Terugblik

Als ik op mijn vierenvijftigste levensjaar terugkijk, kan ik niet anders dan dat te doen met zeer gemengde gevoelens. Het was er een met hoge toppen en diepe dalen. Alles begon redelijk goed. Iedereen keek met een mengsel van hoop en schrik uit naar wat inderdaad het eerste hoogtepunt zou worden: mijn operatie. Ik heb al gesproken van een verrijzenis en een nieuw leven en daar blijf ik bij. Mijn persoonlijke Deus ex machina, professor Bart Nuttin, heeft me echt een nieuwe toekomst bezorgd. En een meer menselijke christusfiguur kan ik mij niet voorstellen: een arts-wetenschapper waarbij zijn grootte niet in de nek zit maar in het hart en in het verstand.

Helaas kwam kort daarna het diepe dal. Hier ga ik geen namen noemen, alleen feiten. Sommigen vinden dat ik hen te weinig noem, ik doe het ook nu niet. Zo kan ik niet het verwijt krijgen dat ik hen alleen vernoem in negatieve zin. Betrokkenen zullen wel doorhebben over wie ik het heb. De periode waarover ik het nu heb, is een compleet zinloze en nutteloze periode geweest, een periode die ik in dit spinsel van me wil afschrijven. Ik hoop dat de betrokkenen beseffen dat ze fout waren en dat ze uit hun fouten de nodige lessen trekken. Een echt gemeende “Sorry voor alles” zou hen sieren.

Deze periode begon einde maart en eindigde einde juni. Alles begon toen er abrupt een einde gesteld werd aan mijn asiel in Pamel. Toen ik daar emotioneel op reageerde – wat toch begrijpelijk is – waren de poppen aan het dansen. Zij zagen – ten onrechte – mijn emotionele reactie als een gevolg van mijn ziekte en ik evolueerde van kwaad naar erger als gevolg van de situatie. Als klap op de vuurpijl gebruikten ze een fabeltje als argument waarvan ze, als het te laat was, toegaven dat het een fabeltje was. Zo kwam ik terug terecht in Gasthuisberg. Dit is waarschijnlijk het meest nutteloze ziekenhuisverblijf in mijn leven. Overdag was ik meer elders op de campus dan op mijn kamer. En dit alleen omdat zij weigerden mij op te vangen. Ik draaide wel op voor de zinloze kosten.

Toen ik niet meer in het ziekenhuis kon blijven, weigerden ze me opnieuw op te vangen. Ze zouden me nog liever in een gespecialiseerd vluchtelingenkamp voor zieken gestopt hebben. Gelukkig werd het dat niet en vond ik asiel – kortverblijf noemt dat officieel – in Dijlehof. Daar liep alles goed tot ze me een heftige reactie op een organisatorische fout kwalijk maken. Ik werd gestraft omdat ik vond dat een activiteit op tijd moest beginnen en geen uur te vroeg. Liever dan hun eigen fout toe te geven stuurden ze me naar de psychiater en ik mocht weer opdraaien voor de kosten. Dat ze daarbij de patiëntenrechten overtraden en ongeoorloofd contact zochten met de familie, willen ze niet toegeven. Ik heb begrepen dat er toen ook druk is uitgeoefend op de dienst neurologie. Of wat men niet allemaal probeert om zijn eigen fouten maar niet te moeten toegeven.

Wanneer ik bepaalde praktijken vaststel die ingaan tegen internationale medische richtlijnen – Prolopa mag niet ingenomen worden bij een maaltijd – wordt daar niet op gereageerd. Zij gaan dus niet alleen psychologisch en juridisch in de fout, zij maken ook medisch een zware fout en weigeren tot nu toe hier iets aan te veranderen. Een mens zou voor minder kwaad worden.

Wat mij achteraf bekeken nog het meeste opvalt, is het feit dat zij allemaal bewezen hebben mij niet te kennen.

