Tagarchief: 2Bergen

Afscheid van TweeBergen

Het is eindelijk zo ver, ik behoor niet meer tot het personeel van TweeBergen. Vandaag, 9 december 2016 neemt het arbeidscontract, gesloten op 8 april 1987 een einde. Ik heb lang gedacht dat je alleen uit een kliniek gelukkig ontslagen kan worden maar ik moet mijn mening herzien. Het kan raar klinken maar ik ben vandaag gelukkig met dit ontslag en ook al is de procedure allesbehalve eervol – in België moet je werkgever je ontslaan als je niet financieel wil gestraft worden – ik durf zeggen dat ik eervol ontslag neem.

Vooreerst is het een hele eer om met deze groep te hebben mogen samenwerken. Ik krijg tranen in de ogen als ik terugdenk aan de steun die ik van ALLE collega’s van TweeBergen, de twee locaties, gekregen heb in soms moeilijke tijden. Ik zal nooit vergeten hoe ik bij elk bezoek aan Gasthuisberg of Arenberg ontvangen werd alsof ik een van hen was. Het woordje “alsof” is hier slecht gekozen: ik was een van hen. Ik kan daarom alleen maar de oproep van Karen en Sandra bij hun afscheid bijtreden: koester de collegiale sfeer en de vriendschap in jullie groep. Niet alleen nieuwe collega’s genieten daarvan, collega’s met problemen evenzeer. Alstublieft, laat dit niet verloren gaan. Deze ongelooflijke collegialiteit maakt jullie uniek.

(Ondertussen 10 augustus)

Ik neem afscheid met opgeheven hoofd omdat ik durf te zeggen dat ik iets gerealiseerd heb. Ik heb, zoals Bram Vermeulen het zong, een steen verlegd in de rivier. Ik heb mee het begrip “Informatievaardigheden” op de kaart gezet binnen de universiteitsbibliotheek.

De titel van mijn eindwerk voor de bibliotheekschool toen nog in Brussel was “Informatie zoeken in de farmaceutische wetenschappen: een handleiding voor studenten en apothekers.” We spreken van 1988: het pre-Pubmed-tijdperk: medische literatuur opzoeken moest toen nog in de gedrukte versie van de Index Medicus. Om een artikel te vinden over de behandeling van de ziekte van Parkinson moest je eerst je weg vinden in één meter boeken of je moest bij de campusbibliothecaris terecht kunnen voor een online literatuuronderzoek. Dat gebeurde toen nog per telefoon. Hetzelfde gold voor chemische informatie (Chemical Abstracts) en citatieonderzoek (Science Citation Index). Nu heeft de hele universitaire gemeenshap toegang tot Pubmed, (Medline), Embase (Excerpta Medica), STN (Chemical Abstracts), Web of Science (Science Citation Index) en vele andere bibliografische databanken. Door de koppeling met de catalogus en de full-tekst-tijdschriften hoeft een student of onderzoeker niet meer naar de bibliotheek te komen om wetenschappelijke literatuur te vinden. In feite gebruikt hij de bibliotheek met afstandsbediening. Maar hij blijft de bibliotheek gebruiken. Dit duidelijk blijven maken aan haar stakeholders, blijft een grote uitdaging voor de bibliotheek.

Ook al lijken de middelen onbeperkt, bewijst de praktijk dat dit nog geen garantie is voor informatievaardige studenten en wetenschappers. Informatievaardig zijn betekent informatie kunnen zoeken, selecteren en op een ethische wijze te gebruiken. Als je alleen maar kijkt naar de berichten over plagiaat die regelmatig opduiken, zie je dat er op dit vlak nog een hele weg is af te leggen. Het ligt niet voor de hand om uit de massa’s gegevens die we continu te verwerken krijgen, de echte informatie uit te halen. Echte informatie is nuttige informatie: informatie die de onzekerheid doet verminderen.

