Categorie archief: emotionele spinsels

Spinsels over wat ik voel?

Terugblik

Als ik op mijn vierenvijftigste levensjaar terugkijk, kan ik niet anders dan dat te doen met zeer gemengde gevoelens. Het was er een met hoge toppen en diepe dalen. Alles begon redelijk goed. Iedereen keek met een mengsel van hoop en schrik uit naar wat inderdaad het eerste hoogtepunt zou worden: mijn operatie. Ik heb al gesproken van een verrijzenis en een nieuw leven en daar blijf ik bij. Mijn persoonlijke Deus ex machina, professor Bart Nuttin, heeft me echt een nieuwe toekomst bezorgd. En een meer menselijke christusfiguur kan ik mij niet voorstellen: een arts-wetenschapper waarbij zijn grootte niet in de nek zit maar in het hart en in het verstand.

Helaas kwam kort daarna het diepe dal. Hier ga ik geen namen noemen, alleen feiten. Sommigen vinden dat ik hen te weinig noem, ik doe het ook nu niet. Zo kan ik niet het verwijt krijgen dat ik hen alleen vernoem in negatieve zin. Betrokkenen zullen wel doorhebben over wie ik het heb. De periode waarover ik het nu heb, is een compleet zinloze en nutteloze periode geweest, een periode die ik in dit spinsel van me wil afschrijven. Ik hoop dat de betrokkenen beseffen dat ze fout waren en dat ze uit hun fouten de nodige lessen trekken. Een echt gemeende “Sorry voor alles” zou hen sieren.

Deze periode begon einde maart en eindigde einde juni. Alles begon toen er abrupt een einde gesteld werd aan mijn asiel in Pamel. Toen ik daar emotioneel op reageerde – wat toch begrijpelijk is – waren de poppen aan het dansen. Zij zagen – ten onrechte – mijn emotionele reactie als een gevolg van mijn ziekte en ik evolueerde van kwaad naar erger als gevolg van de situatie. Als klap op de vuurpijl gebruikten ze een fabeltje als argument waarvan ze, als het te laat was, toegaven dat het een fabeltje was. Zo kwam ik terug terecht in Gasthuisberg. Dit is waarschijnlijk het meest nutteloze ziekenhuisverblijf in mijn leven. Overdag was ik meer elders op de campus dan op mijn kamer. En dit alleen omdat zij weigerden mij op te vangen. Ik draaide wel op voor de zinloze kosten.

Toen ik niet meer in het ziekenhuis kon blijven, weigerden ze me opnieuw op te vangen. Ze zouden me nog liever in een gespecialiseerd vluchtelingenkamp voor zieken gestopt hebben. Gelukkig werd het dat niet en vond ik asiel – kortverblijf noemt dat officieel – in Dijlehof. Daar liep alles goed tot ze me een heftige reactie op een organisatorische fout kwalijk maken. Ik werd gestraft omdat ik vond dat een activiteit op tijd moest beginnen en geen uur te vroeg. Liever dan hun eigen fout toe te geven stuurden ze me naar de psychiater en ik mocht weer opdraaien voor de kosten. Dat ze daarbij de patiëntenrechten overtraden en ongeoorloofd contact zochten met de familie, willen ze niet toegeven. Ik heb begrepen dat er toen ook druk is uitgeoefend op de dienst neurologie. Of wat men niet allemaal probeert om zijn eigen fouten maar niet te moeten toegeven.

Wanneer ik bepaalde praktijken vaststel die ingaan tegen internationale medische richtlijnen – Prolopa mag niet ingenomen worden bij een maaltijd – wordt daar niet op gereageerd. Zij gaan dus niet alleen psychologisch en juridisch in de fout, zij maken ook medisch een zware fout en weigeren tot nu toe hier iets aan te veranderen. Een mens zou voor minder kwaad worden.

Wat mij achteraf bekeken nog het meeste opvalt, is het feit dat zij allemaal bewezen hebben mij niet te kennen.