  • Hoe kan je er anders maar durven aan denken dat ik gelukkig zou kunnen zijn in een gespecialiseerd centrum buiten mijn leefwereld. Is mijn geluk niet meer waard dan een half uur langer in de file staan?
  • Waarom heb je anders niet meer vertrouwen in mijn herstelkracht en blijf je je focussen op het ogenblik dat het weer slecht gaat. Ik heb ondertussen toch bewezen dat ik niet zo naïef ben daaraan niet te denken. Ik heb daarbij geen hulp nodig.
  • Waarom durf je te twijfelen aan de loyauteit van mijn werkgever. Ik kan me geen loyaler werkgever voorstellen. Ik zal Hildes “Fuck the system” nooit vergeten en het siert de universiteit dat ze de capaciteiten van deze zeer grote dame gehonoreerd hebben. Ik heb er hierdoor een beschermvrouw op het hoogste niveau bijgekregen.
  • Waarom durf je anders nog te twijfelen aan de loyauteit van mijn Leuvense vriendenkring. Zij hebben me nooit in de steek gelaten en dat kan van niet iedereen gezegd worden.

Ook voor dit gebrek aan mensenkennis is een welgemeend sorry op zijn plaats.

Maar gelukkig eindigt dit levensjaar – en dus ook dit spinsel – positief. Ik ben uit deze diepe put waar zij me samen hebben ingeduwd, helemaal alleen uitgekropen en daar ben ik fier op. Ik heb me wel altijd moreel gesteund gevoeld door een aantal mensen die ik nu wel met naam ga noemen want zij verdienen het ook al zijn ze in deze spinsels al vaker vernoemd.

In de eerste plaats denk ik hier aan mijn collega’s van TweeBergen. Het woord “collega” lijkt wel voor hen uitgevonden te zijn. Ik kan me geen collegialer werkomgeving voorstellen. Bij elk bezoek verlaat ik een van de twee bibliotheken met het fantastische gevoel “ik hoor er nog bij”. Ik hoop dan ook dat dit gevoel blijft ook als ik er officieel niet meer bij hoor. Voor mij zijn jullie collega’s voor het leven.

In de tweede plaats – de volgorde is zuiver toevallig en perfect omkeerbaar – zijn mijn vrienden van Leuven+. Die vriendschap is op zich voldoende bestaansreden voor de oude gidsenbond want die kan Leuven Leisure of andere commerciële organisatie nooit bieden. Het zal hiermee wel duidelijk zijn dat ik niet geloof in een commerciële gidsenbond. Ik zal niet gauw mijn herintroductie in Leuven op een Erfgoeddag samen met Marleen vergeten. Het was de eerste van een lange reeks ontmoetingen die alle even hartelijk waren. Vrienden van Leuven+, jullie hebben ervoor gezorgd dat ik me onmiddellijk weer in Leuven thuis voelde.

Met wat professionele hulp en met de mentale steun van mijn vrienden werken we aan een toekomst die op de positieve lijn van de laatste maanden voortborduurt zodat we die drie desastreuze maanden voor goed achter ons kunnen laten.

Bedankt Evelien

Zoals je kan afleiden uit de titel wordt dit een positief spinsel. Dat wordt het zeker voor het grootste deel en het kleine beetje kritiek heeft dan niets met Evelien te maken.

Dit spinsel is een eerbetoon aan een professioneel hulpverlener waar ik jammer genoeg afscheid van moet nemen: Evelien Peeters, maatschappelijk werkster van de CM in Leuven. En dat ze professioneel is, heb ik nog maar eens mogen ondervinden in mijn laatste contact met haar. Ik had een afspraak gemaakt omdat ik enkele (drie) puntjes te bespreken had. Ik ben vandaag naar de afspraak gegaan en een half uur later ben ik buitengegaan met een antwoord op al mijn vragen. Dit is wat ik zou noemen: klantvriendelijkheid gekoppeld aan efficiëntie, en Klantvriendelijkheid mag hier mrt een zeer grote K geschreven worden. Ik denk dat een “stage” van een half uurtje bij Evelien meer zegt over klantvriendelijkheid dan een of meer zogezegd professionele sessies klantvriendelijkheid door een of andere goedbetaalde consultant.

