Plannen

Uit: “Nieuws uit Pamel”, 15 april 2015

Ik heb helaas weinig goed nieuws te vertellen. Sinds eind vorige week heb ik weer te lijden gehad van een aantal dystonie-crisissen overdag. Vooral in het begin van de week heb ik enkele moeilijke dagen gekend waarbij enkele opstoten kort na elkaar zorgden voor een pijnlijke ervaring. Naar het einde van de week verminderde het aantal crises en werden ze ook minder intens. Vandaag (vrijdag) heb ik tot nu toe (20 u) geen dystonie meegemaakt. Vandaag heb ik dan ook een vrij goede dag gehad, vandaar dat ik nu al aan de nieuwsbrief ben begonnen.

Buiten de pijn en de frustratie die bij elke nieuwe aanval terug ervaren wordt, hebben deze crises vooral een serieuze knauw in het zelfvertrouwen tot gevolg. Daardoor heb ik het plan om geleidelijk terug naar Leuven te komen uitgesteld en is de datum om het werk te hervatten, 4 mei (1 mei is een vrijdag en sowieso een verlofdag, 2 en 3 mei is het weekend) terug onzeker geworden. Ik zou een veiligheidsmarge van één week zonder een dystonie willen inbouwen vóór mijn terugkomst naar 2Bergen.

Mede door deze dystonie-crises ondervind ik vooral een toegenomen angstgevoel. Dit is blijkbaar een normaal verschijnsel in de evolutie van de ziekte. In de literatuur wordt de toegenomen angst verklaard door een combinatie van biologische en psychologische factoren. De biologische factoren zijn oorzaken die zuiver biochemisch zijn en niet gekoppeld aan een gevoel. Bij Parkinson zou een verstoorde balans van neurotransmitters de oorzaak zijn. Neurotransmitters zijn de chemische stoffen die ervoor zorgen dat de signalen in de hersens worden doorgegeven van zenuw tot zenuw. Bij verschillende hersenactiviteiten, denkprocessen, gevoelens, waarnemingen, … zijn verschillende neurotransmitters betrokken. De angst zou dus mee veroorzaakt worden door een teveel en/of een tekort van enkele van deze stoffen.

Psychische factoren zijn oorzaken die gekoppeld zijn aan een bepaald gevoel dat bij de Parkinsonpatiënt leeft ten gevolge van zijn ziekte. Hij maakt zich zorgen over de impact van zijn ziekte op zijn leven. Dat is begrijpelijk.
Na zo een crisis sta ik letterlijk te trillen op mijn benen en is het alsof mijn lichaam schrik heeft om terug te stappen en weigert het grote stappen te zetten. Ik heb soms de indruk dat de angst om een nieuwe aanval te moeten ondergaan zelf de dystonie uitlokt.

Ongeveer veertig percent van de Parkinsonpatiënten zou wel eens last hebben van angststoornissen. Ook op het vlak van de angstbeleving is elke Parkinsonpatiënt verschillend. Ik ervaar vooral meer schrik om op straat te komen en schrik om alleen te zijn. Op langere termijn vrees ik vooral dat ik niet meer mijn plan zal kunnen trekken en misschien nog meer dat ik niet meer zal kunnen doen wat ik belangrijk vind: bezig zijn met informatie, en daardoor mijn identiteit voor een stuk zou verliezen.

Deze angstgevoelens zetten me er toe aan de voorbereiding van de toekomst ernstig te nemen en daar snel mee te beginnen. Vooreerst moet ik op zoek naar structurele hulp. Gelukkig kan ik daarbij rekenen op de hulp van een maatschappelijk helpster van de mutualiteit, een van de eerste en een van de beste tips die ik van een collega ontvangen heb.

De eerste stappen in deze richting is de installatie van een persoonlijk alarmsysteem. Ik moet nog wel op zoek naar drie “mantelzorgers”. Dat zijn mensen die kunnen opgebeld worden als ik in de problemen zou komen en die dan bereid zijn bij mij thuis, in mijn appartement in de Parkstraat in Leuven, te komen kijken of er effectief een probleem is en die dan de eerste stappen voor verdere hulpverlening zou kunnen zetten.

