Parkinson: hoe alles begon

De pioniers

In 1817 schreef de Britse arts, apotheker en chirurg, James Parkinson, geschiedenis met zijn publicatie “An essay on the shaking palsy”. Vrij vertaald: een essay over de verlammende tremor. Daarin beschrijft hij zes casussen van mensen met de ziekte die later naar hem genoemd wordt.

Om aan te tonen hoe ver Parkinson vooruit was op zijn tijd, even een kort historisch overzicht.

  • In 1839, 22 jaar na Parkinson wordt de celtheorie ontwikkeld. Theodor Shwann en Mathias Schleiden stellen dat elk levend organisme bestaat uit een hele hoop cellen.
  • Rond 1887, 70 jaar na Parkinson, ontdekken Camillo Golgi en Santiago Ramón y Cajal de structuur van het zenuwstelsel. Zij krijgen in 1906 de Nobelprijs voor hun werk.
  • Rond 1906 beschrijven Charles Sherrington en Edgar Adrian de structuur van een zenuwcel of neuron. Zij krijgen in 1932 de Nobelprijs.
  • Rond 1920, honderd jaar na Parkinson, is er voor het eerst sprake van neurotransmitters. Henry Dale en Otto Loewi krijgen er in 1936 de Nobelprijs voor.
  • In 1957, 140 jaar na Parkinson!, ontdekt Arvid Carlsson de neurotransmitter dopamine in de hersens en legt het verband met de ziekte van Parkinson. Hij krijgt in 2000 een Nobelprijs voor zijn bijdrage.

Pas honderdveertig jaar na zijn historische publicatie zijn alle puzzelstukjes aanwezig om de oorzaak te bepalen van de ziekte die James Parkinson beschreef.

Ook al is Parkinson een van de meest gekende eponiemen van de geneeskunde, het is pas na zijn dood, in 1872 dat de Fransman Jean-Martin Charcot als eerste spreekt van de ziekte van Parkinson. Hij zal ook de Parkinsontremor onderscheiden van andere tremors, onder andere die die voorkomt bij multiple sclerose. Hij gaat ook bradykinesie erkennen als een belangrijke eigenschap van de ziekte van Parkinson.

In 1919 legt de naar Frankrijk uitgeweken Rus Konstantin Tretiakoff het verband tussen de ziekte van Parkinson en een beschadiging in de substantia nigra, een deeltje van de hersenen. Het belang hiervan zal pas duidelijk worden door wetenschappelijke publicaties van de Fransen Charles Foix en Jean Nicolesco.

Dopamine: de missing link

Aangezien het belang van dopamine in de ziekte van Parkinson 140 jaar na het essay van James Parkinson ontdekt is, is de medicamenteuze behandeling van de ziekte vele jaren een kwestie van try and error geweest. De eerste algemeen aanvaarde behandeling was die met Belladonna-allkaloiden. Charcot verkoos hyoscyamine, een plantaardig geneesmiddel dat in pil- of in poedervorm werd toegediend of als siroop. Van dopamine was toen nog geen sprake.

Dopamine wordt de eerste maal gesynthetiseerd in 1910 en snel werden haar zwakke sympathomimetische eigeschappen ontdekt. Later werd duidelijk dat levodopa door het enzym dopa decarboxylase tot dopamine wordt omgezet.

De grote doorbraak komt er wanneer Arvid Carlsson e.a. in 1957 de rol van het gebrek aan dopamine in het ontstaan van de ziekte van Parkinson ontdekken.

Kort daarna verschijnen de eerste resultaten van klinische studies met levodopa en de positieve effecten op de bewegingsstoornissen worden snel gepubliceerd. Van dan af is de behandeling met levodopa de voorkeurbehandeling voor de ziekte van Parkinson.

Recentere behandelingen met dopamine agonisten en enzyminhibitoren bouwen voort op een beter inzicht van het dopaminesysteem met zijn evenwichten, reactiecycli en receptoren.