Nu ze afscheid neemt van Leuven en haar geluk zoekt in een regio korter bij huis, kan ik haar alleen maar danken voor alles wat ze voor mij gedaan heeft en hopen dat haar opvolger uit hetzelfde hout gesneden is. Mensen uit de regio Kortenberg kan ik één ding meegeven: als je met vragen zit rond de sociale aspecten van je gezondheid, aarzel niet contact op te nemen met de CM, jullie krijgen een fantastische maatschappelijke werkster.

Voor ik een klein beetje gal spui, wil ik hier nog iemand in de lof betrekken: de persoon die me door me te wijzen op de gratis Dienst Maatschappelijk Werk bij Evelien gebracht heeft. Ik denk dat dit het beste advies is dat ik in de laatste tien jaar gekregen heb. Daarom, bedankt Nele, want dat is volledig jouw verdienste.

En dan nu het onvermijdelijke zwarte kantje. Het is toch alleen mogelijk in een land waar politici stemmen kunnen verdienen door mensen te geven waar ze recht op hebben dat het bestaan van een gratis dienst maatschappelijk werk niet gekend is bij de mensen die hem of haar (in dit geval was de dienst tot nu toe vrouwelijk) nodig hebben. En zo kom ik weer bij een van mijn stokpaardjes: In België is zeer veel mogelijk maar niemand weet het omdat men het vertikt de mensen te informeren. Dit zal ik blijven aanklagen zolang ik leef.

Maar ik wil dit spinsel toch positief afsluiten en hoe kan ik dat beter doen door nog eens een welgemeend bedankt. Evelien, dit komt uit de grond van mijn hart:

BEDANKT VOOR AL JE HULP.

Het ga je goed.

Een toekomst voor Leuven+

Het zomerseizoen is goed op gang gekomen met de bijhorende zomerwandelingen en dat is een goede gelegenheid om eens na te denken over de toekomst van Leuven+. Daarom ben ik eens gaan grasduinen in de tekstjes die ik als voorwoord geschreven heb voor de LGB-krant toen die nog bestond. Ik ben daar gestoten op een paar teksten die nog altijd verrassend actueel zijn en aangezien ik in tegenstelling tot bepaalde politici mijn mening niet laat afhangen van het moment, sta ik nog altijd achter alles wat ik geschreven heb. Daarom lees je hieronder enkele fragmenten met waar nodig een korte duiding.

De eerste tekst heb ik niet zelf geschreven maar is geschreven door de pioniers van de Leuvense Gidsenbond. Je kon die tekst lezen op twee borden in de gang van het toenmalige gidsenhuis.

Doel van de L.G.B.

  1. de toeristische gidsen van Leuven te verenigen en hun belangen te verdedigen, hun vervolmaking na te streven door informatie en documentatie.
  2. ten dienste staan van
    • het ontvangst: scholen, groepen en verenigingen,
    • de stedelijke dienst van toerisme, de V.V.V.
      • door het organiseren van Ken Uw Stadwandelingen, zomerwandelingen, museumbezoek,
      • om medewerking te verlenen aan bijzondere initiatieven: Open Monumentendag, tentoonstellingen, boottochten.
  1. het toerisme mee helpen uitbouwen
    • door Leuven als kunst- en toeristische stad te belichten en propaganda te maken,
    • door te ijveren voor de revalorisatie van het kunst- en architecturaal patrimonium.
  2. de studie van Leuven te bevorderen door
    • het inrichten van voordrachten over kunst en geschiedenis,
    • de uitbouw van een documentatiecentrum in een gerestaureerd lokaal “Den Horen”

Het gerestaureerd lokaal zijn we kwijt en de Ken-Uw-Stad- en zomerwandelingen doen we niet meer “ten dienste van de stedelijke dienst toerisme”.

