Maandelijks archief: mei 2015

Reageren op de spinsels

De vlag van deze blog dekt wel degelijk de lading. Je vindt hier Wims Spinsels zoals gedefinieerd in dit bericht. De spinsels komen uitsluitend van mij. Iedereen mag gerust zelf spinsels produceren. Ik zal die graag en met veel interesse lezen maar die horen niet op de blog met als naam “Wims spinsels”. Jullie moeten natuurlijk niet met alles wat ik schrijf akkoord gaan. Reacties zijn zeer welkom en kunnen de aanzet geven tot een levendige discussie.

Je kan tonen dat je een bericht op deze blog gewoon goed vinden zonder er commentaar op te geven door gewoon op de knop “like te klikken. Als je achteraf beslist het toch niet leuk te vinden, klik je nog eens.

Je kan je mening geven over de blog in zijn geheel door in het menu boven de foto (van Jens De Groot) onder “ideeënbus” te kiezen voor “jouw mening”. De reactie die je hier geeft, wordt alleen naar mij, de eigenaar van de blog, gestuurd. Dit is dus geen openbaar vlei- of scheldkanaal. Discretie is anderzijds verzekerd. Als je op “jouw idee” klikt, krijg je een gelijkaardig formulier maar hier is het de bedoeling dat je zelf een idee aanbrengt. Ik beloof jullie allemaal dat ik elk idee zal onderzoeken.

Je kan op een afzonderlijk bericht reageren door gebruik te maken van de link onder “een reactie plaatsen” boven- of onderaan het bericht. Dan kan je je reactie invullen in het kadertje onder de hoofding “geef een reactie”. Als je dat kadertje onderaan het bericht niet ziet staan, klik je op “een reactie plaatsen”, dan komt het kadertje tevoorschijn. Je kan ook op een reactie reageren. Dit doe je door te klikken op “beantwoorden” achter de naam van de auteur van de reactie.
Normaal kan je op alle berichten en op alle reacties reageren en zullen alle reacties ook getoond worden maar de beheerder van de blog, ik dus, kan beslissen om een reactie niet te tonen. Ik kan ook de mogelijkheid om te reageren op bepaalde berichten blokkeren. Ik ben niet van plan van dit recht gebruik te maken. Op een persoonlijke blog bepaal ik wel de grenzen van wat ik toelaat en wat niet. Iedereen heeft het recht zijn mening over alles te geven, maar dat hoeft niet altijd op mijn blog. Indien ik zou merken dat deze blog misbruikt zou worden om immorele of illegale zaken te publiceren, zal ik wel ingrijpen.

Ik reken erop dat dit laatste niet zal gebeuren en dat ik via deze blog kan blijven communiceren over een aantal onderwerpen die mij raken, vreugdes die ik wil uitschreeuwen en verdriet waarvoor ik een spreekwoordelijke schouder zoek.

Zoeken in de spinsels

De wegenkaart van Wims spinsels is zeer eenvoudig: één lange weg die begint met het laatste spinsel en eindigt met het eerste. Door de uiteinden met elkaar te verbinden krijgen we een gesloten kring die we in beide richtingen kunnen doorlopen.

De hulpmiddelen om te zoeken in de spinsels staan in de rechterkolom.

Met de zoekbalk “Zoeken in de spinsels” zoek je naar woorden in de titel en in de tekst van de berichten. Let op, je zoekt niet in de reacties, in de tags en in de categorieën.

Bovenaan in de resultatenlijst staan de berichten waarbij je zoekterm voorkomt in de titel en daaronder de berichten met de zoekterm in de tekst.

Tags zijn trefwoorden die door de auteur van het bericht, in dit geval mij dus, worden toegekend om aan te geven waarover het bericht gaat. De tags worden in de rechterbalk weergegeven in een woordenwolk (tag cloud) waarbij meer gebruikte tags groter worden voorgesteld. Zo zie je onmiddellijk welke onderwerpen het meest aan bod komen.

Categorieën zijn grote thematische groepen waarin ik mijn spinsels indeel. Tussen categorieën kunnen hiërarchische verbanden gelegd zijn waarbij één categorie een onderdeel vormt van een andere. (Tussen tags zijn er geen verbanden.)

Categorieën worden vooraf min of meer bepaald, tags worden ad hoc toegekend.

Een bericht wordt meestal maar tot één categorie gerekend, uitgezonderd randgevallen.