Ik denk dat ik ook contact zal zoeken met een regioteam van de Dienst ondersteuningsplan. Normaal kan ik dan beroep doen op een professionele begeleider die mij en mijn omgeving help inzicht te krijgen in mijn ondersteuningsbehoefte. Samen zouden we dan een ondersteuningsplan kunnen opstellen waar ik dan mee verder kan.

Als de angstgevoelens zouden uitbreiden, zal ik eerst bij de huisarts en later bij de neuroloog informeren of er verder psychologische begeleiding nodig is.

Ik ben ook aan het uitkijken naar een zinvolle invulling van de vrije tijd die ongetwijfeld zal toenemen. In de eerste plaats denk ik dan aan een vorm van vrijwilligerswerk en daarbij denk ik in de eerste plaats aan vrijwilligerswerk in 2Bergen. Daar zijn zeker mogelijkheden om als vrijwilliger mee te werken aan zinvolle projecten. Ik denk dan aan projecten waar ik nu ook al mee bezig ben en projecten die ik graag zou willen opstarten maar waar ik nog niet toe gekomen ben: de tutorial, de website en een project rond het gebruik van YouTube voor onderwijsondersteuning. Dat zou mij ook de kans geven om het contact met jullie te blijven behouden. Maar eerst zal ik moeten nakijken of dit ook mogelijk is: vrijwilliger zijn in de dienst waar je voordien gewerkt hebt. Ik zal ook moeten nakijken of je vrijwilligerswerk van thuis uit kunt doen.

Ik wil me ook niet alleen op 2Bergen richten om mij nuttig te kunnen bezighouden. Er zijn nog wel projecten en organisaties waar vrijwilligerswerk kan gedaan worden dat in de lijn ligt van mijn interessegebieden. Ik denk dan bij voorbeeld aan de Vlaamse Parkinsonliga of een andere patiënten- of zelfhulporganisatie, of aan een initiatief zoals “Fit en Actief” binnen een ziekenhuis (Gasthuisberg of een ander). Ook daar moet er iets te doen zijn in projecten die te maken hebben met het zoeken, ontsluiten, verwerken, selecteren, … van informatie. Want dat is het domein waarmee het altijd wel iets te maken moet hebben: informatie. Als ik niet meer met informatie kan bezig zijn, ben ik mezelf niet meer.

Ik zal ook moeten nakijken of vrijwilligerswerk en thuiswerk te combineren valt. Dat zou voor mij het probleem van de beperkte mobiliteit oplossen. Ik behoor wel tot de mensen met een fysieke beperking (nog niet officieel) maar op intellectueel vlak voel ik mij nog altijd even mobiel, dankzij de verwezenlijkingen van de Informatiemaatschappij. De computer en het internet zijn voor mij even levensnoodzakelijk als een wagen voor een handelsreiziger.

Naast dit vrijwilligerswerk hoop ik mijn gidsenwerk van thuis uit te kunnen verderzetten. Ik blijf informatie delen over Leuven, nu niet meer op straat maar van achter mijn computer via het internet. Zo blijf ik op Facebook de belangrijke Leuvense pagina’s (vooral Leuvense Historische Weetjes) opvolgen en met extra informatie voeden. Ik heb al eens vermeld dat ik denk aan een nieuw initiatief, een blog, om de echte informatie op Facebook, en dus niet de massa’s veredelde cafépraat, een duurzaam karakter te geven. Ik blijf ook bijdragen leveren voor de LGB-krant en het intranet van Leuven+ (nogmaals: de nieuwe merknaam voor de activiteiten van de Koninklijke Leuvense Gidsenbond). Ik plan nog minstens drie dossiers die de link leggen tussen mijn nog steeds huidig werk en mijn ook nog steeds belangrijkste hobby: “Van Celestijnenklooster tot Arenbergbibliotheek” (een update van een tien jaar oude tekst), “Van Farmaceutisch Instituut tot Agora” en “de KU Leuven na Bologna, het universitair landschap van de eenentwintigste eeuw”.

Een laatste veilige boei voor mijn onzekere toekomst blijft de steun van mijn naaste omgeving. In deze minder fortuinlijke situaties besef je maar ten volle de waarde van te mogen opgroeien in een hechte familie van broers, zussen, schoonbroers en schoonzussen die met je meeleven, zelfs van in Honduras. Die binnenste kring wordt geflankeerd door een uitgebreidere kring van vrienden en collega’s die ook meeleven. In mijn situatie zijn twee groepen mensen in dit kader zeer belangrijk: de vrienden van de Leuvense gidsen en jullie, mijn dierbare collega’s van 2Bergen.