Zeker op het vlak van wetenschappelijke informatie is de weg naar een informatievaardige samenleving nog zeer lang. Kijk maar naar de belabberde kwaliteit van wetensschappelijke nieuwsberichten in de krant, op radio en televisie, en naar de naïeve reacties hierop van de man in de straat: “ze hebben het in het nieuws gezegd”, … Zeker als het gaat over de gezondheid van mensen, wordt dit een belangrijk issue. Het belang van informatievaardige patiënten wordt mijns inziens nog te weinig begrepen. Dat is dan ook een punt waaraan ik – als vrijwilliger – zal blijven werken. Ik prijs me zeer gelukkig te weten dat ik in deze strijd gesteund word door de hele universiteit.

Ik vertrek ook met een gerust hart want ik weet dat mijn werk wordt voortgezet. Ik was ongelooflijk gelukkig toen ik zag hoe mijn opvolger mijn taken voortzette: de zoveelste voltreffer bij de selectie van een nieuwe medewerker. Dit kan geen toeval meer zijn. Niet alleen professioneel is het een schot in de roos, hij past ook perfect in deze groep van vrienden die zoveel meer zijn dan collega’s. Ook het jongste initiatief van het team informatiespecialisten, 2BIC (2Bergen Information Center), juich ik toe als een volgende stap in de evolutie van bibliotheek naar informatievaardigheidscentrum.

Ik vertrek dus met een goed gevoel, opgeheven hoofd en een gerust hart en toch wil ik liever niet spreken van een afscheid. Van deze vrienden wil ik geen afscheid nemen. Ik hoop dat ik de volgende jaren in beide bibliotheken nog altijd even welkom ben als ik altijd geweest ben. Ik zal ook blijven spreken van collega’s want zij hebben van het woord collega een eretitel gemaakt die ze levenslang verdienen te behouden.

Terugblik

Als ik op mijn vierenvijftigste levensjaar terugkijk, kan ik niet anders dan dat te doen met zeer gemengde gevoelens. Het was er een met hoge toppen en diepe dalen. Alles begon redelijk goed. Iedereen keek met een mengsel van hoop en schrik uit naar wat inderdaad het eerste hoogtepunt zou worden: mijn operatie. Ik heb al gesproken van een verrijzenis en een nieuw leven en daar blijf ik bij. Mijn persoonlijke Deus ex machina, professor Bart Nuttin, heeft me echt een nieuwe toekomst bezorgd. En een meer menselijke christusfiguur kan ik mij niet voorstellen: een arts-wetenschapper waarbij zijn grootte niet in de nek zit maar in het hart en in het verstand.

Helaas kwam kort daarna het diepe dal. Hier ga ik geen namen noemen, alleen feiten. Sommigen vinden dat ik hen te weinig noem, ik doe het ook nu niet. Zo kan ik niet het verwijt krijgen dat ik hen alleen vernoem in negatieve zin. Betrokkenen zullen wel doorhebben over wie ik het heb. De periode waarover ik het nu heb, is een compleet zinloze en nutteloze periode geweest, een periode die ik in dit spinsel van me wil afschrijven. Ik hoop dat de betrokkenen beseffen dat ze fout waren en dat ze uit hun fouten de nodige lessen trekken. Een echt gemeende “Sorry voor alles” zou hen sieren.

Deze periode begon einde maart en eindigde einde juni. Alles begon toen er abrupt een einde gesteld werd aan mijn asiel in Pamel. Toen ik daar emotioneel op reageerde – wat toch begrijpelijk is – waren de poppen aan het dansen. Zij zagen – ten onrechte – mijn emotionele reactie als een gevolg van mijn ziekte en ik evolueerde van kwaad naar erger als gevolg van de situatie. Als klap op de vuurpijl gebruikten ze een fabeltje als argument waarvan ze, als het te laat was, toegaven dat het een fabeltje was. Zo kwam ik terug terecht in Gasthuisberg. Dit is waarschijnlijk het meest nutteloze ziekenhuisverblijf in mijn leven. Overdag was ik meer elders op de campus dan op mijn kamer. En dit alleen omdat zij weigerden mij op te vangen. Ik draaide wel op voor de zinloze kosten.