Lessen van een parkinsonpatiënt

Een mens vraagt zich soms wel af: waarom ik. Waarom moet mij dit nu overkomen? Waarom moet ik nu Parkinson krijgen? In feite zijn dit even zinnige – of even zinloze – vragen als: waarom ik niet. Waarom ben ik normaal? Waarom heb ik nog geen ongeluk gehad? Want een mens is zo complex dat het al een wonder is dat er niets verkeerds loopt.

Ik heb ondertussen geleerd niet te zoeken naar het antwoord op de waarom-vraag. Dat is vragen naar de oorsprong van een situatie en voor mij is dat zinloos omdat je dat toch niet meer kan veranderen. Ik wil mijn energie liever steken in de vraag naar de toekomst toe: hoe ga ik dit nu aanpakken? Wat kan ik er mee doen?

Je zou kunnen stellen dat deze blog ontstaan is als antwoord op de bovenstaande vragen. Je zou zelfs kunnen zeggen dat het zaad van deze spinsels gegroeid is op de op het eerste zicht zinloze akker van mijn Parkinsonziekte want ik heb ondervonden dat je vanuit een donkere situatie vaak een andere kijk op de werkelijkheid krijgt. Sommige dingen waaraan je voordien veel belang hechtte worden zeer relatief en dingen waar je aan voorbijliep worden ineens zeer belangrijk.

Ik heb uit deze ervaring lessen getrokken en die lessen wil ik voor jullie graag eens samenvatten. Sommige lessen heb ik zelf ondervonden, andere warden mij doorgegeven door collega’s. Oorspronkelijk had ik er een tiental maar als ik even doordacht, kon ik ze reduceren tot drie. Alle andere kon ik terugbrengen tot een van de drie basisstellingen of een combinatie ervan. In feite biedt elk van de drie lessen voldoende stof om een volledig spinsel rond te breien – en dat komt er waarschijnlijk ook wel eens van – maar ik beperk me vandaag tot een korte omschrijving van de “les” en hoe ze relevant wordt in mijn situatie. Zoals de Wet van Murphy verschillende afgeleiden heeft, zo geef ik ook enkele afgeleiden van mijn “levenslessen”.

Ik zou gemakshalve kunnen spreken van de wetten van Parkinson, maar die bestaan al. De meest gekende is de trivialiteitswet van Parkinson die stelt dat “de hoeveelheid tijd die in vergaderingen wordt besteed aan een onderwerp, omgekeerd evenredig is met de hoeveelheid geld die ermee gemoeid is.” De wet heeft niets met de ziekte te maken zoals de auteur van de wet niets te maken heeft met de arts die de ziekte voor het eerst beschreef.

De eerste “les” ligt verrassend dicht bij mijn activiteiten.

Wees informatievaardig.

Sommigen zullen verrast zijn dit woord in deze context te zien opduiken en zullen me een zekere vorm van vakidiotie toeschrijven maar voor mij werd dit abstract begrip zeer concreet. Wij zullen nog werk hebben.

“Iemand is informatievaardig indien hij in staat is een informatiebehoefte te onderkennen, deze informatiebehoefte om te zetten in een zoekvraag, vervolgens de relevante informatiebronnen kan kiezen en raadplegen, de hiervoor benodigde informatietechnologie beheerst en vervolgens in staat is de gevonden informatie te selecteren, te evalueren, te gebruiken en zo nodig verder te verspreiden. Daarbij komt dat ervan uitgegaan wordt dat iemand in staat is dit op een effectieve wijze te doen.”

Deze definitie komt uit het boek “Informatievaardigheden” van Boekhorst, Koers en Kwast.

Voor mij is een informatievaardige patiënt iemand die weet dat hij informatie nodig heeft, die die informatie gaat zoeken bij betrouwbare mensen en in betrouwbare documenten, die die informatie altijd kritisch blijft benaderen, wat de bron ook is, die vooral erg kritisch omgaat met de informatie op het internet en die uit deze informatie de juiste conclusies trekt. Dat laatste betekent onder andere: speel zelf geen doktertje en laat je niet overdonderen door zogenaamde “gezonde” en “ongezonde” levenswijzen.

Een tweede les is meer filosofisch van aard:

Herinner je gisteren, droom van morgen, leef vandaag.

