Categorie archief: dagspinsel

Ik word vrijwilliger

Ik heb gisteren zeer goed nieuws ontvangen. Na twee net-niet-ervaringen is de derde poging de goede gebleken. Bij de twee eerdere pogingen was er wel interesse maar wou men niet “investeren” in een vrijwilliger. Ik was wel de juiste persoon, maar niet op het juiste moment op de juiste plaats.

De plaats kan verrassend overkomen maar is in feite vrij logisch. Ik word vrijwilliger in De Hertog van Brabant, het dagcentrum van het Dijlehof. Daar zal ik meewerken aan de animatie voor de bezoekers van het dagcentrum. In feite verandert er niet zo veel. Ik ging al een keer in de week naar de Hertog van Brabant, als bezoeker, en organiseerde daar al enkele activiteiten (quiz, causerie, …) en ondersteunde al andere (winkelen, rolstoelen duwen, …) en ik zal dit blijven doen. Maar tot nu toe deed ik dat als – betalend – bezoeker en betaalde dus voor mijn eigen activiteiten en dat vond ik eigenlijk oneerlijk. Dit heb ik geschreven aan de directie van Dijlehof met het voorstel om als vrijwilliger te mogen doen wat ik nu doe en tot mijn grote blijdschap zijn ze me daarin gevolgd.

Ik ben daar zeer blij om niet in de eerste plaats omwille van het financiële aspect. Ik wil geen eurocent ontvangen voor mijn activiteiten maar nu moet ik er niet meer voor betalen. Ik zie het vooral als een appreciatie voor de inzet en het engagement die ik altijd getoond heb. Ik kan hen verzekeren dat dit engagement zeker niet zal verminderen. De steun van de directie zet me er toe aan er nog steviger in te vliegen.

Als ik uitga van een activiteit per maand, de andere weken zal ik meewerken aan andere activiteiten, heb ik nog voldoende activiteiten in petto voor minstens één jaar: genoeg vragen voor twee quizzen, vijf causerieën, vijf aangepaste uitstappen, drie museumbezoeken, …

Niet alleen ikzelf en de Hertog van Brabant maar ook mijn vrienden gidsen zullen ervan genieten. Ik beschouw mijn activiteiten voor het dagcentrum als laboratorium voor activiteiten die Leuven+ achteraf kan aanbieden aan andere groepen.

Mijn vrienden van de Vlaamse Parkinsonliga en andere Parkinsonvrienden moeten niet vrezen dat ik hen ga vergeten. Ik blijf me ook inzetten om mensen te informeren over de ziekte van Parkinson. Ik blijf trouwens ook kandidaat om op dat vlak vrijwilligerswerk te doen.

Kortom, ik zal me zeker niet vervelen.

Eindelijk nog eens gratis

Gisteren heeft het Leuvense publiek eindelijk nog eens kunnen genieten van een gratis Ken-Uw-Stad-wandeling en het publiek heeft dit duidelijk geapprecieerd: meer dan honderdtwintig personen voor twee gidsen! Gelukkig konden zij die niet op voorhand hadden ingeschreven rekenen op Jo die zonder problemen meer dan tachtig mensen kon boeien van begin tot einde. Het applaus aan het einde was dan ook oververdiend.

Dat zou ik niet durven zeggen van het kleine applausje dat klonk toen Jo zei dat deze gratis wandeling er kwam dankzij de stad. Ik kan moeilijk mee applaudisseren uit dank voor één gratis wandeling ter vervanging van veertien gratis wandelingen die ze het Leuvense publiek hebben afgepakt. Het zal wel typisch voor een politieker zijn dat schepen Vansina dit zo durft voor te stellen in een laat antwoord op mijn open brief van mei 2016. Dirk, vind je nu echt dat één gratis gidsbeurt (de andere gidsbeurt was sowieso voorzien in het kader van het Utopiafestival) kan dienen om tachtig rondleidingen te compenseren die je het Leuvense publiek hebt afgepakt. Ik herhaal hier nogmaals: je hebt niet zo zeer Leuven+ (de Koninklijke Leuvense Gidsenbond) bedrogen, je hebt in de eerste plaats het Leuvense publiek in de steek gelaten. Ik hoop dat dit publiek dit niet vergeet in het stemhokje bij de volgende gemeenteraadsverkiezingen Ik zal het alvast niet vergeten zijn.

