Tagarchief: collega’s

Nieuwjaarswensen

In dit laatste spinsel van het jaar wil ik even terugkijken maar vooral vooruitkijken. Dit wordt mijn persoonlijke nieuwjaarsbrief met  mijn persoonlijke wensen voor 2017 en dat zijn er heel wat geworden: van zeer persoonlijke voornemens tot wensdromen voor de maatschappij, en alles wat daartussen ligt.

Als ik terugblik op het afgelopen jaar, wens ik voor mezelf vooral voortgaan op het elan van de tweede helft. Dan ben ik thuisgekomen in Leuven en heb daar ontdekt waar ik mijn echte  vrienden moet zoeken. En of ik ze gevonden heb! Ik hoop dat dat duidelijk geworden is in deze kolommen want dat is een van de belangrijkste doelstellingen van deze blog.

Ik hoop dat ik in 2017 ook kan afrekenen met de eerste helft van het vorig jaar. De betrokkenen weten wat hiervoor nodig is, en meer woorden ga ik daar niet aan vuil maken.

Maar laat ik vooral naar de toekomst kijken en beginnen met wensen uit te delen. De eerste gaan naar een ploeg die ik officieel verlaten heb: de collega’s van TweeBergen. Ik weiger van ex-collega’s te spreken want voor mij zullen het altijd collega’s blijven. Als ze de al geroemde collegiale sfeer kunnen bewaren, worden de leercentra niet alleen verzamelplaatsen van kennis (in opbouw) maar ook bakens van gezelligheid.

Ik hoop ook dat Hilde er nog maar eens in slaagt de vertrekkers, de ene nog verrassender dan de andere, te vervangen door collega’s die bekwaam en collegiaal zijn. Haar parcours op dit vlak is  ronduit verbluffend maar nu staat ze wel voor een zeer moeilijke klus: hét gezicht van de Arenbergbib vervangen. Maar met de hulp van de collega’s moet ook dit wel lukken.

Hier volgt mijn eerste voornemen: de collega’s van beide bibliotheken gaan me nog regelmatig terugzien. Ik ben er zeker van dat de ontvangst even hartelijk zal zijn als ze altijd geweest is. Zij kunnen me natuurlijk ook altijd blijven zorgen via deze blog. Dat geldt natuurlijk ook voor de vertrekkers.

De volgende groep die ik het allerbeste wil toewensen, zijn zij die me in mijn stad hebben opgevangen: mijn vrienden van Leuven+. Ik zal niemand kwetsen als ik zeg dat ons schip zich in zwaar water bevindt. Je kan volgens mij op twee manieren op crisissen als deze reageren. De gemakkelijkste oplossing is aan de kant blijven staan en schelden op de kapitein en zijn bemanning maar dat lost natuurlijk niets op. Ik hoop echter dat ik enkele vrienden vind die mee het roer willen in handen nemen en mee willen zoeken naar nieuwe wegen om eruit te geraken. Ik wil in ieder geval de sprong wagen.

Wat er ook van zij, ik blijf ook in 2017 voortwerken aan de werven die ik ben opgestart: de digitale bibliotheek op onze website, het dossier over de universiteit in de eenentwintigste eeuw, en alternatieve vormen om onze stad te tonen (causerieën, quizzen, surplacewandelingen, …). Voor de eerste werf heb ik de hulp van onze webmaster. Het ziet ernaar uit dat ik de tweede kan opstarten met een viertal collega’s – daar kunnen er nog wel enkele bij. De derde werf is een persoonlijk initiatief. Dit is mijn manier om toch te kunnen blijven gidsen. Het dagcentrum de Hertog van Brabant is hierbij mijn laboratorium.

Daarmee ben ik gekomen bij een nieuwe vriendenkring die ik het beste wil toewensen: de bezoekers van het dagcentrum de Hertog van Brabant en zijn personeel. Hen wens ik vooral veel plezier met mijn “Leuvense” activiteiten. Nore, Sophie, Kris en Moncy, jullie kunnen op mij als vrijwilliger rekenen niet alleen voor Leuvense animatie maar ook voor kleine taakjes zoals boodschapjes, een rolstoel duwen, een enkeling begeleiden bij een wandelingetje, …

Ik heb ook nog enkele wensen voor mijn lotgenoten, Parkinsonpatiënten. Voor hen wordt 2017 een beetje een feestjaar. In 1817 schreef dokter Parkinson zijn essay over de ziekte die veel later zijn naam kreeg. Dit is het ideale moment om “onze” ziekte bekend te maken, hopelijk met goede informatie en niet met desinformatie. Ik blijf me in ieder geval inzetten voor juiste informatie binnen de Vlaamse Parkinson Liga en voor informatievaardigere patiënten.