  • Hoe kan je er anders maar durven aan denken dat ik gelukkig zou kunnen zijn in een gespecialiseerd centrum buiten mijn leefwereld. Is mijn geluk niet meer waard dan een half uur langer in de file staan?
  • Waarom heb je anders niet meer vertrouwen in mijn herstelkracht en blijf je je focussen op het ogenblik dat het weer slecht gaat. Ik heb ondertussen toch bewezen dat ik niet zo naïef ben daaraan niet te denken. Ik heb daarbij geen hulp nodig.
  • Waarom durf je te twijfelen aan de loyauteit van mijn werkgever. Ik kan me geen loyaler werkgever voorstellen. Ik zal Hildes “Fuck the system” nooit vergeten en het siert de universiteit dat ze de capaciteiten van deze zeer grote dame gehonoreerd hebben. Ik heb er hierdoor een beschermvrouw op het hoogste niveau bijgekregen.
  • Waarom durf je anders nog te twijfelen aan de loyauteit van mijn Leuvense vriendenkring. Zij hebben me nooit in de steek gelaten en dat kan van niet iedereen gezegd worden.

Ook voor dit gebrek aan mensenkennis is een welgemeend sorry op zijn plaats.

Maar gelukkig eindigt dit levensjaar – en dus ook dit spinsel – positief. Ik ben uit deze diepe put waar zij me samen hebben ingeduwd, helemaal alleen uitgekropen en daar ben ik fier op. Ik heb me wel altijd moreel gesteund gevoeld door een aantal mensen die ik nu wel met naam ga noemen want zij verdienen het ook al zijn ze in deze spinsels al vaker vernoemd.

In de eerste plaats denk ik hier aan mijn collega’s van TweeBergen. Het woord “collega” lijkt wel voor hen uitgevonden te zijn. Ik kan me geen collegialer werkomgeving voorstellen. Bij elk bezoek verlaat ik een van de twee bibliotheken met het fantastische gevoel “ik hoor er nog bij”. Ik hoop dan ook dat dit gevoel blijft ook als ik er officieel niet meer bij hoor. Voor mij zijn jullie collega’s voor het leven.

In de tweede plaats – de volgorde is zuiver toevallig en perfect omkeerbaar – zijn mijn vrienden van Leuven+. Die vriendschap is op zich voldoende bestaansreden voor de oude gidsenbond want die kan Leuven Leisure of andere commerciële organisatie nooit bieden. Het zal hiermee wel duidelijk zijn dat ik niet geloof in een commerciële gidsenbond. Ik zal niet gauw mijn herintroductie in Leuven op een Erfgoeddag samen met Marleen vergeten. Het was de eerste van een lange reeks ontmoetingen die alle even hartelijk waren. Vrienden van Leuven+, jullie hebben ervoor gezorgd dat ik me onmiddellijk weer in Leuven thuis voelde.

Met wat professionele hulp en met de mentale steun van mijn vrienden werken we aan een toekomst die op de positieve lijn van de laatste maanden voortborduurt zodat we die drie desastreuze maanden voor goed achter ons kunnen laten.

Bedankt Evelien

Zoals je kan afleiden uit de titel wordt dit een positief spinsel. Dat wordt het zeker voor het grootste deel en het kleine beetje kritiek heeft dan niets met Evelien te maken.

Dit spinsel is een eerbetoon aan een professioneel hulpverlener waar ik jammer genoeg afscheid van moet nemen: Evelien Peeters, maatschappelijk werkster van de CM in Leuven. En dat ze professioneel is, heb ik nog maar eens mogen ondervinden in mijn laatste contact met haar. Ik had een afspraak gemaakt omdat ik enkele (drie) puntjes te bespreken had. Ik ben vandaag naar de afspraak gegaan en een half uur later ben ik buitengegaan met een antwoord op al mijn vragen. Dit is wat ik zou noemen: klantvriendelijkheid gekoppeld aan efficiëntie, en Klantvriendelijkheid mag hier mrt een zeer grote K geschreven worden. Ik denk dat een “stage” van een half uurtje bij Evelien meer zegt over klantvriendelijkheid dan een of meer zogezegd professionele sessies klantvriendelijkheid door een of andere goedbetaalde consultant.

