De kleur van mijn geld

de aanleiding tot dit spinsel is de verkoop van mijn appartement. Daardoor ben ik in het bezit gekomen van een behoorlijk grote som geld. Dat brengt ook een aantal keuzes mee: wat doe ik ermee? Waar blijf ik ermee?… In de volgende paragrafen wil ik graag toelichten welke keuzes ik gemaakt heb en hoe ik daar toe gekomen ben.

De eerste vraag die zich stelt is: wat doe ik met dat geld? Investeren, beleggen of sparen? Aangezien ik geen grootse plannen heb, zoals een huis bouwen of een wagen kopen, valt investeren af en blijven sparen en beleggen over als keuzemogelijkheden. Maar aangezien sparen op dit ogenblik niets opbrengt, blijft beleggen over als enige optie.

Hier komen we op een volgende splitsing in ons beslissingstraject: speel ik zelf op de beurs of laat ik dat doen door professionals. Aangezien ik te weinig tijd en interesse heb om dit te volgen, ligt deze keuze voor de hand. Alle banken hebben mensen in dienst die dat op de voet volgen en die ik meer vertrouw dan mijn eigen intuïtie. Ik ga dus werken met beleggingsfondsen.

Zo komen we bij een volgende, zeer belangrijke, keuze. Ik wil nog aannemen dat iedere bank bekwame beursspecialisten in dienst heeft. Toch maken alle banken verschillende keuzes bij de samenstelling van deze fondsen. Dit is geen zuivere financiële kwestie maar heeft ook morele, sociale en politieke implicaties. Ik wil zoals iedereen een redelijke opbrengst maar ik streef niet naar een winstmaximalisatie tegen elke prijs. Ik wil niet rijk worden op de kap van anderen. Daarom stel ik bepaalde voorwaarden aan mijn beleggingen.

  1. Ik wil niet dat mijn geld belegd wordt in bedrijven die actief zijn in de wapenhandel.
  2. Ik wil niet dat mijn geld belegd wordt in bedrijven waar mensenrechten geschonden worden.
  3. Ik wil dat mijn geld belegd wordt in bedrijven die een bijdrage leveren tot een meer duurzame samenleving.

Met die criteria voor ogen ben ik eens gaan kijken op de website van BankWijzer (bankwijzer.be). Daar is het resultaat zeer duidelijk: één bank behaalt een “grote onderscheiding”, drie banken stranden op ongeveer 60%, en de rest is grandioos gebuist, waaronder alle grote, commerciële banken.

Dit geeft al een niet mis te verstane aanwijzing die bevestigd wordt bij verdere controle. Daarvoor heb ik kunnen gebruikmaken van de website van Triodos, de bank in kwestie, adviezen van vrienden in het wereldcafé en het contact met een medewerkster. Daaruit bleek dat Triodos de beste keuze voor mijn euro’s is en dat om de volgende redenen:

  1. deze bank kiest expliciet voor duurzaamheid, dit is geen marketingstrategie, dit is hun core business.
  2. Alle betrokken bedrijven worden gescreend op hun waarde qua duurzaamheid
  3. beleggingen in wapenhandel en in mensenrechtenschendingen worden absoluut uitgesloten,
  4. ook beleggingen in fossiele brandstoffen worden als achterhaalde keuzes uitgesloten,
  5. deze bank investeert ook in microkredieten.

Tot slot en als besluit wil ik nog enkele adviezen geven.

  1. “Geef je geld een kleur” – niet het bloedrode van wapenhandel en schendingen van mensenrechten, en niet het gitzwarte van fossiele brandstoffen.
  2. Probeer te beleggen in duurzame bestemmingen.
  3. Informeer bij je bank naar de bestemmingen van je belegd geld.

Over handtekeningen

Als je iets niet meer kunt, wordt pas duidelijk hoe belangrijk dit is. Dat geldt bij mij bijvoorbeeld voor het zetten van een handtekening. Nu P ervoor zorgt dat dit voor mij bijna onmogelijk wordt, valt pas op hoe vaak dit gevraagd wordt. Dit gaat dan van onnozele zaken zoals een formulier voor het bestellen van water tot belangrijke zaken zoals bankverrichtingen of akten bij de notaris.