Toen ik niet meer in het ziekenhuis kon blijven, weigerden ze me opnieuw op te vangen. Ze zouden me nog liever in een gespecialiseerd vluchtelingenkamp voor zieken gestopt hebben. Gelukkig werd het dat niet en vond ik asiel – kortverblijf noemt dat officieel – in Dijlehof. Daar liep alles goed tot ze me een heftige reactie op een organisatorische fout kwalijk maken. Ik werd gestraft omdat ik vond dat een activiteit op tijd moest beginnen en geen uur te vroeg. Liever dan hun eigen fout toe te geven stuurden ze me naar de psychiater en ik mocht weer opdraaien voor de kosten. Dat ze daarbij de patiëntenrechten overtraden en ongeoorloofd contact zochten met de familie, willen ze niet toegeven. Ik heb begrepen dat er toen ook druk is uitgeoefend op de dienst neurologie. Of wat men niet allemaal probeert om zijn eigen fouten maar niet te moeten toegeven.

Wanneer ik bepaalde praktijken vaststel die ingaan tegen internationale medische richtlijnen – Prolopa mag niet ingenomen worden bij een maaltijd – wordt daar niet op gereageerd. Zij gaan dus niet alleen psychologisch en juridisch in de fout, zij maken ook medisch een zware fout en weigeren tot nu toe hier iets aan te veranderen. Een mens zou voor minder kwaad worden.

Wat mij achteraf bekeken nog het meeste opvalt, is het feit dat zij allemaal bewezen hebben mij niet te kennen.

  • Hoe kan je er anders maar durven aan denken dat ik gelukkig zou kunnen zijn in een gespecialiseerd centrum buiten mijn leefwereld. Is mijn geluk niet meer waard dan een half uur langer in de file staan?
  • Waarom heb je anders niet meer vertrouwen in mijn herstelkracht en blijf je je focussen op het ogenblik dat het weer slecht gaat. Ik heb ondertussen toch bewezen dat ik niet zo naïef ben daaraan niet te denken. Ik heb daarbij geen hulp nodig.
  • Waarom durf je te twijfelen aan de loyauteit van mijn werkgever. Ik kan me geen loyaler werkgever voorstellen. Ik zal Hildes “Fuck the system” nooit vergeten en het siert de universiteit dat ze de capaciteiten van deze zeer grote dame gehonoreerd hebben. Ik heb er hierdoor een beschermvrouw op het hoogste niveau bijgekregen.
  • Waarom durf je anders nog te twijfelen aan de loyauteit van mijn Leuvense vriendenkring. Zij hebben me nooit in de steek gelaten en dat kan van niet iedereen gezegd worden.

Ook voor dit gebrek aan mensenkennis is een welgemeend sorry op zijn plaats.

Maar gelukkig eindigt dit levensjaar – en dus ook dit spinsel – positief. Ik ben uit deze diepe put waar zij me samen hebben ingeduwd, helemaal alleen uitgekropen en daar ben ik fier op. Ik heb me wel altijd moreel gesteund gevoeld door een aantal mensen die ik nu wel met naam ga noemen want zij verdienen het ook al zijn ze in deze spinsels al vaker vernoemd.

In de eerste plaats denk ik hier aan mijn collega’s van TweeBergen. Het woord “collega” lijkt wel voor hen uitgevonden te zijn. Ik kan me geen collegialer werkomgeving voorstellen. Bij elk bezoek verlaat ik een van de twee bibliotheken met het fantastische gevoel “ik hoor er nog bij”. Ik hoop dan ook dat dit gevoel blijft ook als ik er officieel niet meer bij hoor. Voor mij zijn jullie collega’s voor het leven.