Met de gidsen heb ik nu vrij weinig contact. Ik hoop dat dit verbetert wanneer ik weer in Leuven zal zijn en terug min of meer kan deelnemen aan het sociale leven. Ik hoop dat ik in de zomer toch enkele malen een wandeling van Leuven+ kan meemaken. Als dit niet meer zou lukken, hoop ik dat ik een aantal gidsen mee kan betrekken in mijn blog-project. Daar zou ik ook enkele anderen die ik via Facebook heb leren kennen, willen bij betrekken, mensen die Facebook ook gebruiken om informatie te delen over de Leuvense geschiedenis. Als ik hier enkele van kan overtuigen om mee te doen, zou ik dit project ook een sociale dimensie kunnen geven.

Mijn belangrijkste contacten met de grote buitenwereld heb ik op dit ogenblik via jullie, collega’s. Ik zou er alles aan willen doen om dit contact te blijven bewaren, wat er ook gebeurt. Daarom wil ik zo graag me blijven bezighouden met projectjes van de bibliotheken en dat ik daar nu ook al mee bezig ben. Ik denk dat de contacten minder snel zullen verslappen als we ook iets hebben waar we samen mee bezig zijn. Mijn bezigheden voor de bibliotheek hebben dus ook een sociale functie. Daarom hoop ik innig dat ik zo lang mogelijk betrokken kan blijven bij de activiteiten van de bibliotheek, in een eerste fase nog altijd als werknemer, later als vrijwilliger, liefst in een erkend statuut zodat ook zaken als verzekering, e-mail, toegang tot de e-bronnen, … geregeld kunnen blijven. Maar ook als dat niet meer mogelijk zou zijn, hoop ik dat ik toch nog met (dan ex)-collega’s kan blijven want de vriendschapsbanden die nu gesmeed worden, wil ik niet graag verbroken zien.

Een kleine leestip: een mooie getuigenis over Parkinson op jonge leeftijd kan je lezen in dit blogbericht.

Waarom ik dit schrijf

Uit “Nieuws uit Pamel” 15 april 2015

Ik wil proberen uit te leggen waarom ik elke week wil weergeven wat ik voel en wat mij bezig houdt.

Ik schrijf dit in de eerste plaats omdat ik vind dat jullie daar recht op hebben. Uit al jullie reacties voel ik gewoon dat jullie echt geïnteresseerd zijn. Zo voel ik als het ware de vriendschapsband groeien. Interesse is voor mij de basis voor empathie, wat niet hetzelfde is als medelijden. Ik heb er niets aan dat jullie mee-lijden, ik heb wel zeer veel aan jullie steun op verschillende gebieden: een goede raad, een troostende gedachte, een luisterend oor,…

Ik wil jullie het hele verhaal geven: het goede nieuws en het minder goede, genuanceerd en uit de eerste hand, geen interpretatie. Ik wil zelf zeggen hoe ik me voel. Ik weet soms zelf niet hoe ik het moet zeggen, hoe moeilijk is het dan niet voor een andere.

Ik wil jullie hoeden voor overdreven optimisme en overtrokken verwachtingen. Tegelijk wil ik negativisme vermijden. Ik probeer niet overdreven optimistisch te zijn en tegelijk hoopvol realistisch te blijven. Ik word daarbij gesteund door enkele van jullie reacties die me hebben doen nadenken. Ik probeer mijn toestand te bekijken als een halfvol glas en niet als een halfleeg. Ik zeg liever “ik kan nog altijd (thuis) werken” in plaats van “ik kan niet gaan werken”. Ook al kan ik geen grote plannen meer maken voor een ideale toekomst, probeer ik een toekomst voor te bereiden waarin ik “zo lang mogelijk zo normaal mogelijk” probeer te blijven. Daarbij neem ik graag de raad die iemand van jullie me gaf, ter harte en ben ik ook op zoek naar een zinvolle besteding van de – noodgedwongen – toenemende (vrije)tijd. De eerste ideeën zijn gevormd, de eerste kleine stapjes gezet. Eén ding is duidelijk: het zal met “informatie” te maken hebben, en computer en internet zijn voor mij van levensbelang.