Nu ze afscheid neemt van Leuven en haar geluk zoekt in een regio korter bij huis, kan ik haar alleen maar danken voor alles wat ze voor mij gedaan heeft en hopen dat haar opvolger uit hetzelfde hout gesneden is. Mensen uit de regio Kortenberg kan ik één ding meegeven: als je met vragen zit rond de sociale aspecten van je gezondheid, aarzel niet contact op te nemen met de CM, jullie krijgen een fantastische maatschappelijke werkster.

Voor ik een klein beetje gal spui, wil ik hier nog iemand in de lof betrekken: de persoon die me door me te wijzen op de gratis Dienst Maatschappelijk Werk bij Evelien gebracht heeft. Ik denk dat dit het beste advies is dat ik in de laatste tien jaar gekregen heb. Daarom, bedankt Nele, want dat is volledig jouw verdienste.

En dan nu het onvermijdelijke zwarte kantje. Het is toch alleen mogelijk in een land waar politici stemmen kunnen verdienen door mensen te geven waar ze recht op hebben dat het bestaan van een gratis dienst maatschappelijk werk niet gekend is bij de mensen die hem of haar (in dit geval was de dienst tot nu toe vrouwelijk) nodig hebben. En zo kom ik weer bij een van mijn stokpaardjes: In België is zeer veel mogelijk maar niemand weet het omdat men het vertikt de mensen te informeren. Dit zal ik blijven aanklagen zolang ik leef.

Maar ik wil dit spinsel toch positief afsluiten en hoe kan ik dat beter doen door nog eens een welgemeend bedankt. Evelien, dit komt uit de grond van mijn hart:

BEDANKT VOOR AL JE HULP.

Het ga je goed.

Een uniek moment

Opgedragen aan Jef, een klein mannetje van 88 jaar maar een zeer groot mens.

Laten we Jef eerst voorstellen. Jef is mijn tafelgenoot geworden na mijn verbanning van mijn eerste plaats in Dijlehof. Ook al blijf ik dit een onrechtvaardige maatregel vinden, heeft dit er wel voor gezorgd dat ik Jef heb leren kennen en daar ben ik wel blij om. Ik moet toegeven dat Jef de enige tafelgenoot is waarmee ik altijd heb kunnen praten. Niet dat het een spraakwaterval is maar als hij iets zegt is het samenhangend en hij is altijd aanspreekbaar, iets dat van de andere vaste tafelgenoten niet kan gezegd worden. Ik laat de tijdelijke tafelgast Tom even buiten beschouwing want die hebben we helaas maar een paar dagen mogen meemaken.

Jef is dus 88 jaar maar nog verrassend zelfstandig. ’s Morgens eet hij op zijn kamer, maar ’s middags en ’s namiddags komt hij meestal zonder hulp aan tafel. Het helpt wel dat zijn kamer zich op dezelfde verdieping als de refter bevindt maar in tegenstelling tot de meeste andere bewoners heeft hij geen hulp nodig, elke maaltijd komt hij met zijn rollator en zijn stok rustig afgestapt. Aan tafel heeft hij het meeste plezier met al dan niet bedoeld grappige uitspraken van tafelgenoten en met de onhandigheid van zijn overbuur.

Van zijn verleden weet ik niet zo veel, alleen dat hij apotheker is en altijd een apotheek gehad heeft in de Pakenstraat en dat een van zijn eerste jobs een vervanging (of een stage, dat weet hij zelf niet meer) was in de apotheek in het huis de Ploegh in de Mechelsestraat, waarschijnlijk de apotheek in de mooiste locatie van heel Leuven en de verre omtrek.