Blijkbaar is in onze maatschappij een handtekening nog steeds het identificatiebewijs bij uitstek. Een identificatiebewijs geeft het bewijs van je identiteit. Het bewijst dat je bent wie je zegt dat je bent. Maar dat is met een handtekening helemaal niet zo zeker want een handtekening is gemakkelijk na te maken. Dat wordt dagelijks bewezen door tientallen jongeren die hun schoolrapporten van een valse handtekening voorzien van een van hun ouders. Anderzijds bestaan er veel betere, veiligere methodes om je identiteit te bewijzen: eenduidiger en bijna niet na te bootsen. Denk dan maar aan vingerafdrukken en irisscan. Vingerafdrukken worden zelfs al toegepast bij het beveiligen van smartphones en tablets.

Gelukkig, zou je denken, bestaan er oplossingen zodat je geen handtekeningen meer moet zetten: je kan een vertrouwenspersoon aanduiden die voor jou handtekeningen zet. Je geeft die volmacht om voor jou te tekenen. Hiermee geef je in feite een deel van je zelfstandigheid weg want je staat een deel van je beslissingsrecht af, alleen omdat je zelf geen handtekening meer kunt zetten. Het is net alsof je zelfstandigheid en je wilsbekwaamheid afhangt van de mogelijkheid om een handtekening te zetten.

Maar het wordt nog erger. Want het aanduiden van een volmachthouder moet gebeuren via een notariële akte. Een notaris moet vaststellen dat je geen handtekening meer kan zetten. Hier komt Kafka om de hoek kijken want om te bewijzen dat je geen handtekening meer kunt zetten moet je… een handtekening zetten.

Dit is nog niet alles. Want een notariële akte kost veel geld. Ik heb € 292 betaald voor de akte die volmacht geeft aan mijn schoonbroer, een koopje als je de notaris mag geloven. Conclusie van dit verhaal: je betaalt bijna driehonderd euro om met een handtekening te bewijzen dat je geen handtekening meer kunt zetten. Ik vind dat veel geld voor het verlies van een stuk zelfstandigheid. Ik denk dat ik, geholpen door spraaktechnologie, in deze spinsels voldoende kan bewijzen dat er niets mis is met mijn zelfstandig denken. Ik kan het alleen niet bewijzen met een handtekening. Je moet dus maar zonder dit bewijs aannemen dat dit spinsel, net als alle voorgaande en volgende, geschreven is door Wim.

Waar werelden elkaar ontmoeten

De titel van dit spinsel is tevens de voorlopige slagzin van de nieuwe website van het wereldcafé die nog volop in opbouw is. U moet er dus niet direct naar gaan zoeken. Over zulke zaken beslis ik trouwens zeker niet alleen. Toch heeft ook deze zin al een geschiedenis want oorspronkelijk was er sprake van vier werelden. Het telwoord is dus verdwenen. Dit vraagt om een woordje uitleg

de slagzin vertrekt van de idee dat iedere bezoeker een wereld meebrengt en dat het wereldcafé de plek bij uitstek is om deze werelden met elkaar in contact te brengen. Wat ik hiermee bedoel, kan ik niet gemakkelijker illustreren met enkele voorbeelden uit het leven gegrepen.

Het eerste voorbeeld is een klassiek voorbeeld van een ontmoeting van de derde en de vierde wereld. Deze ontmoeting heeft plaats binnen het project Pirlewiet: het project door de vrijwilligers gekozen dat dit jaar de fooien mag ontvangen in het wereldcafé. Extra inkomsten komen van de verkoop van wijn waarbij per fles enkele euro’s naar het project gaan. Aangezien deze wijn Oxfam-wijn uit de derde wereld is en het project vakanties aanbiedt aan kansarme kinderen, is dit een schoolvoorbeeld van een ontmoeting van de derde en de vierde wereld.