Hoopvol optimisme betekent voor mij ook genieten van de lichtpunten die er zelfs in de donkerste nachten zijn. Zo heb ik op de moeilijkste momenten enorm veel steun gekregen van het professioneel kader – professioneel in de positiefste betekenis van het woord – van het ziekenhuis. Twee beroepsgroepen wil ik hier even in de kijker plaatsen. Vooreerst zijn er de verplegenden. Het is echt bewonderenswaardig hoe ze onder immense werkdruk toch oog blijven houden voor de mens. Ik heb hier één boodschap voor de regering: “Dames en heren ministers, stop met het besparen op het verplegend kader.” Hier hoort ook een extra woordje van lof bij voor de stagiairs. Als je er niet op let, zie je amper het verschil met het professioneel kader: dezelfde combinatie van professionalisme en menselijkheid. Een pluim voor de opleidingen.
Een tweede beroepsgroep die ik enorm ben gaan bewonderen zijn de kinesisten (blijkbaar een “Belgisch-Nederlands” woord maar voor mij goed genoeg, ik vind de mens belangrijker dan het woord). Alle “kinesitherapeuten” (het “juiste” woord) die ik de laatste maanden heb leren kennen, zijn schitterende mensen en bovendien wonderbaarlijke wetenschappelijke creatievelingen. Ik sta echt te kijken hoe zij met “banale” dingen (een bal, een zitbankje,…) erin slagen efficiënte oefeningen te bedenken. Ja, naar eigen zeggen bedenken ze die oefeningen zelf.

Ook jullie zijn in de donkere dagen lichtpunten geweest. Ik blijf het herhalen: ik heb in 2Bergen schitterende collega’s, dat heb ik nu nog eens extra mogen vaststellen. Ik heb van jullie lessen in empathie gekregen. En we zitten wel twee bibliotheken, voor mij zijn we één vriendengroep geworden.

Moeilijke momenten zijn ook momenten waarin je tijd hebt om na te denken: nadenken over de toekomst, nadenken over wat echt belangrijk is. Het resultaat van dat denken is een deel van mijn levensverhaal en wil ik jullie daarom ook graag meegeven.

Om af te sluiten nog eens herhalen dat alle blijken van interesse en empathie enorm deugd doen: geschreven, gemaild of telefonisch, kort of lang.

Projectjes voor de toekomst

Verkorte versie van “Nieuws uit Pamel” 30 april 2015

Veel nieuws is er deze week niet te vertellen. Het leven kabbelt door met betere en minder goede dagen. Op de betere dagen houd ik me vooral bezig met een aantal taken, projecten of hoe je het ook moogt noemen, die te maken hebben met de bib, de Leuvense Gidsen of met mijn eigen situatie. De scheiding tussen deze domeinen is soms vaag. Zo ontdek ik bij voorbeeld bij het zoeken naar goede internettips voor de Gidsenbond wel eens een toepassing die ik ook voor privédoeleinden kan gebruiken.

Zo ben ik er eindelijk toe gekomen om LibraryThing eens te proberen: een toepassing die al ter sprake kwam toen Jens jaren geleden een bijscholing heeft mee georganiseerd rond Web 2.0. Voor de youngsters onder ons, Jens is onze collega die nu al twee jaar in Agora werkt maar die zijn carrière begonnen is op Gasthuisberg. Jens heeft mij laten kennismaken met Flickr, Delicious, Slideshare, … en ook LibraryThing. Maar daar heb ik jaren niets mee gedaan tot ik nu eens wou proberen of dit niet bruikbaar zou kunnen zijn voor de bibliotheek van de Leuvense Gidsen en zo heb ik ondervonden dat ik het zelf ook wel eens zou kunnen gebruiken om mijn eigen boekencollectie te inventariseren, en met succes. Met dank aan Jens voor de tip die al jaren oud maar nog altijd bruikbaar is, en aan Raf om mij nog eens op het nut van LibraryThing te wijzen.

Op een gelijkaardige manier heb ik het gebruikersgemak en de kracht van Mendeley ontdekt. Dat bewijst nu zijn nut bij het verzamelen van wetenschappelijke informatie over Parkinson en zaken als diepe hersenstimulatie. Ik vind het vooral handig omdat je met enkele klikken tegelijk een referentie in je databank kunt opslaan en een link kunt leggen naar het pdf-bestand dat je opgeslagen hebt. Ja Marleen, Mendeley is een echte aanrader. Hopelijk blijft het bestaan en verdwijnt het niet na een tijd. Het is nu al in handen van Elsevier en daar is niet iedereen binnen de bibliotheek- en informatiewereld even gelukkig mee. Sommigen vinden dat dit “ikoon van open wetenschappen” (open-science icon) zijn ziel verkocht heeft aan de duivel. De toekomst zal wel uitwijzen of de onheilsprofeten gelijk krijgen of niet.