Dit manneke van iets meer dan anderhalve meter heeft mij ongetwijfeld onbewust misschien wel het meest ontroerende moment tijdens mijn verblijf in Dijlehof bezorgd. Het was op Vaderdag en na een lekker middagmaal kregen we als dessert een stuk taart en Jef kreeg een stukje met de tekst “voor mijn lieve vader”. Wij zullen wel nooit weten waarom maar plots kwamen er tranen in zijn ogen en Jef huilde als … ik zou zeggen als een klein kind, maar dat is Jef oneer aandoen, want deze emoties waren echt. Dit was zo aandoenlijk, zo natuurlijk, zo gevoelig dat iedereen er stil van werd.

Ik heb me sindsdien al vaak afgevraagd wat er toen in dat hoofdje omging. Welk feit uit een achtentachtigjarige geschiedenis lag aan de basis of was het een combinatie van gedachten en emoties die dit uitbarsten van gevoelens veroorzaakte. We zullen het waarschijnlijk nooit weten en ik moet het ook niet weten. Voor mij blijft dit een moment met meer emotie als in twintig jaar “Thuis” en “Familie” samen. Dit was echt.

Bedankt, Magda

Eerst even situeren: voor de Pamelse vrienden volstaat waarschijnlijk gewoon “Magda van Meester Cornel”, voor de anderen: Magda was mijn thuisverpleegster in Pamel maar nog zoveel meer maar dat zal wel duidelijk blijken uit wat volgt.

Bedankt Magda, omdat je er altijd was als ik je nodig had. Soms om zes uur in de ochtend indien dat nodig was. Je was een zorgzame verpleegster maar in het licht van de rest was dat bijna bijzaak. Je was zoveel meer.

Bedankt voor al het begrip. Jij was de persoon die mij misschien het beste begreep. Je begreep mijn frustraties en mijn beperkingen. Je zou mee gevloekt hebben indien je kon. Je was erbij als ik in tranen was. Ik ben dan ook zeer blij dat je ermee stopt wanneer ik terug uit het dal aan het klimmen ben en weer met hoop en vertrouwen naar de toekomst kan kijken.

Ik durf niet te zeggen dat er geen tranen meer zullen vloeien. Het einde van de tunnel is in zicht maar de tunnel zelf kan nog moeilijker zijn dan verwacht. Maar stap voor stap komen we er wel. Bedankt voor het stuk weg dat je met mij hebt afgelegd. Het was bijwijlen een zeer moeilijke pad maar je hebt me steeds gesteund en mij gewezen op de toekomst ook op momenten dat ik die toekomst niet meer zag.

Bedankt voor de mooie herinneringen aan mijn vader. Jouw vader en mijn vader zijn jaren zo veel meer geweest dan collega’s en daar kon jij zo teder over vertellen. Zij waren inderdaad Meesters ook al waren ze geen advokaten. Het waren beide waarschijnlijk de laatste vertegenwoordigers van een generatie waarbij de “meesters” nog tot de notabelen van het dorp behoorden. Wie Meester Cornel en Meester Robert niet kende was waarschijnlijk niet van Pamel.

Wij zijn opgegroeid in een warm nest met grote vensters open op de werelld. Dat heb jij bevestigd en geïllustreerd met je prachtige verhalen en je mooie herinneringen. Zij brachten mijn vader weer tot leven.

Ik denk dat ik voldoende heb aangetoond dat Magda veel meer was/is dan een verpleegster. Magda, voor dat alles wil ik je in dit kort spinsel zeer hartelijk bedanken. Ik heb wel afscheid genomen van mijn verpleegster maar ik heb zeker nog geen afscheid genomen van de vriendin Magda.

Magda, ik hoop dat je nu tijd hebt om ook eens aan jezelf te denken, om de dingen te doen die je graag doet, om te volgen wat je interesseert. En ik hoop natuurlijk – ik ben daar in feite vrij zeker van – dat ook deze spinsels daarbij behoren.