In de tweede plaats – de volgorde is zuiver toevallig en perfect omkeerbaar – zijn mijn vrienden van Leuven+. Die vriendschap is op zich voldoende bestaansreden voor de oude gidsenbond want die kan Leuven Leisure of andere commerciële organisatie nooit bieden. Het zal hiermee wel duidelijk zijn dat ik niet geloof in een commerciële gidsenbond. Ik zal niet gauw mijn herintroductie in Leuven op een Erfgoeddag samen met Marleen vergeten. Het was de eerste van een lange reeks ontmoetingen die alle even hartelijk waren. Vrienden van Leuven+, jullie hebben ervoor gezorgd dat ik me onmiddellijk weer in Leuven thuis voelde.

Met wat professionele hulp en met de mentale steun van mijn vrienden werken we aan een toekomst die op de positieve lijn van de laatste maanden voortborduurt zodat we die drie desastreuze maanden voor goed achter ons kunnen laten.

De weg terug

Zoals uit de laatste spinsels mocht blijken, is de weg terug ingezet: de weg terug naar een “normaal” leven in de buurt van mijn collega’s en mijn vrienden, de dingen die me interesseren (Leuven, studenten, Parkinsonliga), … Ik hoop dat het duidelijk is dat ik het liefst wil terugkeren naar het Leuvense en “with a little help from my friends” moet dat mogelijk zijn.

Als ik niet meer achteruitga, zie ik mezelf naar Leuven terugkeren tegen begin juli. Tot dan wordt mijn appartement “warm gehouden” door een gelegenheidsbewoner die het voor drie maanden huurt. Tegen dan moet het mogelijk zijn mezelf te organiseren zodat een terugkeer mogelijk wordt. Ten eerste kan ik rekenen op gelijkaardige professionele huip als in Pamel: poetshulp, familiehulp en thuisverpleging. Verder voorzie ik een viervoudige veiligheidsmantel die ik in geval van nood kan inroepen:

  1. Mijn buren, die kunnen inspringen als is even volledig blokkeer
  2. Mijn collega’s van 2Bergen
  3. Mijn collega’s gidsen
  4. Vrienden van de Vlaamse Parkinsonliga

Met die ondersteuning moet het mogelijk zijn terug te keren naar mijn appartement en nog een tijd min of meer zelfstandig te blijven. Ik ben ook nu al vaak alleen in dit huis en de hulp die ik hier in Pamel krijg (bedankt Lieven, Lieve, Nonkel Marcel, Jef en Christiane), kan ik ongetwijfeld ook in Leuven krijgen. In Leuven kan ik bovendien beroep doen op specifieke diensten zoals bijvoorbeeld de Minder-mobielen-centrale. Kortom, ik zie het volledig zitten.

Let op: wij zijn op de goede weg maar wij zijn nog zeker niet aan het einde van de tunnel. De weken na de euforische beginperiode hebben me al met de neus op de feiten gedrukt: zoals ik al eerder schreef, ik moet ook rekening houden met minder goede dagen.

Maar….

Die minder goede dagen weerhouden me er niet van volop te genieten van de goede dagen. Die kunnen ze me al niet meer afpakken. Als ik zou wachten op de perfecte dag, zou ik waarschijnlijk blijven wachten en bijna perfecte gelegenheden aan mij zien voorbijgaan.

Het wordt dan ook stilaan tijd om ook na te denken over mijn “professionele” toekomst. Zoals ik het nu zie, zoek ik een evenwicht tussen activiteiten in en voor 2Bergen, voor VPL en voor de dienst van Greet (Esselens). Ik hoop volgende week al de eerste gesprekken te hebben met mijn – oude en nieuwe – “bazen” om te zien hoe we dit georganiseerd kunnen krijgen. Ik hoop in de loop van de volgende maanden ook eens in het – nieuwe – hoofdkwartier van de Vlaamse Parkinsonliga te geraken om te zien wat ik daar kan betekenen.