In Nederland is er zelfs een Facebookpagina die deze slogan als inspiratiebron gebruikt. Voor mij bevat hij een perfecte combinatie van optimisme, positivisme en realisme. Dit is ook de echte boodschap achter “Pluk de dag” zoals je kunt lezen in deze vertaling van Horatius’ gekende (?) gedicht.

Tracht niet te achterhalen (dat brengt ongeluk) welk einde jou
en mij de goden hebben toebedeeld, Leuconoë, vertrouw
geen horoscopen. Beter is het wat gebeurt te ondergaan.
Of Jupiter nog vele winters biedt dan wel de laatste aan
de rand van de Tyrrheense Zee op de verweerde rotsen stuk
laat slaan, geniet en zeef de wijn, besnoei de hoop op lang geluk
binnen een kort bestek. Terwijl wij staan te spreken, vlucht vol spijt
het leven. Pluk de dag, verwacht maar weinig van de morgentijd.

Vertaling: Paul Claes

Dit is voor mij ook de boodschap in de volgende verrassend Epicuristische zin uit het Evangelie:

“Maak je dus niet bezorgd over de dag van morgen, want de dag van morgen zal zich wel bezorgd maken over zichzelf. Iedere dag heeft genoeg aan zijn eigen kwaad.” (Matteus, 9, vers 34)

Ik herken ook dezelfde boodschap in deze songtekst van Phil Ochs

There’s no place in this world where I’ll belong when I’m gone
And I won’t know the right from the wrong when I’m gone
And you won’t find me singin’ on this song when I’m gone
So I guess I’ll have to do it while I’m here

And I won’t feel the flowing of the time when I’m gone
All the pleasures of love will not be mine when I’m gone
My pen won’t pour out a lyric line when I’m gone
So I guess I’ll have to do it while I’m here

And I won’t breathe the bracing air when I’m gone
And I can’t even worry ‘bout my cares when I’m gone
Won’t be asked to do my share when I’m gone
So I guess I’ll have to do it while I’m here

And I won’t be running from the rain when I’m gone
And I can’t even suffer from the pain when I’m gone
Can’t say who’s to praise and who’s to blame when I’m gone
So I guess I’ll have to do it while I’m here

Won’t see the golden of the sun when I’m gone
And the evenings and the mornings will be one when I’m gone
Can’t be singing louder than the guns when I’m gone
So I guess I’ll have to do it while I’m here

All my days won’t be dances of delight when I’m gone
And the sands will be shifting from my sight when I’m gone
Can’t add my name into the fight while I’m gone
So I guess I’ll have to do it while I’m here

And I won’t be laughing at the lies when I’m gone
And I can’t question how or when or why when I’m gone
Can’t live proud enough to die when I’m gone
So I guess I’ll have to do it while I’m here

Vandaag leven en dromen van morgen gaan perfect samen. Vandaag leven betekent voor mij niet wachten met het realiseren van je dromen. Begin vandaag te werken aan de dromen van morgen. Ook naar het verleden kan je kijken met een blik op morgen. Dat doe je door te kijken met een positieve bril, een bril die je laat zien wat je nog kunt en die niet uitvergroot wat je niet meer kunt.

In feite is deze blog een perfecte veruiterlijking van de manier waarop ik deze les probeer toe te passen in mijn situatie. Deze blog is ook de concretisering van de derde les, de les die mij het nauwst aan het hart ligt en ook een les waaraan je liever vandaag dan morgen begint:

Koester je vrienden.

Ik ben een fan van Facebook maar het zijn niet die vrienden die je moet koesteren. Het zijn de mensen met wie je elke dag samenleeft, met wie je samen lacht en samen huilt, de mensen die elke dag naast je staan.

Veel verduidelijking is hierbij niet nodig. Zo is deze wet dan toch een variant op een wet van Parkinson, de hierboven vermelde trivialiteitswet.

Misschien nog één raad: wacht niet tot jij hen nodig hebt of zij jou nodig hebben.

het prille begin

Uit “Laatste editie (?) Nieuws van Kamer 5310” 13 maart 2015

Dit is misschien de laatste berichtgeving van mijn verblijf in het ziekenhuis. Ik verlaat zeer waarschijnlijk mijn huidige verblijfplaats maandagnamiddag.

Nogmaals bedankt voor alle blijken van medeleven en empathie, via welke weg dan ook. Wie niet in het ziekenhuis geraakt is, moet zich helemaal niet schuldig voelen. Ik was ook zeer blij met de hartelijke gesprekken via telefoon/gsm. Mijn contactenlijst is explosief toegenomen.

