Categorie archief: persoonlijke spinsels

Het jaar 1

Op 26 februari begint het jaar 1 in mijn persoonlijke tijdsrekening. Dan is het precies een jaar geleden dat ik mijn DBS operatie zal hebben ondergaan en aan een nieuw leven begonnen ben. Het jaar nul was er een met groeipijnen maar ik wil hier vooral vooruitkijken naar het volgende jaar. Dat zou op enkele vlakken een scharnierjaar kunnen worden. Ik heb alvast enkele grote plannen.

In het Dijlehof, meer bepaald in het dagcentrum, de Hertog van Brabant, begint mijn vrijwilligersleven. In feite verandert er niet zoveel want ik blijf hetzelfde doen als wat ik tot nu toe deed: Leuvense activiteiten organiseren voor de gasten. Het belangrijkste verschil zal zijn dat ik nu niet meer zal moeten betalen om mijn eigen activiteiten te mogen organiseren. Toch ben ik het Dijlehof zeer dankbaar voor deze geboden kans. Ik zie dit als een blijk van vertrouwen dat ik niet wil beschadigen. Ik ben vooral Noor, de verantwoordelijke voor het dagcentrum, zeer dankbaar. Zij toont nogmaals dat voor haar mensen belangrijker zijn dan administratieve regeltjes. Zij is trouwens ook de enige persoon waarvan ik vorig jaar welgemeende excuses heb mogen ontvangen: een unicum het vorige jaar. Ik hoop de volgende maanden minstens één Leuvense activiteit per maand te kunnen opzetten.

Ook voor de Vlaamse Parkinson liga wordt 2017 een scharnierjaar. 2017 moet het Parkinsonjaar worden. Voor mij persoonlijk wordt het ook het eerste jaar als vrijwilliger voor de Vlaamse Parkinsonliga maar ook hier verandert er niet veel: ik blijf informatie opzoeken en tekstjes schrijven voor het tijdschrift. Ik ben ook bereid mee te werken aan de vormgeving van een vernieuwd tijdschrift. Onder bepaalde voorwaarden ben ik zelfs bereid om er redactionele verantwoordelijkheden bij te nemen. Maar dan moet er wel het een en ander veranderen.

In de eerste plaats zal er dan een volwaardige redactie moeten komen. Verder moet er een betere kwaliteitscontrole komen op de wetenschappelijke informatie in het tijdschrift. Tenslotte zal er ook gewerkt moeten worden aan een duidelijkere structuur, zowel van het tijdschrift als van de redactie.

Indien gevraagd ben ik zelfs bereid om ook bestuursverantwoordelijkheid binnen de Vlaamse Parkinsonliga op mij te nemen maar hier ook onder bepaalde voorwaarden. Het kan voor mij niet dat bepaalde leden van de vereniging van bepaalde activiteiten worden uitgesloten op basis van hun leeftijd. Voor alle duidelijkheid: ik ben wel voorstander van een specifieke werking naar jongeren en eventueel medioren toe; ik ben voorstander van een jongerenwerking maar tegenstander van een jongerengroep.

Tenslotte moet het ook een belangrijk jaar worden voor mij als gids in Leuven. De Leuvense gidsenbond maakt moeilijke tijden door en ik wil dan ook niet langs de kant blijven staan bij de beste stuurlui. Ik wil het tij doen keren en ben bereid daarvoor opnieuw bestuursverantwoordelijkheid op te nemen. Maar ook hier onder bepaalde voorwaarden: ik wil alleen mijn nek uitsteken als ik iets kan veranderen. Ik vraag aan de Leuvense gidsen een mandaat om bepaalde zaken te realiseren. Als zij deze zaken niet belangrijk vinden moeten ze mij niet kiezen.