 

Ook zoveel jaren geleden werd er al gedroomd van een toekomst. Ik blijf in feite nog altijd hetzelfde dromen.

Waar ik van droom

Ik droom van een groep enthousiastelingen – enthousiast over Leuven – die hun enthousiasme willen overbrengen aan anderen – Leuvenaars en toeristen.

Ik droom dat ikzelf nog altijd gebeten ben door de Leuvense cultuur en geschiedenis – in de brede zin van het woord – en dat ik dat nog altijd kan overbrengen aan bezoekers van Leuven en Leuvenaars. Ik hoop dat toeristen dan nog steeds kunnen zeggen: “We zien dat je het (= gidsen) graag doet.”

Ik hoop dat ik mijn kennis van Leuven binnen vijf jaar nog altijd kan ten dienste stellen van de Leuvense gidsenbond.

Ik weet dat een grote Vlaamse auteur ooit gezegd heeft: “tussen droom en daad staan wetten in de weg en praktische bezwaren.” In mijn geval zijn die “praktische bezwaren” van medische aard maar dat houdt mij niet tegen te blijven dromen en zo lang als ik kan, zal ik blijven proberen deze dromen te realiseren. En als ik het niet meer kan, hoop ik dat er nog gidsen zijn die mijn dromen delen en ze willen omzetten in daden.

Ook achter de volgende adviezen sta ik nog volledig achter. Het enige wat hier moet aangepast worden is de benaming “Koninklijke Leuvense Gidsenbond” die kan veranderen in Leuven+.

Een toekomst voor de Koninklijke Leuvense Gidsenbond

Ik ben er rotsvast van overtuigd dat er voor de Koninklijke Leuvense Gidsenbond nog een toekomst is in een “vrijgemaakte” toeristische markt. De VRT is ook niet verdwenen met de komst van de VTM. Ze is er volgens sommigen zelfs sterker uitgekomen. Dat betekent zeker niet dat we op onze lauweren kunnen rusten. Als we voor de LGB een toekomst willen, zullen we er zelf moeten aan werken.

Ik zou mijn visie willen verwoorden in drie aandachtspunten voor de toekomst. Ik zal ze verwoorden als adviezen voor de Koninklijke Leuvense Gidsenbond.

 

  1. We moeten zorgen voor inhoudelijke kwaliteit.

We moeten blijven werken aan inhoudelijk sterke rondleidingen die meer zijn dan twee uur leuk amusement. Ik ben ervan overtuigd dat er altijd een publiek zal zijn dat ook iets nieuws wil opsteken over Leuven.

  1. Wij moeten onszelf blijven.

We moeten in de eerste plaats blijven doen waar we goed in zijn en niet proberen de concurrentie te imiteren. Het origineel is altijd beter dan de imitatie. Het publiek moet weten wat ze van ons kan verwachten: een aangename én interessante wandeling (fietstocht of rondrit) waarbij het iets hoort, ziet of voelt wat het nog niet kende.

  1. Wij moeten onze relaties blijven verzorgen.

Een belangrijke troef van de Koninklijke Leuvense Gidsenbond is het woordje “Leuvense” in onze naam. Wij moeten er alles aan doen om een goede relatie met de stad, de universiteit, de musea, …te onderhouden. Daardoor kunnen we het publiek zaken tonen die het anders niet zou zien. Door onze lokale verankering zijn we ook de natuurlijke parter voor de Leuvense socioculturele verenigingen. We moeten er alles aan doen om deze relaties te behouden en nog te versterken.

 

Als we ons met ons allen blijven inzetten voor de Koninklijke Leuvense Gidsenbond en voor de mensen die we ontvangen, geloof ik in een boeiende toekomst voor onze vereniging, ook al komen er grote uitdagingen op ons af.

 

Ten slotte heb ik ook nog deze korte tip teruggevonden.