Maar laat dat de pret niet bederven. De wandeling zelf was schitterend. Ondanks de ondankbare omstandigheden wist Jo bijna honderd toeschouwers twee uur lang te boeien met een boeiend verhaal, gebracht met de nodige humor (Vives woonde recht tegenover de Inno). Ik denk dat niet een persoon heeft afgehaakt. Gelukkig beschikt Jo over een ideale gidsenstem die alleen naar het einde toe tekenen van vermoeidheid toonde. Ik hoop voor hem dat hij die avond echt kon zwijgen tijdens de visite bij zijn moeder.

En een kort persoonlijk contact met Jo heeft me extra gelukkig gemaakt. Hij heeft me duidelijk laten verstaan dat mijn oproep voor een Parkinsonactiviteit is aangekomen. Hij zou het zeker doorgeven aan het bestuur. Natuurlijk moet er nog nagedacht worden over de invulling maar hij is het idee in elk geval al goed gezind. Dan volgt de rest wel.

Utopia in Winksele

Deze namiddag, een prachtige herfstzondagnamiddag, ben ik naar een eerste activiteit van het Leuvens stadsfestival Utopia geweest in Winksele. Het was een prachtige tentoonstelling in een prachtig park op een prachtige zonnige namiddag.7

Een aantal bekende namen van Leuvense beelden waren aanwezig: Fred Belllefroid (de Kotmadam), Willy Meysmans (Fiere Margriet), Willy Peeters (Meester Jan), Jan Rosseels (Kamerood Sesteg), Dany Tulkens (Ode aan de Vriendschap, Mercurius) Peter Vanbekbergen (Paepe Thoon, de Koeienschieter).

Daarnaast een aantal ontdekkingen:

belaen

Jean-Pierre Belaen

camps

Leo Camps

deleeuw

Harry De Leeuw

vanck

Franz-Josef Vanck

marthawaijop

Martha Waljop

Een prachtige prelude op wat zich aandient als een schitterend cultureel najaar.

Een uniek moment

Opgedragen aan Jef, een klein mannetje van 88 jaar maar een zeer groot mens.

Laten we Jef eerst voorstellen. Jef is mijn tafelgenoot geworden na mijn verbanning van mijn eerste plaats in Dijlehof. Ook al blijf ik dit een onrechtvaardige maatregel vinden, heeft dit er wel voor gezorgd dat ik Jef heb leren kennen en daar ben ik wel blij om. Ik moet toegeven dat Jef de enige tafelgenoot is waarmee ik altijd heb kunnen praten. Niet dat het een spraakwaterval is maar als hij iets zegt is het samenhangend en hij is altijd aanspreekbaar, iets dat van de andere vaste tafelgenoten niet kan gezegd worden. Ik laat de tijdelijke tafelgast Tom even buiten beschouwing want die hebben we helaas maar een paar dagen mogen meemaken.

Jef is dus 88 jaar maar nog verrassend zelfstandig. ’s Morgens eet hij op zijn kamer, maar ’s middags en ’s namiddags komt hij meestal zonder hulp aan tafel. Het helpt wel dat zijn kamer zich op dezelfde verdieping als de refter bevindt maar in tegenstelling tot de meeste andere bewoners heeft hij geen hulp nodig, elke maaltijd komt hij met zijn rollator en zijn stok rustig afgestapt. Aan tafel heeft hij het meeste plezier met al dan niet bedoeld grappige uitspraken van tafelgenoten en met de onhandigheid van zijn overbuur.

Van zijn verleden weet ik niet zo veel, alleen dat hij apotheker is en altijd een apotheek gehad heeft in de Pakenstraat en dat een van zijn eerste jobs een vervanging (of een stage, dat weet hij zelf niet meer) was in de apotheek in het huis de Ploegh in de Mechelsestraat, waarschijnlijk de apotheek in de mooiste locatie van heel Leuven en de verre omtrek.

Dit manneke van iets meer dan anderhalve meter heeft mij ongetwijfeld onbewust misschien wel het meest ontroerende moment tijdens mijn verblijf in Dijlehof bezorgd. Het was op Vaderdag en na een lekker middagmaal kregen we als dessert een stuk taart en Jef kreeg een stukje met de tekst “voor mijn lieve vader”. Wij zullen wel nooit weten waarom maar plots kwamen er tranen in zijn ogen en Jef huilde als … ik zou zeggen als een klein kind, maar dat is Jef oneer aandoen, want deze emoties waren echt. Dit was zo aandoenlijk, zo natuurlijk, zo gevoelig dat iedereen er stil van werd.

