Van Parkinson tot prodromen

Klassieke klinische diagnosetechnieken

In se gebeurt de eerste diagnose van de ziekte van Parkinson nog op dezelfde manier als James Parkinson ze stelde tweehonderd jaar geleden: door in een klinisch onderzoek de motorische symptomen vast te stellen. De arts controleert de volgende zaken:

  • Je gelaatsuitdrukking: kan je emoties uitdrukken met je gelaat?
  • Hij controleert of je tremor vertoont in de armen, en of het een continue of een rusttremor is.
  • Hij controleert je nek en je ledematen op rigiditeit.
  • Kan je gemakkelijk opstaan uit een stoel?
  • Heb je een normale stap of neem je kleine pasjes? Zwaaien je armen normaal mee bij het stappen?
  • Herstel je gemakkelijk je evenwicht wanneer je een klein duwtje krijgt?

Normaal gebeurt deze controle aan de hand van een gestandaardiseerde checklist, de UPDRS (Unified Parkinson’s Disease Rating Scale). In deze test worden 42 vaststellingen opgemeten en aan de hand van de resultaten wordt een score berekend die de ernst van de symptomen weergeeft.

Voor het indelen van de aandoening gebruikt men vaak de schaal van Hoehn en Yahr (1967), met volgende stadia:

  1. Verschijnselen aan één kant van het lichaam.
  2. Verschijnselen aan beide kanten van het lichaam, er zijn geen evenwichtsstoornissen.
  3. Verschijnselen aan beide kanten van het lichaam, met evenwichtsstoornissen, de patiënt kan nog zelfstandig functioneren.
  4. Verschijnselen aan beide kanten van het lichaam, met evenwichtsstoornissen, de patiënt heeft dagelijks hulp nodig.
  5. Ernstig geïnvalideerde toestand, patiënt is aan tafel en bed gebonden, en heeft verpleegkundige zorg nodig.
Scantechnieken

Wanneer de klassieke motorische symptomen, tremor, rigiditeit, bradykinesie, … worden vastgesteld, is de kans groot dat er een probleem is met de dopamineproductie. In dat geval kan de neuroloog twee scans laten uitvoeren die de diagnose een grotere zekerheid kunnen geven. Een NMR-scan kan andere mogelijke oorzaken van de symptomen uitsluiten, terwijl een PET-scan (of een SPECT- of een DAT-scan) grotere zekerheid geeft dat het effectief om de ziekte van Parkinson gaat.

Bij een PET-scan wordt een kleine hoeveelheid van een radioactieve stof geïnjecteerd die zich selectief aan dopamine bindt. Door de plaatsen t bepalen waar deze stof zich ophoopt, krijgt men een idee van de verdeling van dopamine in de hersenen. Bij Parkinsonpatiënten zal men merkelijk minder ophopingen vaststellen.

Prodromen

De klassieke diagnosetechnieken zijn gebaseerd op het herkennen van dopaminetekorten in de hersenen. Ondertussen weten we dat het dopamineprobleem niet zo zeer de oorzaak maar eerder een gevolg is van de ziekte. De ziekte van Parkinson zou veroorzaakt worden door een probleem met de plooiing van een lichaamseigen eiwit, α-synucleine. Door die verkeerde plooiing zouden ophopingen ontstaan in dopamineproducerende en andere zenuwcellen waardoor deze afsterven.

De Duitse onderzoeker Heiko Braak onderkent zes stadia in dit ziekteproces. Daarbij komen de motorische symptomen pas voor in het vijfde en zesde stadium, wanneer vijfenzeventig percent van de dopaminerge cellen in de substantia nigra afgestorven zijn. Daarom zoekt men nu volop naar tekens die wijzen op problemen met α-synucleine voordat de symptomen zich manifesteren in de hoop het ziekteproces te kunnen stoppen vooraleer het onomkeerbare schade aanricht. Zulke signalen die de symptomen voorafgaan, worden prodromen genoemd. Het prodromenonderzoek is een van de belangrijke pistes in het hedendaagse Parkinsononderzoek.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s