Ik heb nog een boodschap aan alle gidsen die zich actief inzetten. Laten we allemaal ophouden te praten over “wij” en “zij” en laten we allemaal samenwerken aan één Leuvense Gidsenbond. De buitenposten geven het goede voorbeeld.

Een uniek moment

Opgedragen aan Jef, een klein mannetje van 88 jaar maar een zeer groot mens.

Laten we Jef eerst voorstellen. Jef is mijn tafelgenoot geworden na mijn verbanning van mijn eerste plaats in Dijlehof. Ook al blijf ik dit een onrechtvaardige maatregel vinden, heeft dit er wel voor gezorgd dat ik Jef heb leren kennen en daar ben ik wel blij om. Ik moet toegeven dat Jef de enige tafelgenoot is waarmee ik altijd heb kunnen praten. Niet dat het een spraakwaterval is maar als hij iets zegt is het samenhangend en hij is altijd aanspreekbaar, iets dat van de andere vaste tafelgenoten niet kan gezegd worden. Ik laat de tijdelijke tafelgast Tom even buiten beschouwing want die hebben we helaas maar een paar dagen mogen meemaken.

Jef is dus 88 jaar maar nog verrassend zelfstandig. ’s Morgens eet hij op zijn kamer, maar ’s middags en ’s namiddags komt hij meestal zonder hulp aan tafel. Het helpt wel dat zijn kamer zich op dezelfde verdieping als de refter bevindt maar in tegenstelling tot de meeste andere bewoners heeft hij geen hulp nodig, elke maaltijd komt hij met zijn rollator en zijn stok rustig afgestapt. Aan tafel heeft hij het meeste plezier met al dan niet bedoeld grappige uitspraken van tafelgenoten en met de onhandigheid van zijn overbuur.

Van zijn verleden weet ik niet zo veel, alleen dat hij apotheker is en altijd een apotheek gehad heeft in de Pakenstraat en dat een van zijn eerste jobs een vervanging (of een stage, dat weet hij zelf niet meer) was in de apotheek in het huis de Ploegh in de Mechelsestraat, waarschijnlijk de apotheek in de mooiste locatie van heel Leuven en de verre omtrek.

Dit manneke van iets meer dan anderhalve meter heeft mij ongetwijfeld onbewust misschien wel het meest ontroerende moment tijdens mijn verblijf in Dijlehof bezorgd. Het was op Vaderdag en na een lekker middagmaal kregen we als dessert een stuk taart en Jef kreeg een stukje met de tekst “voor mijn lieve vader”. Wij zullen wel nooit weten waarom maar plots kwamen er tranen in zijn ogen en Jef huilde als … ik zou zeggen als een klein kind, maar dat is Jef oneer aandoen, want deze emoties waren echt. Dit was zo aandoenlijk, zo natuurlijk, zo gevoelig dat iedereen er stil van werd.

Ik heb me sindsdien al vaak afgevraagd wat er toen in dat hoofdje omging. Welk feit uit een achtentachtigjarige geschiedenis lag aan de basis of was het een combinatie van gedachten en emoties die dit uitbarsten van gevoelens veroorzaakte. We zullen het waarschijnlijk nooit weten en ik moet het ook niet weten. Voor mij blijft dit een moment met meer emotie als in twintig jaar “Thuis” en “Familie” samen. Dit was echt.

Ik ben terug

Een positief spinsel op verzoek

Op verzoek wordt dit een spinsel waarin ik mij niet ga kwaad maken. Voor alle duidelijkheid, om het met de woorden van Johan Verminnen te zeggen: “Ik voel me goed”. De kwaadheid in vorige spinsels is dus geen uiting van mijn persoonlijke gemoedstoestand maar veeleer een uitdrukking van mijn persoonlijke betrokkenheid. In mijn kwaadheid viseer ik altijd systemen. Als ik daarbij per ongeluk ook mensen geraakt heb, en iemand zich ook persoonlijk gekwetst voelt, wil ik me daarvoor oprecht verontschuldigen.