Er komen nog meer dan voldoende kansen om elkaar te ontmoeten in de toekomst. In crisissituaties als de deze besef je het belang van echt goede relaties en ik heb die vooral gevonden in familiekring en bij de collega’s. Ik ben van plan niet te wachten tot een volgende crisissituatie om deze relaties te koesteren.

 Uit “Nieuws uit Pamel” 20 maart 2015

Een bericht uit het verre Pajottenland (voor Johan: aan de grens met de Dendervallei 😉 ).

Ik ben nu al drie volle dagen weg uit het ziekenhuis en ik ben die drie dagen zonder blokkering doorgekomen. Soms heb ik wel moeilijke momenten maar ik heb ze tot nu toe kunnen overwinnen door niet te gaan liggen.

Aangezien mijn jongste broer, bij wie ik verblijf, deze week een aantal afspraken had in verband met het vrijwilligerswerk dat hij doet, zit ik deze week wel vaker alleen. In geval van nood kan ik wel rekenen op twee zeer zorgzame buren: een nicht waar we altijd kunnen op rekenen en een – op dit ogenblik werkloze – vriend uit onze Chirotijd. In deze situaties leer je de echte betekenis van het spreekwoord “beter een goede buur dan een verre vriend” kennen.

Ik breng de meeste tijd door aan de computer: mailen, informatie zoeken (ja, ook tijdens mijn herstel blijf ik een “informatiespecialist” :-). Ik heb ondertussen al enkele mensen getoond hoe ze bepaalde informatie kunnen terugvinden), filmpjes kijken (nee, geen tutorials, Natasja ;-)) en muziek beluisteren.

Aangezien ik zeer vaak aan de laptop zit, blijf ik vrij goed “digitaal” bereikbaar.  Ik probeer de volgende weken ook een beetje actief te blijven als “informatiespecialist 2Bergen”, kwestie van voeling houden. Er zijn wel enkele projectjes waar ik iets kan mee doen. Voor concrete stappen neem ik wel contact op met de betrokkene(n). Jullie suggesties zijn ook welkom.

Het is misschien opgevallen hoe vaak ik woorden als “misschien” en “waarschijnlijk” gebruik. Dat is natuurlijk niet toevallig. Ik heb de voorbije weken nog meer dan voordien de voorwaardelijkheid van plannen leren inzien maar dat houdt me zeker niet tegen om ook plannen te maken. Voor mij is plannen een voortzetting van dromen en een leven zonder dromen is een leven zonder toekomst. Ik hou er wel rekening mee dat sommige dromen nooit plannen worden en sommige plannen altijd dromen blijven.

een ruw zelfportret

Ik wil hier een ruwe autobiografische schets geven en kort vertellen wat mij gevormd (misvormd?) heeft tot wie ik nu ben.
Ik heb het immense geluk gehad te kunnen opgroeien “in een warm nest met grote vensters open op de wereld”, zoals ik het omschreef bij het overlijden van onze moeder zeven jaar geleden. Dat wij als broers en zussen nog altijd een zeer goede band hebben, kon je al afleiden uit vorige berichten. Naast deze hechte relatie was de openheid naar de wereld een zeer belangrijke tweede kenmerk van onze opvoeding. Vader en moeder waren beide gepokt en gemazeld in het lokale verenigingsleven en dat engagement hebben ze doorgegeven aan hun kinderen.

Zo ben ik, zoals al mijn broers en zussen, terecht gekomen in de lokale Chiroafdeling. Vooral de jaren in de leiding zijn een ongelooflijke leerschool in organisatievaardigheden en verantwoordelijkheid geweest. Ik heb er ook een groot respect gekregen voor alle jongeren die zich in deze individualistische tijden nog willen inzetten in jeugdbeweging, sportclub, muziekvereniging, … om daar kinderen een zinvolle invulling van hun vrije tijd te geven. Nee, de jeugdbewegingen, laat staan één jeugdbeweging, hebben daar niet het monopolie op. Ik vind het dan ook zeer normaal dat dergelijke eigenschappen meetellen bij het selecteren van nieuw personeel. Over het aandeel hiervan kan natuurlijk gediscussieerd worden.

Via de Chiro ben ik ook bij de organisatie van de lokale 11-11-11-actie betrokken geraakt. Samen met de ervaringen van twee broers als ontwikkelingshelper is dit de belangrijkste voedingsbodem voor mijn betrokkenheid op de Derde Wereld.