Wie had ooit durven denken dat ik een maand na mijn operatie al zit plannen te maken voor de toekomst? Dat is nu net het grootste pluspunt van de operatie gebleken: ik heb terug een toekomst gekregen.  Pas als je een periode hebt meegemaakt zonder toekomst, besef je pas hoe belangrijk het is wel een toekomst te hebben.

Er wordt tegenwoordig nogal wat afgeluld over geluk en gelukkig zijn, de ene definitie is wat zinvoller dan de andere. Voor mij is het vrij eenvoudig: ik ben gelukkig als ik me zinvol kan bezighouden en als ik een zicht heb op de richting die ik uitga. Ik ben gelukkig als ik een toekomst heb waaraan ik zelf kan werken.

Waarschuwing: ook dit is een momentopname in een (lang) revalidatieproces. Nu gaat alles weer zeer goed maar volgende week kan het weer helemaal anders zijn. De huidige situatie is al veel voorspelbaarder dan vóór de operatie maar Parkinson is en blijft een onvoorspelbare ziekte.

Tot 26 februari

Zoals het er nu naar uitziet, zal ik nog een aantal maanden “buiten strijd” zijn. Ik hoop dat ik begin volgend academiejaar (september 2016) voldoende hersteld zal zijn om terug aan het “actieve” leven te kunnen deelnemen. Maar het eerste focusmoment is ongetwijfeld 26 februari. Die dag zal ten minste de agenda voor de rest van 2016 en waarschijnlijk ook voor vele jaren daarna beïnvloeden. Daarom wil ik mij nu beperken tot de periode waarover ik – zonder verrassingen – enige zekerheid heb en dat is dus tot 26 februari.

Ik had beloofd nog iets te zeggen over mijn plannen voor de volgende maanden maar ik merk net dat ik die al heb toegelicht enkele spinsels geleden. Daarom ga ik ze alleen nog eens aanstippen. Mijn twee blogs zijn mijn belangrijkste projecten geworden: wie wil weten hoe het met me gaat, kan dat lezen in de Spinsels. Wie iets meer wil weten over de geschiedenis van Leuven en haar universiteit, nodig ik uit een “Leuvense Geschiedenis” te lezen.

Als informatiespecialist op non-actief wil ik een deel van mijn tijd blijven bezig zijn met Informatievaardigheden. Ik wil werk maken van een plan dat ik aanvankelijk zag als een bijlage bij de “Tutorial Informatievaardigheden”: een checklist voor het gebruik van bibliografische databanken. Ik denk dat dit ook los van de tutorial een nuttig hulpmiddel kan zijn voor de onderwijsactiviteiten op verschillende niveaus in de bibliotheek: in de instructiesessies, op de website, aan de infobalie… Ik bied het aan, mijn collega’s in 2Bergen beslissen autonoom wat ze ermee aanvangen.

Als gids van Leuven* blijf ik informatie delen. Dat zal ik in de eerste plaats doen door de gidsen te blijven voorzien van “internettips”. Ook de blog “Leuvense Geschiedenissen” is een vorm van informatie delen. Wat is gidsen anders dan informatie delen? In afwachting van mijn weerkomst in het straatbeeld blijf ik dit doen via het internet.

Ik wil ik de volgende maanden ook enkele projecten opstarten die al een hele tijd op mijn to-do-lijst staan: projecten voor Leuven+ met wortels in mijn bibliotheekverleden. Het eerste project heb ik onlangs nog in de Spinsels vermeld: een nieuwe versie van een oud LGB-document “Van Celestijnenklooster tot Arenbergbibliotheek.” Vooral voor de nieuwste ontwikkelingen reken ik op de medewerking van mijn collega’s van 2Bergen: leercentrum, Blokken in Leuven, 2Bergen… Ook voor een ander project hoop ik op de medewerking van vrienden-collega’s: de publicatie van een document “Van Instituut voor Farmaceutische Wetenschappen tot Agora”. Ik hoop dat Peter en Jens met mij vooral informatie willen delen over het succesverhaal van Agora.