Ten eerste wil ik een volwaardige opvolger van de LGB-krant. Dat mag een andere vorm krijgen maar het moet meer zijn dan een snel samengestelde nieuwsbrief. We zouden kunnen denken aan een elektronische uitgave – bijvoorbeeld een blog – met een papieren versie die beschikbaar is mits betaling. Deze krant moet opnieuw een echte redactie krijgen en informatie over (de geschiedenis van) Leuven moet weer centraal staan. Ze moet interessant genoeg zijn om ook gelezen te worden als je geen gids bent.

Ten tweede wil ik dat de Leuvense gidsenbond weer groot wordt waarin ze vroeger groot was: bij voorkeur gratis stadswandelingen voor Leuvenaars en toeristen. Als de stad blijft weigeren ons te hierbij te helpen, moeten we misschien op zoek naar andere bronnen van inkomsten: bijvoorbeeld wandelingen laten sponsoren door bedrijven, verenigingen, buurtgroepen,… Een andere mogelijkheid is de oprichting van een vereniging, de “Vrienden van de Leuvense gidsen” naar analogie met de voormalige “Vrienden van het Museum”. Dit zijn maar enkele denkpistes waarover zeker verder moet nagedacht worden.

Ten derde wil ik dat er meer werk wordt gemaakt van een gevarieerd aanbod van wandelingen en alternatieve activiteiten. Verschillende gidsen zijn bezig een aantal interessante en leuke alternatieven uit te werken. Het werk van deze mensen moeten dringend gevaloriseerd worden. Daarom moeten deze initiatieven eerst geïnventariseerd worden, vervolgens moeten ze opgenomen worden in ons aanbod zodat er ook gepast promotie kan voor gemaakt worden.

Ten vierde en ten laatste wil ik een open discussie over de kwaliteit van het gidsen. Wij moeten ernaar streven om de juiste gidsen voor de juiste groepen aan te duiden. Volgens mij is het onmogelijk om als gids meer dan 20 thema’s grondig te kunnen instuderen. Daarom ben ik voorstander van een beperking op het aantal thema’s dat een gids kan opgeven bij het samenstellen van zijn profiel. Maar ik wil op dit vlak vooral een open discussie op gang brengen.

Dit is een ambitieus programma dat zeker niet op een jaar te realiseren is. Ik verwacht dat ook niet. Maar ik vraag wel een mandaat om op termijn stappen in deze richting te kunnen zetten. Als het ooit tot een stemming komt, zal ik vragen alleen op mij te stemmen als je akkoord bent met dit programma. Als ik zou verkozen worden, verwacht ik dat er minstens één van de hierboven vernoemde punten binnen het jaar kan gereduceerd worden. Zo niet zal ik hieruit conclusies trekken.

De neutrale lezer zal merken dat ik weer ambitieuze plannen heb. Sommigen zullen zeggen dat ik droom. Er is dan ook een kans dat er helemaal niets van komt. Ik vraag voor enkele zaken een mandaat om iets te realiseren. Als ik dat mandaat niet krijg, gaan de plannen niet door. Ik leg mijn kaarten open op tafel en maak duidelijk wat ik wil. Als anderen dit ook willen gaan de plannen door, zo niet blijft alles bij het oude. Ik heb het dan toch geprobeerd.

Nieuwjaarswensen

In dit laatste spinsel van het jaar wil ik even terugkijken maar vooral vooruitkijken. Dit wordt mijn persoonlijke nieuwjaarsbrief met  mijn persoonlijke wensen voor 2017 en dat zijn er heel wat geworden: van zeer persoonlijke voornemens tot wensdromen voor de maatschappij, en alles wat daartussen ligt.

Als ik terugblik op het afgelopen jaar, wens ik voor mezelf vooral voortgaan op het elan van de tweede helft. Dan ben ik thuisgekomen in Leuven en heb daar ontdekt waar ik mijn echte  vrienden moet zoeken. En of ik ze gevonden heb! Ik hoop dat dat duidelijk geworden is in deze kolommen want dat is een van de belangrijkste doelstellingen van deze blog.