Ondertussen heb ik een fase van één project afgewerkt en begin ik de volgende dagen aan een nieuw projectje. De oefeningen voor de tutorial informatievaardigheden zijn voorlopig afgewerkt, nu wacht ik op feedback en verdere instructies over de volgende stappen. Intussen begin ik aan een grondige screening van de website (van de Gasthuisbergbib), de eerste stap in een uitgebreidere vernieuwing van de onderwijs- en studentenpagina’s. Ik heb het bijkomend voordeel dat ik ook de werking van de proxy kan testen en kan controleren of studenten ook van thuis uit tot alle informatie toegang hebben.

Een laatste “project” waarop ik even wil dieper wil ingaan, is de “voorbereiding” van mijn toekomst voor en in 2Bergen. Ik heb eerst wat informatie gezocht over thuisarbeid of telewerk omdat ik er meer en meer van overtuigd ben dat hierin een deel van de oplossing voor mijn toekomst ligt. Voor alle duidelijkheid, met thuisarbeid bedoel ik hier niet het uitvoeren van klussen in huis maar wel het werken voor de bibliotheek van thuis uit. Dit zou een deel van de oplossing voor het vervoersprobleem kunnen zijn.

Ik hoop de volgende weken  minstens één keer in de twee bibliotheken te geraken, eerst en vooral om iedereen ook eens live te kunnen ontmoeten en te bedanken voor de enorme steun die jullie allemaal voor mij geweest zijn en nog zijn. Daarnaast wil ik ook eventueel met mijn “bazen” (nu weet ik dat er iemand steigert als hij of zij dit leest ;-)) van gedachten wisselen over mijn verdere toekomstplannen en met enkele collega’s over enkele concrete projecten overleggen. Maar de belangrijkste doelstelling van mijn bezoeken is gewoon eens face to face te kunnen klappen met iedereen die mij op welke manier dan ook heeft getoond dat ik er nog altijd bij hoor.

Deze keer weinig emoties, maar zo is het leven nu eenmaal. Alleen in soaps gebeuren elke dag hartverscheurende taferelen. In het echte leven zijn er ook periodes die alleen door echt grote schrijvers kunnen omgezet worden in literatuur. Hiermee wil ik tegelijkertijd ook de mythe ontkrachten dat ik literair talent heb. Al zullen sommigen in deze ontkenning precies een literaire stijlfiguur zien, maar zo blijven we bezig. Mijn enige betrachting is met jullie te blijven communiceren en daarbij probeer ik ook een beetje te verwoorden hoe ik me voel en dat klinkt soms wel eens door in mijn taal. Gelukkig zijn er naast emotionele bergen en dalen ook vlaktes waarin we op een rustige manier door het leven kunnen verderpeddelen. Ook in de Ronde van Frankrijk zijn niet alle ritverslagen even interessant.
Misschien volgende keer meer emoties.

een prehistorisch eindwerk

Verkorte versie van “Nieuws uit Pamel” 7 mei 2015

Beste vrienden-collega’s,
Ik probeer het nog eens kort en snel te doen, zodat dit bulletin vandaag nog verstuurd kan worden. In feite is er geen echt spectaculair nieuws en is er weer een week gepasseerd met hoogtes en laagtes. Gisteren had ik duidelijk een minder goede dag. Ik voelde mij van de middag af de hele namiddag en de avond “mottig”. Ik vraag me af of ik niet te veel gegeten heb van de macaroni in kaassaus, want proteïnerijk voedsel in combinatie met Prolopa zorgt regelmatig voor problemen. Vandaag voel ik me dan weer zeer goed. Ik ben zeer actief en zeer beweeglijjk. De extra hyperkinesie neem ik er dan maar bij.

