Maandelijks archief: maart 2016

Kwakzalvers in het Koetshuis

Eerst even toelichten. Het Koetshuis is het schitterende cultuur- en gemeenschapshuis van de gemeente Roosdaal.  Dit spinsel gaat niet over het Koetshuis maar wel degelijk over de kwakzalvers. Ik kan geen minder accurate naam vinden voor deze praktijken.

Aanleiding voor dit spinsel is een huis-aan-huis-bedeeld krantje waarin drie andullatiedagen worden aangekondigd. Naar eigen zeggen zou andullatie pijn, veroorzaakt door fybromylagie, artrose, reuma, rugpijn, spierpijn en hernia in 15 minuten verlichten.

De techniek zou medisch gecertificeerd zijn en om die reden werd de IAAT opgericht: de International Association for Andullation Therapy

Bovenstaande volstond al ruimschoots om mijn scepsis op te wekken. Ten eerste ben ik ervan overtuigd dat serieuze geneeskundige praktijken niet moeten bekend gemaakt worden in commerciële demonstraties. Goede medische praktijken vinden plaats in de praktijken van ernstige artsen en specialisten. Ik ben ook onmiddellijk zeer sceptisch als een organisatie wordt opgericht om de wetenschappelijke waarde van een techniek te bewijzen. Deugdelijke technieken hebben dit niet nodig.

Tot zover mijn scepsis vooraf. Maar wat zeggen de wetenschappelijke feiten? Laten we beginnen met de wetenschappelijke onderbouw. In heel PubMed staat er één artikel waarin sprake is van “andullation”. Het gaat hier over een artikel met als titel “Massage therapy improves in vitro fertilization outcome in patients undergoing blastocyst transfer in a cryo-cycle” in het tijdschrift “Altern Ther Health Med”. Dit heeft dus niets met pijn te maken.

PubMed is een bibliografische databank met meer dan 25 miljoen citaties naar biomedische literatuur en is daarmee de grootste biomedische bibliografische databank ter wereld en misschien zelfs de grootste tout court. Als het niet in PubMed staat is het wel  een zeer marginale wetenschappelijke publicatie. Andullatie buist dus grandioos op de eerste wetenschappelijke betrouwbaarheidstest.

Vervolgens ben ik eens nagegaan wat de waarde van de stichters van de vereniging is. In de wetenschappen word je tegenwoordig vooral naar waarde geschat op basis van je wetenschappelijke productie en wordt hiervoor vaak gebruik gemaakt van de h-index (Hirsch-index). Eenvoudig uitgelegd is de h-index een alternatief voor het meten van de gemiddelde citatiegraad voor een bepaalde auteur. Men gaat ervan uit dat een belangrijke prof belangrijke artikels schrijft. Belangrijke artikels worden veel gelezen – en geciteerd – door andere auteurs. Hoe meer citaties, hoe belangrijker het artikel. Hoe hoger de h-index, hoe belangrijker de auteur. Op de website worden drie stichters genoemd. De som van hun h-indexen is 0. Zij hebben tot nu toe nog niets gepubliceerd. Een even dikke buis op de tweede betrouwbaarheidstest.

Is er dan niets wetenschappelijks over deze zaken te vinden op het internet? Toch wel, op de website van Skepp (Studiekring voor Kritische Evaluatie van Pseudo-wetenschap en het Paranormale) vind je een pagina over een andullatiematras. Hun (Skepp) bevindingen kun je lezen op http://skepp.be/nl/gezondheid/alternatieve-behandelingen/acupunctuur/andullatiematras#.Vvfbe_mLTIU.

Samengevat: andullatie is pure kwakzalverij en ik vind het persoonlijk zeer bedenkelijk dat dergelijke kwakzalvers een openbaar podium krijgen.

De weg terug

Zoals uit de laatste spinsels mocht blijken, is de weg terug ingezet: de weg terug naar een “normaal” leven in de buurt van mijn collega’s en mijn vrienden, de dingen die me interesseren (Leuven, studenten, Parkinsonliga), … Ik hoop dat het duidelijk is dat ik het liefst wil terugkeren naar het Leuvense en “with a little help from my friends” moet dat mogelijk zijn.