Na een kort interludium in het onderwijs ben ik een dik jaar na mijn studies in de Leuvense universiteitsbibliotheek beland. Ik ben begonnen in een van de kleinste deelbibliotheekjes van de universiteit. Zowat iedere prof had meer boeken in zijn afdelingsbibliotheek staan dan ik in “mijn” bibliotheek. Met de verhuis van de faculteit naar Gasthuisberg verhuisde ik ook – ik verhuisde zelfs eerder – en kwam ik plots terecht in een echte bibliotheek. Ondertussen zit ik in nog een grotere eenheid, 2Bergen.

Ook al was de bibliotheek van farmacie niet meer dan een veredelde boekenkast, ik legde daar de fundamenten van wat zou uitgroeien tot de kern van mijn persoonlijkheid: mijn passie voor informatie. In farmacie heb ik de basis gelegd van mijn activiteiten rond informatievaardigheden. Daarmee was ik toen een van de pioniers van “informatievaardigheden” aan de KU Leuven. Ik ben toen begonnen met hands-on-sessies in een computerklas, een formule die is overgenomen en uitgewerkt door Wouter Schallier en nu nog steeds de basis vormt voor de huidige onderwijsactiviteiten in de Campusbibliotheek Biomedische Wetenschappen. Ik heb het concept informatievaardigheden verder uitgediept tijdens de opleiding Informatie- en Bibliotheekwetenschappen aan de universiteit van Antwerpen. Daar heb ik het onderwerp tot het mijne gemaakt door er veel over te lezen in functie van enkele papers en een thesis.

Ik ben er ondertussen van overtuigd geraakt dat informatievaardigheden zeer belangrijk zijn in onze informatiemaatschappij. Informatie is macht geworden, daarom kunnen informatievaardigheden emancipatorisch werken. Ook in richtingen als geneeskunde, bio-ingenieurswetenschappen, … blijft het aanleren van een kritische houding tegenover medische informatie nodig. Dat wordt zonneklaar als je een gediplomeerde bio-ingenieur hoort zeggen dat hij gelooft in de bloedzuiverende werking van planten omdat ze dit al lang wisten.

Door mijn opleiding als gids en mijn activiteiten binnen de Gidsenbond ben ik gebeten door een andere microbe: het verleden en heden van Leuven. De Leuvense gidsenbond is ook de hefboom geweest om van Leuven mijn stad te maken. Kort na onze opname in de Gidsenbond werd ik aangesproken om de bibliotheek te organiseren. Na één jaar werd ik lid van het bestuur en dat ben ik gebleven tot ik voor enkele jaren ontslag genomen heb omwille van Parkinson. Vooral als hoofdredacteur van de LGB-krant en als initiatiefnemer en verantwoordelijke voor de inhoud van de website werd ik de voortrekker van het principe van informatie delen. Ik heb daar jarenlang twee slogans herhaald: “Informatie is als liefde: als je ze deelt, vermenigvuldigt ze zich” en “Informatie is de enige grondstof die groeit in het gebruik” (Johan Van Benthem).

Ik denk dat ondertussen duidelijk geworden is dat één drijfveer al mijn bezigheden stuurt: informatie in al zijn facetten: informatievaardigheden, informatie delen, kritisch denken, …

Helaas is er één bedreiging voor deze in jaren gevormde persoonlijkheid opgetreden: Parkinson. Vooral de onvoorspelbaarheid en de bijhorende onzekerheid die kan uitmonden in angst maken van Parkinson een echte bedreiging voor mijn persoonlijkheid. Maar ik hoop dat ik in deze nieuwsbrief nog eens heb aangetoond dat ik zal blijven vechten om zo lang mogelijk zo normaal mogelijk te kunnen blijven, dat ik niet van plan ben mijn persoonlijkheid zomaar prijs te geven. Ik zal ze blijven verdedigen met hoopvol realisme – door de goede momenten maximaal te benutten om te doen wat ik belangrijk vind en door de nadruk te leggen op wat ik kan – en met de steun van mijn familie en empathisanten. Ik wil blijven wie ik ben: iemand met hechte familiebanden en een sterk sociaal engagement, iemand met veel interesse voor de geschiedenis en/van Leuven, en bovenal iemand met één drijfveer: informatie.