een prehistorisch eindwerk

Verkorte versie van “Nieuws uit Pamel” 7 mei 2015

Beste vrienden-collega’s,
Ik probeer het nog eens kort en snel te doen, zodat dit bulletin vandaag nog verstuurd kan worden. In feite is er geen echt spectaculair nieuws en is er weer een week gepasseerd met hoogtes en laagtes. Gisteren had ik duidelijk een minder goede dag. Ik voelde mij van de middag af de hele namiddag en de avond “mottig”. Ik vraag me af of ik niet te veel gegeten heb van de macaroni in kaassaus, want proteïnerijk voedsel in combinatie met Prolopa zorgt regelmatig voor problemen. Vandaag voel ik me dan weer zeer goed. Ik ben zeer actief en zeer beweeglijjk. De extra hyperkinesie neem ik er dan maar bij.

Ik probeer tijd te maken voor informele babbels met alle Arenbergcollega’s die mij ondersteund hebben. Die ondersteuning heeft al verschillende vormen aangenomen: korte mails of lange telefoongesprekken, of gewoon iets dat ze voor jou in orde gebracht hebben: scans uit een handboek over Parkinsonrevalidatie of scans van mijn eindwerk van de bibliotheekschool toen nog in Brussel. Al deze kleine dingetjes geven mij het gevoel dat een lotgenoot zo mooi uitdrukt: “Ik ben een rijke vrouw want ik voel me gedragen door zovele mensen om mij heen, mensen die echt van mij houden en die voor mij altijd zorgen, zonder dat ik hierom moet vragen.” Telkens ik met een van jullie contact heb, heb ik het gevoel dat ik er nog bij hoor en dat is een gevoel dat ongelooflijk veel deugd doet.

Jullie vinden dat normaal maar telkens ik aan anderen vertel hoe jullie met mijn situatie omgaan, krijg ik als antwoord te horen dat ik enorm veel geluk heb zulke collega’s te hebben. Of je dit normaal vindt of niet, hangt ook af van hoe je “normaal” definieert: als je normaal definieert als beantwoordend aan de norm of hoe het zou moeten zijn, dan zou dit normaal kunnen zijn maar als je “normaal” definieert als doorsnee of hoe het meestal is, dan is dit ver van normaal. Dat wordt ook bevestigd door de verhalen van lotgenoten die hun ziekte verzwijgen uit schrik voor de reacties op de werkvloer.

Een van de volgende weken probeer ik naar de Biomedische bibliotheek te komen, al was het maar om eens goed te praten met mijn fantastisch bureaumaatje die nu ook nog wat er van mijn taken overbleef, erbij neemt, en daarnaast uitpakt met een ronduit schitterend initiatief. Ik beloof haar nu al dat ik alles zal doen wat er in mijn macht ligt om dit tot een succes te maken. Als ik nog één zaak wil doen, dan ligt het in de lijn van haar voorstel en meewerken aan de bijscholing van de informatiespecialisten (om te beginnen, we kunnen later nog uitbreiden.)

Ik wil nu nog eens terugkeren naar 1988. In dat jaar heb ik een eindwerk geschreven voor de bibliotheekschool toen nog in Brussel. Waar zijn de tijden he, Mark? Door de goede zorgen van de collega’s van de Arenbergbib heb ik dat nog eens kunnen bekijken. Ik moet toegeven dat dit een echte revelatie was. Niet dat het zo een belangrijk werk is, maar het is om meer dan één reden een tijdsdocument gebleken.

Ten eerste valt onmiddellijk de povere lay-out op, nog geprint met een naaldprinter. Het lijkt wel de terugkeer naar de ganzenveer.

Achteraf bekeken waren dit mijn eerste stapjes op de weg van de informatievaardigheden. “Information Literacy” stond nog in zijn kinderschoenen. In 1989 werden de eerste normen opgesteld. De eerste keer dat aan de KU Leuven over Informatievaardigheden gesproken werd, was bij mijn weten op de studienamiddag die op 26 maart 2004 doorging in CBA met als titel “Onderwijs in informatievaardigheden. Wat verwachten we van de (elektronische) bibliotheek?”. Dit eindwerkje dateert dus uit de prehistorie van de Informatievaardigheden.

Ik ben aan de KU Leuven begonnen op 8 april 1987. Je kan dus zeggen dat ik van bij het prille begin van mijn bibliotheekcarrière bezig geweest ben met Informatievaardigheden. Ik hoop dan ook een beetje dat ik met dit onderwerp ook mijn loopbaan kan afsluiten. Daarmee zou de cirkel rond zijn.

Als je ziet waar we vandaan komen, moet je vaststellen dat we een lange weg hebben afgelegd. Als je kijkt naar de manier waarop we toen moesten werken, merk je pas de ongelooflijke evolutie die de informatietechnologie heeft afgelegd. In 1988 was er nog geen sprake van PubMed, Web of Science, … Internet bestond nog niet? Als je iets online wou opzoeken, moest je een afspraak maken met de campusbibliothecaris. De Index Medicus, de voorloper van Medline en PubMed, bestond uit ongeveer één meter boeken per jaar. Het werken met Medical Subject Headings en subheadings dateert uit die tijd. Een ander typisch product van die tijd was: “Current Contents”. Die verschenen elke week en publiceerde de inhoudstafels van de tijdschriften die de afgelopen week waren gepubliceerd. Jonge(re) collega’s kunnen zich dit amper voorstellen.

Achteraf bekeken blijkt dit een mijlpaal in mijn leven te markeren. Blijkbaar ben ik van begin tot einde met hetzelfde bezig geweest, gelukkig niet op dezelfde manier. Ik ben dan ook zeer blij dat dit werkje boven water is gekomen en ik dank mijn collega’s van CBA dan ook van harte dat ze dit niet zomaar in de prullenmand hebben gegooid en mij een digitale kopie hebben bezorgd. Ook dit is een manier om te tonen dat ik er nog bij hoor.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s