Als ik niet meer achteruitga, zie ik mezelf naar Leuven terugkeren tegen begin juli. Tot dan wordt mijn appartement “warm gehouden” door een gelegenheidsbewoner die het voor drie maanden huurt. Tegen dan moet het mogelijk zijn mezelf te organiseren zodat een terugkeer mogelijk wordt. Ten eerste kan ik rekenen op gelijkaardige professionele huip als in Pamel: poetshulp, familiehulp en thuisverpleging. Verder voorzie ik een viervoudige veiligheidsmantel die ik in geval van nood kan inroepen:

  1. Mijn buren, die kunnen inspringen als is even volledig blokkeer
  2. Mijn collega’s van 2Bergen
  3. Mijn collega’s gidsen
  4. Vrienden van de Vlaamse Parkinsonliga

Met die ondersteuning moet het mogelijk zijn terug te keren naar mijn appartement en nog een tijd min of meer zelfstandig te blijven. Ik ben ook nu al vaak alleen in dit huis en de hulp die ik hier in Pamel krijg (bedankt Lieven, Lieve, Nonkel Marcel, Jef en Christiane), kan ik ongetwijfeld ook in Leuven krijgen. In Leuven kan ik bovendien beroep doen op specifieke diensten zoals bijvoorbeeld de Minder-mobielen-centrale. Kortom, ik zie het volledig zitten.

Let op: wij zijn op de goede weg maar wij zijn nog zeker niet aan het einde van de tunnel. De weken na de euforische beginperiode hebben me al met de neus op de feiten gedrukt: zoals ik al eerder schreef, ik moet ook rekening houden met minder goede dagen.

Maar….

Die minder goede dagen weerhouden me er niet van volop te genieten van de goede dagen. Die kunnen ze me al niet meer afpakken. Als ik zou wachten op de perfecte dag, zou ik waarschijnlijk blijven wachten en bijna perfecte gelegenheden aan mij zien voorbijgaan.

Het wordt dan ook stilaan tijd om ook na te denken over mijn “professionele” toekomst. Zoals ik het nu zie, zoek ik een evenwicht tussen activiteiten in en voor 2Bergen, voor VPL en voor de dienst van Greet (Esselens). Ik hoop volgende week al de eerste gesprekken te hebben met mijn – oude en nieuwe – “bazen” om te zien hoe we dit georganiseerd kunnen krijgen. Ik hoop in de loop van de volgende maanden ook eens in het – nieuwe – hoofdkwartier van de Vlaamse Parkinsonliga te geraken om te zien wat ik daar kan betekenen.

Wie had ooit durven denken dat ik een maand na mijn operatie al zit plannen te maken voor de toekomst? Dat is nu net het grootste pluspunt van de operatie gebleken: ik heb terug een toekomst gekregen.  Pas als je een periode hebt meegemaakt zonder toekomst, besef je pas hoe belangrijk het is wel een toekomst te hebben.

Er wordt tegenwoordig nogal wat afgeluld over geluk en gelukkig zijn, de ene definitie is wat zinvoller dan de andere. Voor mij is het vrij eenvoudig: ik ben gelukkig als ik me zinvol kan bezighouden en als ik een zicht heb op de richting die ik uitga. Ik ben gelukkig als ik een toekomst heb waaraan ik zelf kan werken.

Waarschuwing: ook dit is een momentopname in een (lang) revalidatieproces. Nu gaat alles weer zeer goed maar volgende week kan het weer helemaal anders zijn. De huidige situatie is al veel voorspelbaarder dan vóór de operatie maar Parkinson is en blijft een onvoorspelbare ziekte.

Bedankt, Magda

Eerst even situeren: voor de Pamelse vrienden volstaat waarschijnlijk gewoon “Magda van Meester Cornel”, voor de anderen: Magda was mijn thuisverpleegster in Pamel maar nog zoveel meer maar dat zal wel duidelijk blijken uit wat volgt.

Bedankt Magda, omdat je er altijd was als ik je nodig had. Soms om zes uur in de ochtend indien dat nodig was. Je was een zorgzame verpleegster maar in het licht van de rest was dat bijna bijzaak. Je was zoveel meer.

Bedankt voor al het begrip. Jij was de persoon die mij misschien het beste begreep. Je begreep mijn frustraties en mijn beperkingen. Je zou mee gevloekt hebben indien je kon. Je was erbij als ik in tranen was. Ik ben dan ook zeer blij dat je ermee stopt wanneer ik terug uit het dal aan het klimmen ben en weer met hoop en vertrouwen naar de toekomst kan kijken.