Maar deze keer verder geen geklaag. Trouwe lezers – ik blijf me verbazen waar jullie allemaal vandaan komen – kennen mijn manieren om op een positieve manier uit te drukken dat ik me goed voel: danken en mijn plannen bekend maken. Door te danken wil ik vooral uitdrukken dat mijn goed voelen niet alleen mijn verdienste is maar dat dit pas mogelijk is met de hulp van velen. Aangezien ik niet altijd iedereen kan bedanken, moet ik vaak een keuze maken. Om weer een aantal misverstanden de wereld uit te helpen, wil ik hier mijn oprechte dank uitspreken voor iedereen die daar recht op heeft maar die nog niet vernoemd is.

Deze keer gaat mijn aandacht en dank uit naar mensen in het Leuvense. Zij zorgen er vooral voor dat ik me hier in Leuven echt thuis voel. Dezelfde trouwe lezers zullen ook weeral doorhebben welke groepen ik bedoel. Zo worden deze spinsels wel zeer voorspelbaar.

Mijn eerste pluim van de dag (van de week, van de maand, van het jaar, lifetime achievement) gaat nog maar eens naar al mijn collega’s van 2Bergen: en ik bedoel hier letterlijk alle collega’s: van Gasthuisberg en van Arenberg, mijn oude en mijn nieuwe bazen, degene waarmee ik al jaren samenwerk en de kakelverse collega’s, vaste medewerkers en vrijwilligers, informatiespecialisten, medewerkers van de publieke diensten en “motorrijders”, collega’s die ik altijd zie en zij die ik bijna altijd mis, en zij die ik nog niet vernoemd heb, maar toch mijn collega’s zijn: jullie zijn allemaal fantastisch. Als er nog eens een prijs wordt gegeven aan de beste werkomgeving, nomineer ik jullie onmiddellijk. De manier waarop ik zelfs na een jaar afwezigheid telkens weer begroet word – door iedereen, zonder uitzondering – is echt hartverwarmend.

Ik zal mijn “bazen” ook eeuwig dankbaar voor de manier waarop ik bijna geruisloos uit het beroepsleven ben kunnen stappen, zonder enige druk. Ik heb alle beslissingen zelf kunnen nemen. En ik blijf het herhalen: Hilde, jouw “Fuck the system” (“Dat is voor ons de beste optie maar die wil ik niet”) vergeet ik nooit.

Laat nog een ding duidelijk zijn, deze collega’s wil ik niet kwijt. Zolang ik nog in Gasthuisberg en Arenberg geraak, kom ik jullie regelmatig opzoeken en weiger ik te spreken van ex-collega’s.

Dezelfde superlatieven kunnen bovengehaald worden voor de tweede groep die ik hier nog eens in de bloemetjes wil zetten: alle collega’s gidsen van Leuven+. Zij hebben er in ieder geval voor gezorgd dat ik me onmiddellijk in Leuven heb thuis gevoeld. Ik was nog maar net in Leuven gearriveerd en ik werd al een hele Erfgoeddag op sleeptouw genomen. Gewoonweg zalig was dat. Het was onmiddellijk duidelijk: hier ben ik thuis, hier ga ik niet meer weg! Dat gevoel wordt alleen maar sterker bij elke ontmoeting. Jullie doen me een jaar afwezigheid gelijk vergeten alsof ik nooit ben weggeweest.

Uit mijn plannen zal wel snel blijken dat ik Leuven+ ook niet vergeten ben. Ik zit nog vol ideeën voor onze Leuvense Gidsenbond. Eigen aan een Parkinsonpatiënt is het feit dat geen enkel plan definitief is. Je leert te leven met omstandigheden die je dwingen plannen aan te passen. De richting die je uit wil blijft dezelfde maar je past de weg wat aan. Dit geldt zeker ook voor wat volgt.