De andere voorbeelden zijn meer persoonlijke voorbeelden.

Louis ontmoet Bart

Louis is een gepensioneerde beenhouwer en een bewoner van een assistentiewoning in het Dijlehof. Bart is gewezen schepen van de stad Leuven en gewezen OCMW-voorzitter (wat nu Zorg Leuven is geworden). Het is aandoenlijk te zien hoe Bart tijd neemt om te luisteren naar Louis.

Jef ontmoet Marc

Jef is vrijwillig chauffeur in Dijlehof en komt normaal elke donderdag een paar Gageleers drinken in het wereldcafé voor hij naar huis fietst. Marc is voorzitter van de coöperatieve vereniging van het wereldcafé en samen werken ze nu aan een gedichtennamiddag voor de mensen van het Dijlehof.

Ik ontmoet Rik

Rik is al jaren vrijwilliger in het wereldcafé. Wanneer zijn vrouw Adri eens moet invallen als vrijwilligster tref ik hem in het café en raken we aan de praat. Het onderwerp is onder meer Bangladesj, een land dat Rik heel goed blijkt te kennen. Het resultaat van dit gesprek is dat Rik waarschijnlijk een presentatie komen geven over Bangladesj in het Dijlehof.

Ik ontmoet Gemma en Johan

Gemma en Johan vormen samen een vrijwilligerskoppelGemma is Catalaanse, mooi, zeer intelligent en zwanger (Johan is de vader). Ze spreekt zeer vlot Nederlands, Frans, Engels, Spaans en Catalaans. Ze is bezig met een vertaling van “de Helaasheid der Dingen” in het Catalaans. Terwijl de eerste ontmoeting nog zuiver muzikaal was, was de tweede, mede dankzij Marc en Mieke, al zeer amicaal.

Ik ontmoet DinDin.

DinDin is de artiestennaam van Vera Denil, huiskunstenares en vrijwilligster in het wereldcafé waar ze advies geeft over de huisstijl en de website. Daarnaast is ze een zeer grote naam in het Leuvense street-art-milieu. Dat Vera en DinDin een en dezelfde persoon zijn heb ik min of meer toevallig ontdekt, mede dankzij Paul, die blijkt familie te zijn. Ik mag dus samenwerken met een van de belangrijkste Street-art-kunstenaars van Leuven (al is ze enkele jaren geleden moeten stoppen met deze activiteit om gezondheidsredenen.) Hier kijk ik enorm naar uit. Vera is niet alleen een fantastische kunstenares maar bovendien ook een zeer toffe madam. Dat heb ik ondervonden op de nieuwjaarsreceptie van het wereldcafé.

Waar werelden elkaar kunnen ontmoeten, kunnen ze af en toe ook eens botsen. Meestal verloopt het zonder schade, integendeel, ze komen er meestal sterker uit. Dit is toch wat ik ervaren heb bij de discussie die ik had met Eline over de lay-out van de nieuwsbrief. Mijn respect voor Eline is er, dankzij haar oprechte excuses, alleen maar groter op geworden. Mensen die oprecht durven toegeven dat ze verkeerd waren, waardeer ik enorm. Helaas zijn dit grote uitzonderingen. Maar ze bestaan, niet toevallig ook in het wereldcafé.

Ook al deze ontmoetingen gebeurden – niet toevallig – in het wereldcafé.

DinDin

Voor mijn vrienden van het Werelcafé (en andere street-art-liefhebbers): werk van DinDin in Leuven.

leerlooierijstraat

Kerkhofdreef
stadspark
Diestsevest
Diestsesteenweg
Tiensepoort (Kaminski)
Brusselsestraat (Camilo Torres)

Nieuwjaarswensen

Beste Spinsel-lezer,

Aan alle reeds geuite nieuwjaarswensen wil ik graag mijn persoonlijke wensen voor 2020 toevoegen. Het zijn persoonlijke wensen in verschillende betekenissen van het woord: persoonlijk omdat ze van mij persoonlijk komen, en persoonlijk omdat ze hopelijk origineel zijn. Ik ga me beperken tot twee grote wensen:

Carpe diem.