Ik durf niet te zeggen dat er geen tranen meer zullen vloeien. Het einde van de tunnel is in zicht maar de tunnel zelf kan nog moeilijker zijn dan verwacht. Maar stap voor stap komen we er wel. Bedankt voor het stuk weg dat je met mij hebt afgelegd. Het was bijwijlen een zeer moeilijke pad maar je hebt me steeds gesteund en mij gewezen op de toekomst ook op momenten dat ik die toekomst niet meer zag.

Bedankt voor de mooie herinneringen aan mijn vader. Jouw vader en mijn vader zijn jaren zo veel meer geweest dan collega’s en daar kon jij zo teder over vertellen. Zij waren inderdaad Meesters ook al waren ze geen advokaten. Het waren beide waarschijnlijk de laatste vertegenwoordigers van een generatie waarbij de “meesters” nog tot de notabelen van het dorp behoorden. Wie Meester Cornel en Meester Robert niet kende was waarschijnlijk niet van Pamel.

Wij zijn opgegroeid in een warm nest met grote vensters open op de werelld. Dat heb jij bevestigd en geïllustreerd met je prachtige verhalen en je mooie herinneringen. Zij brachten mijn vader weer tot leven.

Ik denk dat ik voldoende heb aangetoond dat Magda veel meer was/is dan een verpleegster. Magda, voor dat alles wil ik je in dit kort spinsel zeer hartelijk bedanken. Ik heb wel afscheid genomen van mijn verpleegster maar ik heb zeker nog geen afscheid genomen van de vriendin Magda.

Magda, ik hoop dat je nu tijd hebt om ook eens aan jezelf te denken, om de dingen te doen die je graag doet, om te volgen wat je interesseert. En ik hoop natuurlijk – ik ben daar in feite vrij zeker van – dat ook deze spinsels daarbij behoren.

Het ga je goed.

Mijn persoonlijk paasfeest

Enkele dagen geleden hoorde ik op de radio toevallig iets over een voorstel om de officiële feestdagen af te schaffen en te vervangen door extra vrij te kiezen feestdagen. Als dit voorstel er ooit zou doorkomen – over de wenselijkheid hiervan doe ik geen uitspraak – wil ik hierbij direct twee persoonlijke feestdagen afkondigen: 23 oktober als mijn persoonlijke kerstmis en 26 februari als mijn persoonlijk paasfeest. Op 23 oktober 1962 ben ik geboren en op 26 februari 2016 ben ik herboren. Zo voel ik me nu toch.

Mijn broers en zussen hebben de vorige maanden een aantal “wonderbaarlijke verrijzenissen” meegemaakt als ik van de ene op de andere moment uit een dystonie (dystonie, wat is dat nu weer?) opstond en weer “fris als de konijn op de plein” verderging, maar wat professor Nuttin en zijn team voor mekaar kregen is volgens mij tien categorieën straffer. Dit is geen verrijzenis, dit is een nieuw leven. Eindelijk weer echt durven dromen en hopen. Eindelijk weer perspectief.

Deze ervaring zegt meer over “levenskwaliteit” als alle artikels over dit onderwerp samen.  Dit is levenskwaliteit: durven plannen, doen wat je wil doen, zinvol bezig zijn, …  Eindelijk weer echt gelukkig kunnen zijn. Het is ook ongelooflijk hoe lichaam en geest elkaar versterken, in de negatieve zin als het slecht gaat, maar ook in de positieve zin als het goed gaat. (Voorlopig) gedaan met de frustraties en de passiviteit, eindelijk weer (bescheiden) plannen en die woorden tussen haakjes gaan de pret niet bederven. Ik ben vast van plan te “genieten” van de goede periodes die mij nog gegund zijn. Genieten betekent voor mij in de eerste plaats zinvol bezig zijn en wat dat betekent dat zullen jullie snel merken.

Want deze Spinsels zijn de eerste werf waarop ik actief wil zijn. Jullie zijn me trouw gebleven in moeilijke tijden.  Daarom zijn jullie ook de eersten die het horen als het goed gaat.

Natuurlijk zullen ook de collega’s van 2Bergen merken dat ik weer onder de levenden zijn. Ik ga bij mijn broer informeren wanneer hij in Leuven moet zijn en ik ga proberen zo vaak mogelijk mee te komen en dan probeer ik telkens een van de 2 “bergen” te bezoeken. We zullen dan ook weleens tijd hebben om over de toekomst te praten.