Ik heb me sindsdien al vaak afgevraagd wat er toen in dat hoofdje omging. Welk feit uit een achtentachtigjarige geschiedenis lag aan de basis of was het een combinatie van gedachten en emoties die dit uitbarsten van gevoelens veroorzaakte. We zullen het waarschijnlijk nooit weten en ik moet het ook niet weten. Voor mij blijft dit een moment met meer emotie als in twintig jaar “Thuis” en “Familie” samen. Dit was echt.

De weg terug

Zoals uit de laatste spinsels mocht blijken, is de weg terug ingezet: de weg terug naar een “normaal” leven in de buurt van mijn collega’s en mijn vrienden, de dingen die me interesseren (Leuven, studenten, Parkinsonliga), … Ik hoop dat het duidelijk is dat ik het liefst wil terugkeren naar het Leuvense en “with a little help from my friends” moet dat mogelijk zijn.

Als ik niet meer achteruitga, zie ik mezelf naar Leuven terugkeren tegen begin juli. Tot dan wordt mijn appartement “warm gehouden” door een gelegenheidsbewoner die het voor drie maanden huurt. Tegen dan moet het mogelijk zijn mezelf te organiseren zodat een terugkeer mogelijk wordt. Ten eerste kan ik rekenen op gelijkaardige professionele huip als in Pamel: poetshulp, familiehulp en thuisverpleging. Verder voorzie ik een viervoudige veiligheidsmantel die ik in geval van nood kan inroepen:

  1. Mijn buren, die kunnen inspringen als is even volledig blokkeer
  2. Mijn collega’s van 2Bergen
  3. Mijn collega’s gidsen
  4. Vrienden van de Vlaamse Parkinsonliga

Met die ondersteuning moet het mogelijk zijn terug te keren naar mijn appartement en nog een tijd min of meer zelfstandig te blijven. Ik ben ook nu al vaak alleen in dit huis en de hulp die ik hier in Pamel krijg (bedankt Lieven, Lieve, Nonkel Marcel, Jef en Christiane), kan ik ongetwijfeld ook in Leuven krijgen. In Leuven kan ik bovendien beroep doen op specifieke diensten zoals bijvoorbeeld de Minder-mobielen-centrale. Kortom, ik zie het volledig zitten.

Let op: wij zijn op de goede weg maar wij zijn nog zeker niet aan het einde van de tunnel. De weken na de euforische beginperiode hebben me al met de neus op de feiten gedrukt: zoals ik al eerder schreef, ik moet ook rekening houden met minder goede dagen.

Maar….

Die minder goede dagen weerhouden me er niet van volop te genieten van de goede dagen. Die kunnen ze me al niet meer afpakken. Als ik zou wachten op de perfecte dag, zou ik waarschijnlijk blijven wachten en bijna perfecte gelegenheden aan mij zien voorbijgaan.

Het wordt dan ook stilaan tijd om ook na te denken over mijn “professionele” toekomst. Zoals ik het nu zie, zoek ik een evenwicht tussen activiteiten in en voor 2Bergen, voor VPL en voor de dienst van Greet (Esselens). Ik hoop volgende week al de eerste gesprekken te hebben met mijn – oude en nieuwe – “bazen” om te zien hoe we dit georganiseerd kunnen krijgen. Ik hoop in de loop van de volgende maanden ook eens in het – nieuwe – hoofdkwartier van de Vlaamse Parkinsonliga te geraken om te zien wat ik daar kan betekenen.

Wie had ooit durven denken dat ik een maand na mijn operatie al zit plannen te maken voor de toekomst? Dat is nu net het grootste pluspunt van de operatie gebleken: ik heb terug een toekomst gekregen.  Pas als je een periode hebt meegemaakt zonder toekomst, besef je pas hoe belangrijk het is wel een toekomst te hebben.

Er wordt tegenwoordig nogal wat afgeluld over geluk en gelukkig zijn, de ene definitie is wat zinvoller dan de andere. Voor mij is het vrij eenvoudig: ik ben gelukkig als ik me zinvol kan bezighouden en als ik een zicht heb op de richting die ik uitga. Ik ben gelukkig als ik een toekomst heb waaraan ik zelf kan werken.

Waarschuwing: ook dit is een momentopname in een (lang) revalidatieproces. Nu gaat alles weer zeer goed maar volgende week kan het weer helemaal anders zijn. De huidige situatie is al veel voorspelbaarder dan vóór de operatie maar Parkinson is en blijft een onvoorspelbare ziekte.