Ik hoop dat ik in 2017 ook kan afrekenen met de eerste helft van het vorig jaar. De betrokkenen weten wat hiervoor nodig is, en meer woorden ga ik daar niet aan vuil maken.

Maar laat ik vooral naar de toekomst kijken en beginnen met wensen uit te delen. De eerste gaan naar een ploeg die ik officieel verlaten heb: de collega’s van TweeBergen. Ik weiger van ex-collega’s te spreken want voor mij zullen het altijd collega’s blijven. Als ze de al geroemde collegiale sfeer kunnen bewaren, worden de leercentra niet alleen verzamelplaatsen van kennis (in opbouw) maar ook bakens van gezelligheid.

Ik hoop ook dat Hilde er nog maar eens in slaagt de vertrekkers, de ene nog verrassender dan de andere, te vervangen door collega’s die bekwaam en collegiaal zijn. Haar parcours op dit vlak is  ronduit verbluffend maar nu staat ze wel voor een zeer moeilijke klus: hét gezicht van de Arenbergbib vervangen. Maar met de hulp van de collega’s moet ook dit wel lukken.

Hier volgt mijn eerste voornemen: de collega’s van beide bibliotheken gaan me nog regelmatig terugzien. Ik ben er zeker van dat de ontvangst even hartelijk zal zijn als ze altijd geweest is. Zij kunnen me natuurlijk ook altijd blijven zorgen via deze blog. Dat geldt natuurlijk ook voor de vertrekkers.

De volgende groep die ik het allerbeste wil toewensen, zijn zij die me in mijn stad hebben opgevangen: mijn vrienden van Leuven+. Ik zal niemand kwetsen als ik zeg dat ons schip zich in zwaar water bevindt. Je kan volgens mij op twee manieren op crisissen als deze reageren. De gemakkelijkste oplossing is aan de kant blijven staan en schelden op de kapitein en zijn bemanning maar dat lost natuurlijk niets op. Ik hoop echter dat ik enkele vrienden vind die mee het roer willen in handen nemen en mee willen zoeken naar nieuwe wegen om eruit te geraken. Ik wil in ieder geval de sprong wagen.

Wat er ook van zij, ik blijf ook in 2017 voortwerken aan de werven die ik ben opgestart: de digitale bibliotheek op onze website, het dossier over de universiteit in de eenentwintigste eeuw, en alternatieve vormen om onze stad te tonen (causerieën, quizzen, surplacewandelingen, …). Voor de eerste werf heb ik de hulp van onze webmaster. Het ziet ernaar uit dat ik de tweede kan opstarten met een viertal collega’s – daar kunnen er nog wel enkele bij. De derde werf is een persoonlijk initiatief. Dit is mijn manier om toch te kunnen blijven gidsen. Het dagcentrum de Hertog van Brabant is hierbij mijn laboratorium.

Daarmee ben ik gekomen bij een nieuwe vriendenkring die ik het beste wil toewensen: de bezoekers van het dagcentrum de Hertog van Brabant en zijn personeel. Hen wens ik vooral veel plezier met mijn “Leuvense” activiteiten. Nore, Sophie, Kris en Moncy, jullie kunnen op mij als vrijwilliger rekenen niet alleen voor Leuvense animatie maar ook voor kleine taakjes zoals boodschapjes, een rolstoel duwen, een enkeling begeleiden bij een wandelingetje, …

Ik heb ook nog enkele wensen voor mijn lotgenoten, Parkinsonpatiënten. Voor hen wordt 2017 een beetje een feestjaar. In 1817 schreef dokter Parkinson zijn essay over de ziekte die veel later zijn naam kreeg. Dit is het ideale moment om “onze” ziekte bekend te maken, hopelijk met goede informatie en niet met desinformatie. Ik blijf me in ieder geval inzetten voor juiste informatie binnen de Vlaamse Parkinson Liga en voor informatievaardigere patiënten.