Maar ook de vrienden van Leuven+ (de Koninklijke Leuvense Gidsenbond) zullen het merken. Vooreerst door een revival van de Leuvense Geschiedenissen. Daaromtrent kan ik nu al aankondigen dat er nog een aantal episodes in het verhaal van het Celestijnenklooster aankomen. Ik ben daar namelijk op een ongelooflijk interessante bron gestoten en die wil ik zeker aanboren. Verder wil ik zeer graag een steentje bijdragen tot de “virtuele wandelingen” waarmee Leuven+ zich richt tot bewoners van rust- en zorghuizen. Ten slotte wil ik nu ook echt werk maken van mijn oude droom: een hedendaagse universiteitswandeling.

Een laatste groep die het zal merken, zijn mijn lotgenoten, Parkinsonpatiënten. Ik wil dankbaar gebruik maken van de Vlaamse Parkinsonliga en haar orgaan (dit is in gewone mensentaal haar tijdschrift) om Parkinsonpatiënten en al wie met hen te maken heeft, informatievaardiger te maken. VPL is voor mij geen doel op zich maar een middel om mijn boodschap te verkopen: informatie is, zeker voor Parkinsonpatiënten, levensnoodzakelijk.

Morgen zet ik de eerste stappen. Stap voor stap komen we een eind.

Enkele dagen geleden hoorde ik op de radio toevallig iets over een voorstel om de officiële feestdagen af te schaffen en te vervangen door extra vrij te kiezen feestdagen. Als dit voorstel er ooit zou doorkomen – over de wenselijkheid hiervan doe ik geen uitspraak – wil ik hierbij direct twee persoonlijke feestdagen afkondigen: 23 oktober als mijn persoonlijke kerstmis en 26 februari als mijn persoonlijk paasfeest. Op 23 oktober 1962 ben ik geboren en op 26 februari 2016 ben ik herboren. Zo voel ik me nu toch.

Mijn broers en zussen hebben de vorige maanden een aantal “wonderbaarlijke verrijzenissen” meegemaakt als ik van de ene op de andere moment uit een dystonie (dystonie, wat is dat nu weer?) opstond en weer “fris als de konijn op de plein” verderging, maar wat professor Nuttin en zijn team voor mekaar kregen is volgens mij tien categorieën straffer. Dit is geen verrijzenis, dit is een nieuw leven. Eindelijk weer echt durven dromen en hopen. Eindelijk weer perspectief.

Deze ervaring zegt meer over “levenskwaliteit” als alle artikels over dit onderwerp samen.  Dit is levenskwaliteit: durven plannen, doen wat je wil doen, zinvol bezig zijn, …  Eindelijk weer echt gelukkig kunnen zijn. Het is ook ongelooflijk hoe lichaam en geest elkaar versterken, in de negatieve zin als het slecht gaat, maar ook in de positieve zin als het goed gaat. (Voorlopig) gedaan met de frustraties en de passiviteit, eindelijk weer (bescheiden) plannen en die woorden tussen haakjes gaan de pret niet bederven. Ik ben vast van plan te “genieten” van de goede periodes die mij nog gegund zijn. Genieten betekent voor mij in de eerste plaats zinvol bezig zijn en wat dat betekent dat zullen jullie snel merken.

Want deze Spinsels zijn de eerste werf waarop ik actief wil zijn. Jullie zijn me trouw gebleven in moeilijke tijden.  Daarom zijn jullie ook de eersten die het horen als het goed gaat.

Natuurlijk zullen ook de collega’s van 2Bergen merken dat ik weer onder de levenden zijn. Ik ga bij mijn broer informeren wanneer hij in Leuven moet zijn en ik ga proberen zo vaak mogelijk mee te komen en dan probeer ik telkens een van de 2 “bergen” te bezoeken. We zullen dan ook weleens tijd hebben om over de toekomst te praten.

Maar ook de vrienden van Leuven+ (de Koninklijke Leuvense Gidsenbond) zullen het merken. Vooreerst door een revival van de Leuvense Geschiedenissen. Daaromtrent kan ik nu al aankondigen dat er nog een aantal episodes in het verhaal van het Celestijnenklooster aankomen. Ik ben daar namelijk op een ongelooflijk interessante bron gestoten en die wil ik zeker aanboren. Verder wil ik zeer graag een steentje bijdragen tot de “virtuele wandelingen” waarmee Leuven+ zich richt tot bewoners van rust- en zorghuizen. Ten slotte wil ik nu ook echt werk maken van mijn oude droom: een hedendaagse universiteitswandeling.