Ik probeer tijd te maken voor informele babbels met alle Arenbergcollega’s die mij ondersteund hebben. Die ondersteuning heeft al verschillende vormen aangenomen: korte mails of lange telefoongesprekken, of gewoon iets dat ze voor jou in orde gebracht hebben: scans uit een handboek over Parkinsonrevalidatie of scans van mijn eindwerk van de bibliotheekschool toen nog in Brussel. Al deze kleine dingetjes geven mij het gevoel dat een lotgenoot zo mooi uitdrukt: “Ik ben een rijke vrouw want ik voel me gedragen door zovele mensen om mij heen, mensen die echt van mij houden en die voor mij altijd zorgen, zonder dat ik hierom moet vragen.” Telkens ik met een van jullie contact heb, heb ik het gevoel dat ik er nog bij hoor en dat is een gevoel dat ongelooflijk veel deugd doet.

Jullie vinden dat normaal maar telkens ik aan anderen vertel hoe jullie met mijn situatie omgaan, krijg ik als antwoord te horen dat ik enorm veel geluk heb zulke collega’s te hebben. Of je dit normaal vindt of niet, hangt ook af van hoe je “normaal” definieert: als je normaal definieert als beantwoordend aan de norm of hoe het zou moeten zijn, dan zou dit normaal kunnen zijn maar als je “normaal” definieert als doorsnee of hoe het meestal is, dan is dit ver van normaal. Dat wordt ook bevestigd door de verhalen van lotgenoten die hun ziekte verzwijgen uit schrik voor de reacties op de werkvloer.

Een van de volgende weken probeer ik naar de Biomedische bibliotheek te komen, al was het maar om eens goed te praten met mijn fantastisch bureaumaatje die nu ook nog wat er van mijn taken overbleef, erbij neemt, en daarnaast uitpakt met een ronduit schitterend initiatief. Ik beloof haar nu al dat ik alles zal doen wat er in mijn macht ligt om dit tot een succes te maken. Als ik nog één zaak wil doen, dan ligt het in de lijn van haar voorstel en meewerken aan de bijscholing van de informatiespecialisten (om te beginnen, we kunnen later nog uitbreiden.)

Ik wil nu nog eens terugkeren naar 1988. In dat jaar heb ik een eindwerk geschreven voor de bibliotheekschool toen nog in Brussel. Waar zijn de tijden he, Mark? Door de goede zorgen van de collega’s van de Arenbergbib heb ik dat nog eens kunnen bekijken. Ik moet toegeven dat dit een echte revelatie was. Niet dat het zo een belangrijk werk is, maar het is om meer dan één reden een tijdsdocument gebleken.

Ten eerste valt onmiddellijk de povere lay-out op, nog geprint met een naaldprinter. Het lijkt wel de terugkeer naar de ganzenveer.

Achteraf bekeken waren dit mijn eerste stapjes op de weg van de informatievaardigheden. “Information Literacy” stond nog in zijn kinderschoenen. In 1989 werden de eerste normen opgesteld. De eerste keer dat aan de KU Leuven over Informatievaardigheden gesproken werd, was bij mijn weten op de studienamiddag die op 26 maart 2004 doorging in CBA met als titel “Onderwijs in informatievaardigheden. Wat verwachten we van de (elektronische) bibliotheek?”. Dit eindwerkje dateert dus uit de prehistorie van de Informatievaardigheden.

Ik ben aan de KU Leuven begonnen op 8 april 1987. Je kan dus zeggen dat ik van bij het prille begin van mijn bibliotheekcarrière bezig geweest ben met Informatievaardigheden. Ik hoop dan ook een beetje dat ik met dit onderwerp ook mijn loopbaan kan afsluiten. Daarmee zou de cirkel rond zijn.

Als je ziet waar we vandaan komen, moet je vaststellen dat we een lange weg hebben afgelegd. Als je kijkt naar de manier waarop we toen moesten werken, merk je pas de ongelooflijke evolutie die de informatietechnologie heeft afgelegd. In 1988 was er nog geen sprake van PubMed, Web of Science, … Internet bestond nog niet? Als je iets online wou opzoeken, moest je een afspraak maken met de campusbibliothecaris. De Index Medicus, de voorloper van Medline en PubMed, bestond uit ongeveer één meter boeken per jaar. Het werken met Medical Subject Headings en subheadings dateert uit die tijd. Een ander typisch product van die tijd was: “Current Contents”. Die verschenen elke week en publiceerde de inhoudstafels van de tijdschriften die de afgelopen week waren gepubliceerd. Jonge(re) collega’s kunnen zich dit amper voorstellen.