Ik hou het bij de Latijnse spreuk omdat de – slechte – Nederlandse vertaling één van de meest misbruikte citaten van de klassieke literatuur is. Horatius bedoelde zeker niet “profiteer maar van het leven” zoals zo vaak gedacht wordt in deze maatschappij waar genot en lust centraal staan. Wat hij wel bedoelde heeft Louis Couperus zeer mooi beschreven in de volgende zin:

“Pluk de dag, dweep en droom niet met de schim van het Verleden en wees niet bang voor het spook van de Toekomst, maar sla de verliefde armen vast om het levende, gloeiende Heden”.

Om dit te illustreren geef ik hier een goede vertaling van de verzen waaruit “carpe diem” genomen is. De vertaling is van Paul Claes.

‘Of Jupiter nog vele winters biedt dan wel de laatste aan
de rand van de Tyrrheense Zee op de verweerde rotsen stuk
laat slaan, geniet en zeef de wijn, besnoei de hoop op lang geluk
binnen een kort bestek. Terwijl wij staan te spreken, vlucht vol spijt
het leven. Pluk de dag, verwacht maar weinig van de morgentijd.’

Bij Horatius, en zijn leermeester, Epicurus, staat geluk centraal en niet genot en/of lust.

Dat sluit dan weer goed aan bij een hot item van vandaag en bij het advies van een belangrijke intellectueel van dit moment: Dirk De Wachter, die waarschuwt voor overdreven geluk zoeken in deze prestatiemaatschappij. Hij stelt volledig terecht dat niemand altijd gelukkig kan zijn en dat we dus moeten leren leven met momenten van ongeluk. Vandaar mijn wens:

geniet van de momenten van geluk en aanvaard de momenten van ongeluk.

Laat je niet kooien.

Dit is mijn tweede wens voor alle vrije vogels. Laat je niet kooien door markt of politiek. Laat je geen etiket opplakken. Geef niet toe aan identiteit of doelgroep. Bepaalde politieke partijen dwepen tegenwoordig met identiteit en dan vraag ik mij af: wat is dat, mijn identiteit. Als ik daardoor iets meer nadenk, denk ik dat mijn identiteit een mozaïek van kleuren is, een bont verenkleed. Ik ben tegelijk, en afhankelijk van de omstandigheden, Vlaming, Belg, Europeaan, wereldburger, Pamelaar, Leuvenaar, caféganger van het wereldcafé,… Wat ik zeker niet wil, is dat anderen voor mij bepalen wat mijn identiteit is. Ik ben een vrije vogel en ik bepaal zelf mijn verenkleed.

Ook de markt moet niet proberen mij in een kooitje op te sluiten. Bij marketingmensen spreekt men dan van doelgroepen. Doelgroep of identiteit: ik bepaal liever zelf tot welke groep ik wil behoren. Soms ben ik een Leuvense wereldburger die op zoek is naar vriendschap en soms ben ik een Vlaamse Europeaan die geniet van een lied van de West-Vlaamse wereldburger Willem Vermandere. Soms ben ik een gehaaste bewoner van een assistentiewoning op zoek naar een snelle hap en soms ben ik een stille genieter van een lekkere Bartholomeus of een ander biertje in het wereldcafé. Kortom, ik ben een vrije vogel met een bont verenkleed.

Met dat bont verenkleed heb ik een nieuw nest gevonden in het wereldcafé. Ik wil deze nieuwjaarswensen dan ook afsluiten met een zeer hartelijke groet aan alle vrije vogels met een bont verenkleed die ik in het wereldcafé ontmoet.

Geniet van de momenten van geluk, aanvaard de momenten van minder geluk, en blijf vooral wie je bent: vrije vogels met een bont verenkleed.