je geen etiket opplakken. Geef niet toe aan identiteit of doelgroep. Bepaalde politieke partijen dwepen tegenwoordig met identiteit en dan vraag ik mij af: wat is dat, mijn identiteit. Als ik daardoor iets meer nadenk, denk ik dat mijn identiteit een mozaïek van kleuren is, een bont verenkleed. Ik ben tegelijk, en afhankelijk van de omstandigheden, Vlaming, Belg, Europeaan, wereldburger, Pamelaar, Leuvenaar, caféganger van het wereldcafé,… Wat ik zeker niet wil, is dat anderen voor mij bepalen wat mijn identiteit is. Ik ben een vrije vogel en ik bepaal zelf mijn verenkleed.

Ook de markt moet niet proberen mij in een kooitje op te sluiten. Bij marketingmensen spreekt men dan van doelgroepen. Doelgroep of identiteit: ik bepaal liever zelf tot welke groep ik wil behoren. Soms ben ik een Leuvense wereldburger die op zoek is naar vriendschap en soms ben ik een Vlaamse Europeaan die geniet van een lied van de West-Vlaamse wereldburger Willem Vermandere. Soms ben ik een gehaaste bewoner van een assistentiewoning op zoek naar een snelle hap en soms ben ik een stille genieter van een lekkere Bartholomeus of een ander biertje in het wereldcafé. Kortom, ik ben een vrije vogel met een bont verenkleed.

Met dat bont verenkleed heb ik een nieuw nest gevonden in het wereldcafé. Ik wil deze nieuwjaarswensen dan ook afsluiten met een zeer hartelijke groet aan alle vrije vogels met een bont verenkleed die ik in het wereldcafé ontmoet.

Geniet van de momenten van geluk, aanvaard de momenten van minder geluk, en blijf vooral wie je bent: vrije vogels met een bont verenkleed.

Niet zomaar een kerstfeest

dinsdag 24 december 2019, 18:00 uur op het Helleputteplein: alles is nog rustig maar op nummer 2 druppelen de eerste gasten binnen.

M & M: M is de initiatiefnemer van dit feestje. Hij ziet dit als een test voor de volgende jaren. Hij droomt van een kerstfeest voor Leuvense kansarmen en wil met dit feestje al eens testen wat de mogelijkheden zijn. Hij deed ook zijn culinaire duit in het zakje door te zorgen voor de zalmtartaar en voor het sausje met bosaardbeien bij het dessert.

P & C leerden elkaar twee jaar geleden kennen in de Ardennen, de thuishaven van C. Om dat te vieren zorgden zij voor de Ardense hapjes.

R & A, beiden vrijwilligers in het wereldcafé, A in de keuken en R vooral achter de tap. A heeft haar reputatie van keukenprinses alle eer aangedaan door te zorgen voor een zeer smakelijk hoofdgerecht en een overheerlijk nagerecht (met hulp van het sausje van M).

D heeft blijkbaar connecties in Bretagne waar hij verse oesters gaat halen. De eerste kennismaking met verse oesters was op elk vlak een meevaller.

B, ex schepen van Leuven en voormalig voorzitter van het OCMW (nu Zorg Leuven), houdt zich nu bezig met basisgezondheidszorg in India en armoede in Leuven. Daarnaast doet hij af en toe wat vrijwilligerswerk voor het wereldcafé.

G, tot voor kort zeer enthousiast vrijwilliger achter de tap, was duidelijk zeer blij er nog eens bij te horen. Die zien we vroeg of laat zeker terug in het wereldcafé.

P & A zijn de tot nu toe minst bekende gasten. Ik weet alleen dat hij in het onderwijs staat en zij aan de Universiteit werkt. Hier moet ik zeker nog mee kennis maken.

C is een optieker die ook opvallend veel van culinaire zaken blijkt af te weten. Hij zorgde met zijn zelf gebrouwen calvados voor een heerlijk en geestrijk digestief.

G, de Menselijke Warmtebron van het Dijlehof, en elke maandag op post in het wereldcafé om spaghettisaus te maken, vergat hier even het verlies van zijn beste vriend.

W, kersvers (administratief) vrijwilliger, voelt zich dankzij deze, en veel andere, “vreemde” vogels van allerlei pluimage, al volledig thuis in dit warme nest.

Menu

Ardense hapjes

verse oesters

Zalmtartaar

Coq au vin met stamppot van wintergroenten

bavarois met een sausje van bosaardbeien

Digestief: Calvados van C

Deze mensen en dit menu zorgden voor een kerstfeest om niet gauw te vergeten.

Mijn nieuw nest

Bij het overlijden van onze moeder schreef ik eens: “ik ben opgegroeid in een warm nest met grote vensters open op de wereld.” Nu, zoveel jaar later, denk ik dat ik een nieuw nest heb gevonden: het wereldcafé op het Helleputteplein. De warmte komt niet van de verwarming maar van de bezoekers en vrijwilligers. De vensters staan niet alleen open op de eerste en de tweede wereld maar ook op de derde en vierde wereld.

Het is geen nest voor huismussen, veeleer voor trekvogels die wegtrekken en terugkeren, voor zomer- en/of wintergasten en voor vaste klanten en toevallige passanten.