Achteraf bekeken blijkt dit een mijlpaal in mijn leven te markeren. Blijkbaar ben ik van begin tot einde met hetzelfde bezig geweest, gelukkig niet op dezelfde manier. Ik ben dan ook zeer blij dat dit werkje boven water is gekomen en ik dank mijn collega’s van CBA dan ook van harte dat ze dit niet zomaar in de prullenmand hebben gegooid en mij een digitale kopie hebben bezorgd. Ook dit is een manier om te tonen dat ik er nog bij hoor.

Hersenspinsels

Fragment uit e-mail “Nieuws uit Pamel” 15 april 2015

Onder deze ondertitel wil ik vanaf nu dus mijn eerder beschouwende spinsels kwijt. Wie alleen maar geïnteresseerd is in de feiten, kan na het eerste deel van deze documentjes (zijn dit wel documenten? Dit zou het onderwerp van zo een spinsel kunnen zijn.) stoppen. Wie ook geïnteresseerd is in wat ik denk en wat ik voel, geef ik in deze spinsels een inkijkje in mijn ziel en in mijn geest (Waar ligt het verschil: nog een spinselthema). De thema’s kunnen zeer uiteenlopend zijn: daar zullen af en toe “professionele” spinsels bij zijn die over ons vakgebied gaan, maar er zullen ook emotionele spinsels tussen zitten, of filosofische, wetenschappelijke, sociaal-politieke, …

In dit eerste spinsel wil ik het verder hebben over… deze hersenspinsel, je zou dit dus een meta-spinsel kunnen noemen.
De oorsprong van deze spinsels zijn zeer divers. De grondstof, de basisgedachte, gaat soms terug tot het begin van mijn professionele loopbaan, andere ideeën zijn ontstaan in recente periodes van gedwongen inactiviteit. Je zal begrijpen dat deze laatste wel eens een minder optimistisch karakter kunnen hebben. Niet alleen de thematiek zal dus zeer divers zijn, maar ook de toonaard en wat daar vaak aan gekoppeld is, de stijl.
Over de stijl seffens iets meer, eerst iets over de toonaard. Zoals ik net aangaf, wordt de toonaard vaak bepaald door de emoties die ik meemaak op het ogenblik dat de idee ontstaat. Over het geheel beschouwd krijgen jullie een “verhaal” dat een beetje verloopt zoals het leven van een Parkinsonpatiënt: met emotionele bergen en dalen, en met de nodige verrassingen en onverwachte (onvoorspelbare) wendingen. Ik probeer zo veel mogelijk uit te drukken wat ik denk en wat ik voel. Dit is dus mijn wereld gezien door mijn ogen met mijn bril met mijn gekleurde glazen. Ik wil hier niet zeggen dat mijn werkelijkheid, mijn ideeën, mijn gevoelens, … belangrijker zijn dan die van om het even wie. Maar ik kan maar ik kan alleen maar voelen wat ik zelf meemaak. Zeker Parkinson is een zeer individuele ziekte, een bevriende arts zei eens: “Er zijn even veel Parkinsonziektebeelden als er patiënten zijn. Ik ondervind zelf regelmatig hoe moeilijk ik het zelf heb uit te drukken wat ik voel. Hoe veel moeilijker is het dan niet de gevoelens van iemand anders uit te drukken.
Ik krijg af en toe lovende woorden over mijn “natuurlijke” of “vloeiende” schrijfstijl. Dat streelt natuurlijk mijn ijdelheid. Zeggen dat dit mij niets doet, zou een leugen zijn. Ik wil hier wel aangeven dat deze “onderhoudende” stukken er vaak komen na lang zwoegen. De vlotheid kan om verschillende redenen schone schijn zijn. De inspiratie is niet altijd voor handen. Soms weet ik vrijdagavond nog niet waarover ik zaterdag ga schrijven. Maar zelfs als ik weet wat ik wil schrijven, is het vaak nog corvee om dit op een aanvaardbare manier op het scherm te krijgen. Ik hou zelf te veel van taal en ik erger me te vaak aan slordig taalgebruik om me te laten verleiden tot banale turbotaal. Ik denk dat dit nog een blijvend effect is van mijn veelvuldig theaterbezoek vele jaren geleden.