Een laatste groep die het zal merken, zijn mijn lotgenoten, Parkinsonpatiënten. Ik wil dankbaar gebruik maken van de Vlaamse Parkinsonliga en haar orgaan (dit is in gewone mensentaal haar tijdschrift) om Parkinsonpatiënten en al wie met hen te maken heeft, informatievaardiger te maken. VPL is voor mij geen doel op zich maar een middel om mijn boodschap te verkopen: informatie is, zeker voor Parkinsonpatiënten, levensnoodzakelijk.

Morgen zet ik de eerste stappen. Stap voor stap komen we een eind.

Dag 0 en erna

2 maart 2016

Laten we even teruggaan in de tijd. Eén jaar geleden, op 28 februari 2015, op Friet-met-Stoofvlees-dag belandde ik voor de eerste maal in een ziekenhuisbed. De dagen nadien schreef ik eerst Nieuws uit kamer 5310, later werd dat Nieuws uit Pamel en nog later Wims spinsels. Het jaar dat volgde kende hoogtes en laagtes, met als dieptepunt de tranen in het vorige spinsel. Ondertussen zijn we weer een dikke week verder en zit ik terug in een kamer in Gasthuisberg, nu kamer 5307 (in plaats van 5310, zelfde gang) en dit nog tot na het weekend (tot maandag 7 of dinsdag 8 maart). Wie nog eens van een mooi gezicht op Leuven wil genieten, moet zich haasten.

Dag 0 is ondertussen achter de rug. En jullie zijn ongetwijfeld geïnteresseerd in het verloop van de operatie. Wat volgt is een beschrijving van op de operatietafel voor het grootste deel van de tijd “gesluierd”. Ik heb de operatie zelf niet gezien, dit in tegenstelling tot mijn broer, Geert die alles als toeschouwer heeft meegemaakt.

Omstreeks halfzeven zijn ze me komen halen en ben ik met bed en al naar de “kapper” gereden. In goede oude middeleeuwse traditie was de chirurgijn ook barbier en werd ik dus kaalgeschoren door professor Nuttin, onderzoekscoördinator Biomedische Wetenschappen van de KU Leuven. Wie kan dat zeggen?

Dan volgde het pijnlijkste moment van de dag: om het stereotactisch kader te kunnen plaatsen, kreeg ik vier prikken in de schedel (lokale verdoving). Dit moment was extra pijnlijk door een toen net opkomende dystonie in mijn been.

Dan volgde een scan. Die verliep zoals je van een scan kan verwachten: met veel lawaai ondanks oorstopjes.

Terwijl ik daarna naar het operatiekwartier werd teruggereden, hield professor Nuttin zich bezig met het bepalen van de posities van de elektrodes. Achteraf bleek dat hij dat zeer nauwkeurig gedaan had: negen op de tien elektrodes zaten recht in de roos en er werd geen bloedvat geraakt.

Zo kon de operatie goed beginnen. Er werd een eerste opening in mijn schedel geboord. Daar heb ik dus niets van gevoeld.  Dan werden er vijf proefelektrodes geplaatst om de positie van de definitieve elektrode vast te stellen. Die precieze plaatsbepaling heb ik “bewust” meegemaakt aangezien ik moest reageren en zeggen wat ik voelde. Ik heb zeker twintig keer van een tot tien geteld. Ondertussen werden de elektrodes tussen target en vijf verschoven – ik heb begrepen dat het hier om 5 millimeter gaat.

Als de posities precies bepaald waren, moesten de toeschouwers de zaal verlaten, en gebeurde er nog een scopie. De voorlopige elektrodes werden vervangen door één definitieve met vijf contactpunten en het gat in mijn hoofd werd dicht “gecementeerd”.

Vervolgens werden dezelfde stappen herhaald aan de andere kant.

Van wat daarna nog volgde, kan ik niets vertellen. Ik werd letterlijk in slaap gedaan en werd in de namiddag wakker in de recovery eenheid. Omstreeks vijf uur in de namiddag werd ik terug naar de kamer gereden.

De volgende vraag is dan altijd: “en hoe voel je je nu?” Het antwoord op deze vraag is minder eenvoudig dan je zou verwachten. Laat ons met het goede nieuws beginnen. In vergelijking met een week geleden gaat het schitterend. Zelfs in vergelijking met een maand geleden gaat het nog zeer goed. De dystonieën zijn volledig weg. Ook de schommelingen overdag (on/off) zijn weg.