Dan heb ik nog één project op het programma staan dat vandaag een belangrijke emotionele waarde gekregen heeft. Als eerbetoon aan Inge die deze week definitief afscheid heeft genomen, wil ik absoluut werk maken van een publicatie over de “KU Leuven na Bologna” want ik weet dat zij met mij de overtuiging deelde dat Leuven+ nood heeft aan een actuele universiteitswandeling en deze publicatie zou dit mee moeten mogelijk maken.

Vaarwel Inge. Ik zal de goede herinneringen die ik aan jou heb overgehouden, altijd koesteren.

Wij brengen informatie en mensen samen

Deze zin is zowat de kern van de “visie” van de Koninklijke Bibliotheek van Nederland. Voor mij is het de ideale titel om eens na te denken over onze kerntaken. De directe aanleiding is de op handen zijnde personeelswissel in onze 2Bergen. Nu ons hoofd directeur van de universiteitsbibliotheek geworden is, kijken we uit naar een nieuw hoofd voor 2Bergen en ben ik vooral benieuwd naar zijn visie op zijn nieuwe functie. Merk op dat er nergens nog sprake is van een bibliothecaris. Nomen est omen.

Graag wil ik proberen duidelijk te maken wat ik als onze kerntaken beschouw. Ik wil 2Bergen een persoonlijke “visie” geven. Op het eerste zicht verschilt die grondig van de officiële Missie en Visie van de 2Bergen, die je kunt terugvinden op de website en die geconcretiseerd wordt in de vacature voor een nieuw hoofd.

Ik heb tevergeefs gezocht naar de kerntaak van de bibliotheek in de Missie en Visie van 2Bergen. Daarin is sprake van een topbibliotheek en van een studentgerichte omgeving maar er wordt niet uitgelegd wat dat betekent. Als wij een topbibliotheek willen zijn, moeten we eerst nadenken over wat de wereld van een bibliotheek mag verwachten. Als we kampioen willen worden, moeten we eerst een sport kiezen.

Ik ben daarom eens gaan kijken naar de missie en de visie van andere belangrijke bibliotheken. Ik kwam snel terecht op de website van de – waarschijnlijk – belangrijkste bibliotheek in het Nederlandse taalgebied: de Koninklijke Biblotheek van Nederland. “De KB is de nationale bibliotheek van Nederland: wij brengen mensen en informatie samen.” Voor mij zit in deze ene zin de kernopdracht van elke bibliotheek, dus ook van 2Bergen. Daarom ben ik eens nagegaan wat deze opdracht voor 2Bergen kan betekenen.

Deze vijf woorden – het stopwoord “en” even buiten beschouwing latend – bevatten drie elementen die ik verder wil uitwerken: “informatie”, “mensen” en “wij brengen samen.

Informatie

Over dit begrip zijn duizenden pagina’s vol geschreven en is er uren gediscussieerd. De betekenis ervan wordt sterk bepaald door het toepassingsgebied waarin het gebruik wordt. Wij zullen dan ook moeten proberen dit begrip een betekenis te geven die aansluit bij de bredere context waarin wij werken: onze bibliotheek is geen op zich staand eilandje maar heeft een functie binnen het kader van de universiteit waar we deel van uitmaken.

Twee kenmerken van informatie komen altijd terug, ongeacht de context.