Het ga je goed.

Tranen

Dinsdag 24 februari,

Gisterenmorgen is de veer gebroken. De opgekropte frustratie van de laatste weken barstte open in een tranenbui. Eergisteren was al een rotdag met in totaal meer dan vijf uur dystonie en gisteren begon al niet veel beter: na een periode van dystonie in de ochtend en daaropvolgend een periode van verlammende tremor bastte de buil open en liet ik mijn tranen de vrije loop. In eerste instantie waren dit tranen van pure frustratie: frustratie omdat je niet kan doen wat je wilt doen. Ik prijs mij gelukkig dat ik weet wat te doen als ik “on” ben maar het is daarom extra frustrerend als je dat niet kunt doen. Daarboven komt nog het vervelende gevoel van de tremor waardoor je nergens langer dan tien minuten kunt blijven zitten omdat je nergens comfortabel zit. Op “normale” dagen vergeet je die “off”-periode nog vrij snel bij de volgende ”on”-periode. Maar gisteren was het “wachten op Godot” en bleef de schakelaar op uit staan. Dit was misschien wel het ongelukkigste moment in jaren.

Ook in de namiddag hebben er nog traantjes gevloeid, tot tweemaal toe, maar dan waren het tranen van ontroering. Niet toevallig was het tweemaal tijdens een bezoek van een buurvrouw of -man. Wanneer de buurvrouw, tevens ook nicht, het verhaal vertelt van de jeugd van het vriendinnetje van haar zoon, besef ik pas hoe dankbaar ik mijn ouders ben en blijf omdat we mochten opgroeien in een warm nest. Een warm nest met grote vensters open op de wereld.

Met mijn buurman hebben we het nog maar eens over “gaan werken”. En ook nu weer moesten we vaststellen dat ik enorm geluk gehad heb om in deze groep mensen terecht te komen. Dat wordt alleen maar bevestigd door de unanieme steunbetuiging die ik van de hele groep van 2Bergen, twee bibliotheken, 35 personeelsleden, van hoog tot laag, heb mogen ontvangen.

Het is ook een enorme geruststelling te weten dat je werkgever voor de volle honderd percent kiest voor het welzijn van zijn werknemer – natuurlijk binnen de grenzen van het wettelijk en reglementair kader. Ik ben er voor honderd percent zeker van dat mijn “bazen” geen misbruik gaan maken van de situatie om mij te dumpen. In tegendeel, ik weet zeker dat ze er alles zullen aan doen om ervoor te zorgen dat ik, zoveel ik kan en zoveel ik wil, kan terugkeren naar 2Bergen.

Dat werd al aangetoond toen ik niet meer voltijds kon gaan werken. De keuze die toen gemaakt is voor de voor mij gunstigste oplossing is alleen mogelijk omdat mijn diensthoofd dat ook wou. De uitspraak van Hilde: “Dit is voor ons (de KU Leuven) de beste keuze maar die wil ik niet” zal ik nooit vergeten. Dat was haar “Fuck the system”, daar heeft zij gekozen voor de mens. Daar ligt voor mij het verschil tussen een goede manager en een echte grote leider. Echte grote leiders blijven de mens zien in het personeel dat ze moeten aansturen, ook in moeilijke tijden.

Als ik deze morgen wakker werd en me terug goed voelde in mijn vel, dacht ik terug aan de tranen van gisteren en bedacht ik dat ook dit een deel van mijn verhaal is. Daarom is mijn laatste spinsel voor D-day toch niet het allerlaatste geworden en krijgen jullie dit kleine extraatje. Als eerbetuiging aan alle mensen die mij van in het begin tot nu hebben gesteund en die mij van nu tot op het einde zullen blijven steunen. En ik hoop natuurlijk ook dat dit nog vele jaren zullen zijn.