Ten slotte wens ik alle lezers van mijn spinsels en Leuvense geschiedenissen, trouwe volgers en occasionele bezoekers, waar ook in de wereld, het allerbeste voor 2017. Om welke reden je dit ook leest, ik hoop dat je de informatie krijgt die je zoekt. Telkens als ik de statistieken bekijk, ben ik verrast te zien waar mijn blogs terechtkomen. Die tweeduizend vijfhonderd lezers komen blijkbaar uit alle werelddelen of het zijn min of meer tijdelijke passanten. Ik blijf alvast mijn best doen jullie nieuwsgierigheid te blijven voeden.

Afscheid van TweeBergen

Het is eindelijk zo ver, ik behoor niet meer tot het personeel van TweeBergen. Vandaag, 9 december 2016 neemt het arbeidscontract, gesloten op 8 april 1987 een einde. Ik heb lang gedacht dat je alleen uit een kliniek gelukkig ontslagen kan worden maar ik moet mijn mening herzien. Het kan raar klinken maar ik ben vandaag gelukkig met dit ontslag en ook al is de procedure allesbehalve eervol – in België moet je werkgever je ontslaan als je niet financieel wil gestraft worden – ik durf zeggen dat ik eervol ontslag neem.

Vooreerst is het een hele eer om met deze groep te hebben mogen samenwerken. Ik krijg tranen in de ogen als ik terugdenk aan de steun die ik van ALLE collega’s van TweeBergen, de twee locaties, gekregen heb in soms moeilijke tijden. Ik zal nooit vergeten hoe ik bij elk bezoek aan Gasthuisberg of Arenberg ontvangen werd alsof ik een van hen was. Het woordje “alsof” is hier slecht gekozen: ik was een van hen. Ik kan daarom alleen maar de oproep van Karen en Sandra bij hun afscheid bijtreden: koester de collegiale sfeer en de vriendschap in jullie groep. Niet alleen nieuwe collega’s genieten daarvan, collega’s met problemen evenzeer. Alstublieft, laat dit niet verloren gaan. Deze ongelooflijke collegialiteit maakt jullie uniek.

(Ondertussen 10 augustus)

Ik neem afscheid met opgeheven hoofd omdat ik durf te zeggen dat ik iets gerealiseerd heb. Ik heb, zoals Bram Vermeulen het zong, een steen verlegd in de rivier. Ik heb mee het begrip “Informatievaardigheden” op de kaart gezet binnen de universiteitsbibliotheek.

De titel van mijn eindwerk voor de bibliotheekschool toen nog in Brussel was “Informatie zoeken in de farmaceutische wetenschappen: een handleiding voor studenten en apothekers.” We spreken van 1988: het pre-Pubmed-tijdperk: medische literatuur opzoeken moest toen nog in de gedrukte versie van de Index Medicus. Om een artikel te vinden over de behandeling van de ziekte van Parkinson moest je eerst je weg vinden in één meter boeken of je moest bij de campusbibliothecaris terecht kunnen voor een online literatuuronderzoek. Dat gebeurde toen nog per telefoon. Hetzelfde gold voor chemische informatie (Chemical Abstracts) en citatieonderzoek (Science Citation Index). Nu heeft de hele universitaire gemeenshap toegang tot Pubmed, (Medline), Embase (Excerpta Medica), STN (Chemical Abstracts), Web of Science (Science Citation Index) en vele andere bibliografische databanken. Door de koppeling met de catalogus en de full-tekst-tijdschriften hoeft een student of onderzoeker niet meer naar de bibliotheek te komen om wetenschappelijke literatuur te vinden. In feite gebruikt hij de bibliotheek met afstandsbediening. Maar hij blijft de bibliotheek gebruiken. Dit duidelijk blijven maken aan haar stakeholders, blijft een grote uitdaging voor de bibliotheek.