  1. Informatie is nauw verbonden met kennis. Dit komt o.a. tot uiting in deze definitie die je in Wikipedia vindt: Informatie is “alles wat kennis of bepaaldheid toevoegt en zodoende onwetendheid, onzekerheid of onbepaaldheid vermindert” (Wikipedia). In deze betekenis kan men informatie beschouwen als het half afgewerkt product in het productieproces van data tot kennis. Kennis is het vermogen dat iemand in staat stelt om juist te handelen. Kennis wordt bepaald door de informatie, de ervaring, de vaardigheden en de attitude waarover een persoon beschikt.
  2. Informatie wordt overgedragen door communicatie. In principe worden er gegevens overgedragen en kan men maar spreken van informatieoverdracht als de ontvanger aan de data betekenis kan geven. Deze informatie wordt overgedragen van een zender naar een ontvanger via een kanaal. Vaak verloopt de communicatie in twee richtingen en is de zender tegelijk ook ontvanger.

Beide aspecten zijn in de context van een universiteitsbibliotheek relevant. De universiteit heeft een tweeledige kerntaak: onderwijs en onderzoek en in beide deeltaken is er enerzijds sprake van kennistoename en anderzijds van informatieoverdracht. Is onderwijs in essentie iets anders dan kennisoverdracht? Het is meer dan informatieoverdracht – het is ook een overdracht van ervaringen, vaardigheden en in het ideale geval ook attitudes – maar informatieoverdracht is er zeker een essentieel onderdeel van.

De kern van wetenschappelijk onderzoek is het reduceren van de onwetendheid, in die zin is wetenschap een vorm van informatie. Zeker de laatste jaren is de discussie over wetenschappelijke communicatie brandend actueel. Vooral de (economische) efficiëntie van de wetenschappelijke informatiekanalen wordt regelmatig ter discussie gesteld.

Mensen

In het voorgestelde visiestatement staat de mens centraal. Die “mens” krijgt in de discussies rond beleid verschillende benamingen: klanten, publiek, gebruikers, patiënten, cliënten. Hoe hij of zij ook genoemd wordt, essentieel is dat de organisatie er is voor de mens en niet omgekeerd. Wij moeten onze mensen niet aanzetten tot het gebruik van informatie omdat onze investeringen moeten renderen, wij moeten investeren in informatie omdat onze mensen informatie nodig hebben. De behoeften van onze gebruikers worden natuurlijk sterk bepaald door de manier waarop de kerntaken van de universiteit vandaag worden ingevuld. Daar stellen we zowel in onderwijs als in onderzoek een spectaculaire evolutie in de laatste jaren vast.

Het onderwijsgebeuren verplaatst zich meer en meer weg van de klassieke leslokalen en dringt door in de hele organisatiestructuur. Ook in de bibliotheek wordt de aanwezigheid van de student alsmaar groter. Dit heeft natuurlijk invloed op de inzet van middelen en personeel in de bibliotheek. Wij moeten niet alleen investeren in onderwijsinformatie maar ook in infrastructuur om de informatie te kunnen gebruiken.

Onderzoekers lijken de bibliotheek minder en minder nodig te hebben voor het vervullen van hun informatiebehoeften maar dat is maar schijn. Dat stellen we in de bibliotheek onmiddellijk vast als er storing in de informatievoorziening optreedt: abonnementen die niet tijdig vernieuwd worden, internetverbindingen die uitvallen, … Dan is de bibliotheek de eerste plaats waar ze gaan aankloppen.

De wetenschappelijke wereld vraagt dat steeds meer informatie van steeds betere kwaliteit beschikbaar is waar en wanneer ze het meest nodig is. Wetenschappers stellen niet alleen eisen aan de inhoud van de informatie, zij verwachten ook een universele en permanente beschikbaarheid van deze informatie. Dàt is de belangrijkste reden waarom wij moeten investeren in een elektronische collectie en de bijhorende infrastructuur.

Wij brengen samen

Wij leven wel in een “informatiemaatschappij” maar dat betekent niet dat iedereen toegang heeft tot de informatie die hij nodig heeft om te kunnen meedraaien in deze maatschappij. Een aantal hinderpalen kunnen de toegang tot de informatie belemmeren, ook in een universitaire context. Het wegnemen van deze hinderpalen blijft een belangrijke taak van de bibliotheek.