En dan nu terug aar de realiteit: alles is nog niet normaal. De on- en off-periodes zijn wel (voorlopig) verleden tijd maar dat betekent niet dat ik me nu voel zoals vijf jaar geleden. Ik leef nu constant in “on” maar die on-fase bevindt zich wel op een lager niveau. Ook de tremor is afgenomen maar niet volledig verdwenen. Maar met de huidige toestand kan ik weer leven.

Toch wil ik mijn naaste omgeving ook waarschuwen. Het gaat nu (zeer) goed maar ik besef dat ik ook nog mindere dagen kan hebben. Gun mij die slechte dagen. Verwacht ook niet dat ik nu constant met een glimlach ga rondlopen. Denk daarbij dan dat een redelijke dag nu nog altijd veel beter is dan een slechte dag een maand geleden. Ik besef trouwens ook dat ik nog een periode van tasten en proberen moet doormaken. Sprak Greet niet van negen maanden?

Hou er ook rekening mee dat wat jullie zien niet exact hetzelfde is als wat ik voel. Jullie zien alleen de uiterlijke tekens: geen dystonie, weinig tremor, … maar jullie voelen niet als ik mij plots geblokkeerd voel en ik met moeite vooruit kom.

Maar ik herhaal: hier valt mee te leven. De operatie is dus een succes.

Daarom wil ik dit spinsel ook afsluiten met spreekwoordelijke bloemen.

Vooreerst een ongelooflijk groot boeket voor professor Bart Nuttin en zijn team Mijn broer komt woorden te kort om zijn bewondering uit te drukken voor wat hij mocht meemaken. Bovendien is hij (professor Nuttin) niet alleen een zeer bekwame chirurg – en kapper – maar ook een zeer aimabel mens. En Lut, hij leest het “blaadje van de VPL”.

Een even groot boeket stuur ik naar de volledige dienst Neurologie: artsen, assistenten, verplegend personeel, verzorgend personeel, kinesisten, stagiairs, …

Omdat ik tweemaal hetzelfde schrijven tijdverlies vind, kopieer ik hier een stukje uit een van de eerste spinsels. De tekst is geplakt, de boodschap is even gemeend.

Twee beroepsgroepen wil ik hier even in de kijker plaatsen. Vooreerst zijn er de verplegenden. Het is echt bewonderenswaardig hoe ze onder immense werkdruk toch oog blijven houden voor de mens. Ik heb hier één boodschap voor de regering: “Dames en heren ministers, stop met het besparen op het verplegend kader.” Hier hoort ook een extra woordje van lof bij voor de stagiairs. Als je er niet op let, zie je amper het verschil met het professioneel kader: dezelfde combinatie van professionalisme en menselijkheid. Een pluim voor de opleidingen.

Een tweede beroepsgroep die ik enorm ben gaan bewonderen zijn de kinesisten (blijkbaar een “Belgisch-Nederlands” woord maar voor mij goed genoeg, ik vind de mens belangrijker dan het woord). Alle “kinesitherapeuten” (het “juiste” woord) die ik de laatste maanden heb leren kennen, zijn schitterende mensen en bovendien wonderbaarlijke wetenschappelijke creatievelingen. Ik sta echt te kijken hoe zij met “banale” dingen (een bal, een zitbankje,…) erin slagen efficiënte oefeningen te bedenken. Ja, naar eigen zeggen bedenken ze die oefeningen zelf.

En natuurlijk zijn er ook nog mijn twee rotsen in de branding: 2Bergen en mijn broers en zussen. Collega’s van 2Bergen, jullie waren weer fantastisch. Ik heb genoten van elk bezoek, elke telefoon, elk contact, elke steunbetuiging, … Met een zeer speciale vermelding voor mijn Rode Lijn. Marleen, ik kan me geen betere collega voorstellen.

En broers en zussen, jullie waren weer mijn eerste en laatste reddende boei. Vooral in de moeilijkste tijden besef je maar ten volle de waarde van te mogen opgroeien in een hechte familie van broers, zussen, schoonbroers en schoonzussen die met je meeleven, zelfs van in Honduras. Hopelijk kunnen we nu samen uitkijken naar een toekomst met perspectief. Laten we er samen aan werken, stap voor stap.