Ook al lijken de middelen onbeperkt, bewijst de praktijk dat dit nog geen garantie is voor informatievaardige studenten en wetenschappers. Informatievaardig zijn betekent informatie kunnen zoeken, selecteren en op een ethische wijze te gebruiken. Als je alleen maar kijkt naar de berichten over plagiaat die regelmatig opduiken, zie je dat er op dit vlak nog een hele weg is af te leggen. Het ligt niet voor de hand om uit de massa’s gegevens die we continu te verwerken krijgen, de echte informatie uit te halen. Echte informatie is nuttige informatie: informatie die de onzekerheid doet verminderen.

Zeker op het vlak van wetenschappelijke informatie is de weg naar een informatievaardige samenleving nog zeer lang. Kijk maar naar de belabberde kwaliteit van wetensschappelijke nieuwsberichten in de krant, op radio en televisie, en naar de naïeve reacties hierop van de man in de straat: “ze hebben het in het nieuws gezegd”, … Zeker als het gaat over de gezondheid van mensen, wordt dit een belangrijk issue. Het belang van informatievaardige patiënten wordt mijns inziens nog te weinig begrepen. Dat is dan ook een punt waaraan ik – als vrijwilliger – zal blijven werken. Ik prijs me zeer gelukkig te weten dat ik in deze strijd gesteund word door de hele universiteit.

Ik vertrek ook met een gerust hart want ik weet dat mijn werk wordt voortgezet. Ik was ongelooflijk gelukkig toen ik zag hoe mijn opvolger mijn taken voortzette: de zoveelste voltreffer bij de selectie van een nieuwe medewerker. Dit kan geen toeval meer zijn. Niet alleen professioneel is het een schot in de roos, hij past ook perfect in deze groep van vrienden die zoveel meer zijn dan collega’s. Ook het jongste initiatief van het team informatiespecialisten, 2BIC (2Bergen Information Center), juich ik toe als een volgende stap in de evolutie van bibliotheek naar informatievaardigheidscentrum.

Ik vertrek dus met een goed gevoel, opgeheven hoofd en een gerust hart en toch wil ik liever niet spreken van een afscheid. Van deze vrienden wil ik geen afscheid nemen. Ik hoop dat ik de volgende jaren in beide bibliotheken nog altijd even welkom ben als ik altijd geweest ben. Ik zal ook blijven spreken van collega’s want zij hebben van het woord collega een eretitel gemaakt die ze levenslang verdienen te behouden.

Op verkenning door Wijgmaal

Wie nog niet weet wie mijn echte vrienden zijn, krijgt hier alvast een mooi voorbeeld.

Het begin van dit verhaal situeert zich enkele maanden geleden. Op een van mijn laatste verkenningen van Leuven loop ik aan de Kop van Kessel-Lo een collega-gids, Herman Verbrugge – nee, niet Markske van de Kampioenen – tegen het lijf. Wanneer ik hem vertel wat ik aan het doen ben, stelt hij me spontaan voor om samen “zijn” Wijgmaal te gaan verkennen. Dat was een buitenkans die ik niet mocht laten liggen want een betere gids voor het dorp van Remy kan je waarschijnlijk niet vinden.

Vandaag is het er dan van gekomen en nu weet ik het wel zeker: een betere gids van Wijgmaal kan je inderdaad niet vinden. Wij hebben twee uur in Wijgmaal rondgelopen en ik geloof dat we niemand zijn tegengekomen die Herman niet kende. En die man was dus twee uur mijn privégids in zijn dorp. Hij kent niet alleen de mensen, hij kent er ook de grote en de kleine geschiedenis van. Bovendien geloof ik niet dat er in Wijgmaal een socioculturele vereniging waarbij Herman niet betrokken (geweest) is. Met deze opvolger van Remy, met deze Helleputte van Wijgmaal heb ik dus twee uur mogen optrekken en dat was een zeer groot genoegen.