Lewy: de link met vandaag en morgen

Fritz Jacob Heinrich Lewy werd in 1885 geboren in Berlijn. Hij studeerde aan de universiteiten van Berlijn en Zurich. In 1910 begon een samenwerking begon een samenwerking met Alois Alzheimer. Na de Eerste Wereldoorlog wou hij een nieuw neurologisch instituut oprichten in Berlijn. Dat komt er uiteindelijk in 1932 maar het zal maar één jaar onder leiding staan van Lewy want in 1933 wordt hij ontslagen op raciale grond. Lewy verlaat Duitsland en belandt na een verblijf van een jaar in Engeland in 1934 in Amerika waar hij professor wordt in de neurofysiologie in het universitair ziekenhuis van Philadelphia. In 1940 wordt hij Amerikaans staatsburger en hij verandert zijn naam in Frederic Henry Lewey. Tijdens de Tweede Wereldoorlog is hij actief in het medisch korps van het Amerikaanse leger. Hij overlijdt plots in 1950 op vijfenzestigjarige leeftijd.

In 1912 ontdekte Lewy karakteristieke cellulaire innclusies bij Parkinsonpatiënten. In 1919 noemde Konstantin Tretiakoff ze naar hun ontdekker: Lewy bodies of lichaampjes van Lewy.

Toen bleef het lang stil rond de lichaampjes. Hun rol in het neurodegeneratief proces was ongekend. Dit veranderde in 1997 toen twee studies het tot dan toe weinig bestudeerde eiwit α-synucleine op de voorgrond brachten. Enerzijds bleek een afwijking in SNCA, het gen dat verantwoordelijk is voor de aanmaak van α-synucleine, te zorgen voor een zeldzame erfelijke vorm van de ziekte van Parkinson. Anderzijds bleken de lichaampjes van Lewy een positieve immunoreactie te geven op α-synucleine wat wijst op aanwezigheid van het eiwit in de lichaampjes.

De aanwezigheid va de lichaampjes van Lewy in de substantia nigra, in de hersenen, was al lang gekend maar hun rol was onduidelijk. Dit veranderde toen men een tijdsschema ging opstellen voor het verloop van de ziekte van Parkinson gebaseerd op de verspreiding van inclusies van α-synucleine in het zenuwstelsel. Onderzoek met de elektronenmicroscoop toont aan dat de Lewy bodies ontstaan uit niet-vertakte draadjes van α-synucleine.

De eerste structuren die positief reageren op de aanwezigheid va α-synucleine komen onder andere voor in olfactorische lob (het reukorgaan). Vervolgens verspreiden ze zich in andere delen van de hersenen om in een derde stadium de amygdala en de substantia nigra te bereiken. Op dat ogenblik verschijnen de eerste motorische symptomen van de ziekte van Parkinson. De in verdere stadia voorkomende cognitieve problemen wijzen op een verdere verspreiding van Lewy bodies in andere delen van de hersenen.

Deze resultaten geven aan dat de ziekte van Parkinson niet alleen veroorzaakt wordt door het uitvallen van één neurotransmitter maar moet gezien worden als een multisysteemziekte die verschillende gebieden van het zenuwstelsel aantast.

Dit onderzoek opende verschillende pistes van het actuele Parkinsononderzoek. Nu men weet dat de ziekte in feite al aanwezig is voordat de eerste symptomen zichtbaar zijn, is men op zoek naar voorafgaande signalen (prodromen of biomarkers) die de ziekte in een vroeger stadium aankondigen in de hoop de ziekte zo sneller en efficiënter te kunnen aanpakken.

Een ander hot item in het actuele Parkinsononderzoek is de studie van de structuur van α-synucleine. Hoe en waarom worden de losse draadjes omgezet in Lewy-bodies? Kunnen we dit proces stoppen of zelfs omdraaien? Dit zijn slechts enkele vragen waar menig wetenschapper vandaag zijn hoofd over breekt.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s