De plannen die ik wil voorstellen, situeren zich op twee niveaus. Een eerste reeks situeert zich volledig in Leuven en hebben te maken met Leuven+.  Een tweede reeks heeft te maken met mijn activiteiten voor de Vlaamse Parkinsonliga. Om de voorspelbaarheid nog een beetje op te drijven wil ik ook al twee thema’s verklappen: informatie delen en informatievaardigheden.

Binnen het kader van Leuven+ wil ik extra werk maken van informatie delen en heb daarvoor vijf actiedomeinen geselecteerd:

  • Ik wil het verlies van onze oude bibliotheek doen vergeten door te werken aan een nieuwe digitale bibliotheek. Deze bibliotheek zal geen locatie hebben maar zich situeren in de digitale ruimte. Voor de rest zal ze alles hebben wat een gewone bibliotheek ook heeft: een catalogus, gebruikers met bepaalde rechten en zelfs een bibliothecaris die over die rechten waakt. Ik ben ondertussen begonnen met de collectievorming.
  • Ik wil er ook voor zorgen dat alle gidsen van Leuven+ eindelijk beseffen dat de geschiedenis van de universiteit niet stopt in de meidagen van 1968. Ik wil ervoor zorgen dat geen enkele gids niet meer weet hoeveel faculteiten de universiteit heeft. Gidsen van Leuven+ moeten niet weten hoeveel jongens- en meisjesstudenten er precies zijn. Zij zouden wel moeten weten waar ze dit kunnen terugvinden.
  • Bij het volgende project komt voor de eerste keer Parkinson op de proppen. Nu P. ervoor gezorgd heeft dat ik niet meer op straat mijn ding kan doen, ben ik op zoek gegaan naar andere manieren om onze stad bij de mensen te brengen. Ik heb daarbij mijn wagentje handig aangehaakt aan een initiatief van anderen en ben ook begonnen met wat we voorlopig “virtuele” of “digitale wandelingen” noemen, wat weleens voor rare reacties zorgt: “wandelen met zo slecht weer.” We zouden ook stadsspelen en stadsquizzen kunnen ontwikkelen. We moeten dan ook weleens goed nadenken hoe we die nieuwe producten op de “markt” gaan brengen.
  • is wel zeer betrokken bij het volgende plan. Ik zou graag samen met enkele geïnteresseerde gidsen een aantal Parkieswandelingen willen uitwerken: wandelingen aangepast aan Parkinsonpatiënten. Deze wandelingen behandelen dezelfde thema’s maar de aanpak wordt aangepast. Één aandachtspunt om al over na te denken: deze wandelingen zouden geen tussenstoppen mogen hebben, … Wie hierover mee wil nadenken, is bij deze uitgenodigd.
  • Het laatste van mijn vijf plannen voor Leuven+ sluit een beetje aan bij het vorige. Het sluit ook aan bij een van de mooiste initiatieven van Leuven+ van de jongste jaren: specifieke activiteiten voor mensen met een beperking. In dat kader ben ik begonnen met het verkennen van trajecten die toegankelijk zijn voor rolstoelgebruikers. Mijn droom is te komen tot een stadskaart met een toegankelijk knooppuntennetwerk. Ik hoop dat Dijlehof (en andere RVT’s) af en toe eens een traject willen uitproberen.

Voorlopig heb ik voor de Vlaamse Parkinsonliga plannen op twee domeinen

  • Vooreerst blijf ik zeker actief als correspondent voor het VPL-tijdschrift en ik denk dan aan drie reeksen bijdragen: een cursus informatievaardigheden, een reeks “Parkinson voor Parkies” en een aantal internettips.
  • Ten slotte ben ik met veel enthousiasme ingegaan op de vraag van Lut om tegen het volgende jaar (200 jaar Parkinson) te komen tot een vernieuwde reeks brochures over Parkinson voor het grote publiek. Ik krijg hier dus de kans mijn informatievaardigheden te tonen aan de buitenwereld en dat ten gunste van de ziekte van Parkinson: een droom wordt werkelijkheid.

Eindconclusie: ik zit nog barstensvol plannen en ideeën. Ik ben dus terug!