Dit zijn de vrienden die ik alleen in Leuven vind en daarom wil ik uit Leuven niet meer weg. Dit is ook het beste argument tegen een commerciële gidsenorganisatie. Ik kan me niet voorstellen dat ik in een organisatie als Leuven Leisure zo’n kans zou gekregen hebben. Die krijg je alleen in een vriendenkring en niet in een organisatie waarin je alleen maar een werknemer bent. Daarom ook doe ik hier nogmaals een warme oproep aan alle gidsen van Leuven+, laten we vooral vrienden blijven. Vriendschap en verbondenheid zijn de twee eigenschappen die ons uniek maken: vriendschap met elkaar en verbondenheid met Leuvense mensen en verenigingen. Dat moeten we koesteren.

Herman, ik kan je onmogelijk belonen om wat jij me deze voormiddag gegeven hebt. Het enige wat ik kan doen, is de informatie die jij me gegeven hebt, delen met alle vrienden van Leuven+. Vrienden van Leuven+, jullie zullen van deze verkenning zeker sporen terugvinden in toekomstige Leuvense Geschiedenissen en in de digitale bibliotheek op onze website. Als je ze daar leest, denk dan ook eens aan de ongelooflijke vriendschap waardoor dit mogelijk werd.

Ik word vrijwilliger

Ik heb gisteren zeer goed nieuws ontvangen. Na twee net-niet-ervaringen is de derde poging de goede gebleken. Bij de twee eerdere pogingen was er wel interesse maar wou men niet “investeren” in een vrijwilliger. Ik was wel de juiste persoon, maar niet op het juiste moment op de juiste plaats.

De plaats kan verrassend overkomen maar is in feite vrij logisch. Ik word vrijwilliger in De Hertog van Brabant, het dagcentrum van het Dijlehof. Daar zal ik meewerken aan de animatie voor de bezoekers van het dagcentrum. In feite verandert er niet zo veel. Ik ging al een keer in de week naar de Hertog van Brabant, als bezoeker, en organiseerde daar al enkele activiteiten (quiz, causerie, …) en ondersteunde al andere (winkelen, rolstoelen duwen, …) en ik zal dit blijven doen. Maar tot nu toe deed ik dat als – betalend – bezoeker en betaalde dus voor mijn eigen activiteiten en dat vond ik eigenlijk oneerlijk. Dit heb ik geschreven aan de directie van Dijlehof met het voorstel om als vrijwilliger te mogen doen wat ik nu doe en tot mijn grote blijdschap zijn ze me daarin gevolgd.

Ik ben daar zeer blij om niet in de eerste plaats omwille van het financiële aspect. Ik wil geen eurocent ontvangen voor mijn activiteiten maar nu moet ik er niet meer voor betalen. Ik zie het vooral als een appreciatie voor de inzet en het engagement die ik altijd getoond heb. Ik kan hen verzekeren dat dit engagement zeker niet zal verminderen. De steun van de directie zet me er toe aan er nog steviger in te vliegen.

Als ik uitga van een activiteit per maand, de andere weken zal ik meewerken aan andere activiteiten, heb ik nog voldoende activiteiten in petto voor minstens één jaar: genoeg vragen voor twee quizzen, vijf causerieën, vijf aangepaste uitstappen, drie museumbezoeken, …

Niet alleen ikzelf en de Hertog van Brabant maar ook mijn vrienden gidsen zullen ervan genieten. Ik beschouw mijn activiteiten voor het dagcentrum als laboratorium voor activiteiten die Leuven+ achteraf kan aanbieden aan andere groepen.

Mijn vrienden van de Vlaamse Parkinsonliga en andere Parkinsonvrienden moeten niet vrezen dat ik hen ga vergeten. Ik blijf me ook inzetten om mensen te informeren over de ziekte van Parkinson. Ik blijf trouwens ook kandidaat om op dat vlak vrijwilligerswerk te doen.

Kortom, ik zal me zeker niet vervelen.