Informatie is nog nooit zo overvloedig en zo gemakkelijk beschikbaar geweest. Toch merkt men dat zeer veel mensen moeite hebben om de informatie die ze echt nodig hebben, te gebruiken. Mensen lijken te verdrinken in de hoeveelheid informatie en hebben problemen om te oordelen welke informatie zij nodig hebben. Blijkbaar is er eerder te veel dan te weinig informatie. In de literatuur spreekt men van “information overload” maar ik verkies de term “data smog”.

In feite is er niet te veel informatie maar zijn er te veel data. Als we er van uit gaan dat gegevens informatie worden wanneer ze door de gebruiker geïnterpreteerd worden en effectief zorgen voor een toename van kennis en een afname van onzekerheid, kan men niet te veel informatie hebben. Het werkelijke probleem is de vertroebeling van de informatie door de grote hoeveelheid gegevens. Data smog wordt veroorzaakt door een overaanbod aan gegevens, de snelheid waarmee deze datastroom op ons afkomt, de noodzaak om snelle beslissingen te nemen en het angstige gevoel dat we beslissingen moeten nemen zonder te beschikken over alle nodige informatie. Die informatie is misschien wel in essentie aanwezig maar wordt niet als dusdanig herkend.

Het angstige gevoel dat we beslissingen moeten nemen zonder te beschikken over de nodige informatie, kan problematisch worden wanneer deze angst het bereiken van bepaalde doelstellingen verhindert. Zo wordt er op website van Amerikaanse universiteitsbibliotheken op het gevaar van bibliotheekangst. De volgende tekenen wijzen op een mogelijk probleem.

  • Zich ongemakkelijk voelen in een bibliotheekruimte,
  • schrik om een bibliotheekmedewerker aan te spreken,
  • de indruk dat alleen jij geen informatie vindt,
  • paniek bij het beginnen van een literatuuropdracht.

Als we effectief mensen en informatie willen samenbrengen, zullen we oog moeten hebben voor deze problemen en zullen we ook inspanningen moeten leveren om onze gebruikers op het mentaal vlak dichter bij de informatie te brengen. Wij zullen hen moeten leren omgaan met informatie, wij zullen hen informatievaardig moeten maken. Maar informatievaardigheden zijn niet het einddoel. Mensen moeten informatievaardig worden om te kunnen functioneren in de samenleving.

Kritisch denken is een belangrijke attitude om in deze informatiemaatschappij te kunnen functioneren. Mensen worden van alle kanten bestookt met boodschappen verspreid met uiteenlopende motieven. Het is eenieders verantwoordelijkheid uit dit overaanbod de informatie te selecteren die hij of zij kan/wil gebruiken. Dit is nog belangrijker geworden met de opkomst van het Internet.

Wie op professioneel vlak wil blijven meedraaien zal in veel beroepsgebieden bereid moeten zijn levenslang te leren. Zeker in de biomedische sector is bijblijven levensnoodzakelijk. Dat betekent dat men levenslang informatie zal moeten zoeken, selecteren, evalueren en gebruiken.  Wie in de gezondheidszorg niet levenslang informatievaardig blijft, is levensgevaarlijk.

Informatievaardigheden zijn ook noodzakelijk om te kunnen functioneren als burger in een democratische samenleving. Dit wordt duidelijk aangetoond in het volgende citaat van een Amerikaanse volksvertegenwoordiger (R. Owens):

“Information literacy is needed to guarantee the survival of democratic institutions. All men are created equal but voters with information resources are in a position to make more intelligent decisions than citizens who are information illiterates. The application of information resources to the process of decision-making to fulfill civic responsibilities is a vital necessity.”

Om deze spinsel af te ronden wil ik een poging doen om een eigen missie voor 2Bergen te formuleren:

Informatie permanent beschikbaar, levenslang informatievaardig.