Ten slotte wens ik alle lezers van mijn spinsels en Leuvense geschiedenissen, trouwe volgers en occasionele bezoekers, waar ook in de wereld, het allerbeste voor 2017. Om welke reden je dit ook leest, ik hoop dat je de informatie krijgt die je zoekt. Telkens als ik de statistieken bekijk, ben ik verrast te zien waar mijn blogs terechtkomen. Die tweeduizend vijfhonderd lezers komen blijkbaar uit alle werelddelen of het zijn min of meer tijdelijke passanten. Ik blijf alvast mijn best doen jullie nieuwsgierigheid te blijven voeden.

Afscheid van TweeBergen

Het is eindelijk zo ver, ik behoor niet meer tot het personeel van TweeBergen. Vandaag, 9 december 2016 neemt het arbeidscontract, gesloten op 8 april 1987 een einde. Ik heb lang gedacht dat je alleen uit een kliniek gelukkig ontslagen kan worden maar ik moet mijn mening herzien. Het kan raar klinken maar ik ben vandaag gelukkig met dit ontslag en ook al is de procedure allesbehalve eervol – in België moet je werkgever je ontslaan als je niet financieel wil gestraft worden – ik durf zeggen dat ik eervol ontslag neem.

Vooreerst is het een hele eer om met deze groep te hebben mogen samenwerken. Ik krijg tranen in de ogen als ik terugdenk aan de steun die ik van ALLE collega’s van TweeBergen, de twee locaties, gekregen heb in soms moeilijke tijden. Ik zal nooit vergeten hoe ik bij elk bezoek aan Gasthuisberg of Arenberg ontvangen werd alsof ik een van hen was. Het woordje “alsof” is hier slecht gekozen: ik was een van hen. Ik kan daarom alleen maar de oproep van Karen en Sandra bij hun afscheid bijtreden: koester de collegiale sfeer en de vriendschap in jullie groep. Niet alleen nieuwe collega’s genieten daarvan, collega’s met problemen evenzeer. Alstublieft, laat dit niet verloren gaan. Deze ongelooflijke collegialiteit maakt jullie uniek.

(Ondertussen 10 augustus)

Ik neem afscheid met opgeheven hoofd omdat ik durf te zeggen dat ik iets gerealiseerd heb. Ik heb, zoals Bram Vermeulen het zong, een steen verlegd in de rivier. Ik heb mee het begrip “Informatievaardigheden” op de kaart gezet binnen de universiteitsbibliotheek.

De titel van mijn eindwerk voor de bibliotheekschool toen nog in Brussel was “Informatie zoeken in de farmaceutische wetenschappen: een handleiding voor studenten en apothekers.” We spreken van 1988: het pre-Pubmed-tijdperk: medische literatuur opzoeken moest toen nog in de gedrukte versie van de Index Medicus. Om een artikel te vinden over de behandeling van de ziekte van Parkinson moest je eerst je weg vinden in één meter boeken of je moest bij de campusbibliothecaris terecht kunnen voor een online literatuuronderzoek. Dat gebeurde toen nog per telefoon. Hetzelfde gold voor chemische informatie (Chemical Abstracts) en citatieonderzoek (Science Citation Index). Nu heeft de hele universitaire gemeenshap toegang tot Pubmed, (Medline), Embase (Excerpta Medica), STN (Chemical Abstracts), Web of Science (Science Citation Index) en vele andere bibliografische databanken. Door de koppeling met de catalogus en de full-tekst-tijdschriften hoeft een student of onderzoeker niet meer naar de bibliotheek te komen om wetenschappelijke literatuur te vinden. In feite gebruikt hij de bibliotheek met afstandsbediening. Maar hij blijft de bibliotheek gebruiken. Dit duidelijk blijven maken aan haar stakeholders, blijft een grote uitdaging voor de bibliotheek.

Ook al lijken de middelen onbeperkt, bewijst de praktijk dat dit nog geen garantie is voor informatievaardige studenten en wetenschappers. Informatievaardig zijn betekent informatie kunnen zoeken, selecteren en op een ethische wijze te gebruiken. Als je alleen maar kijkt naar de berichten over plagiaat die regelmatig opduiken, zie je dat er op dit vlak nog een hele weg is af te leggen. Het ligt niet voor de hand om uit de massa’s gegevens die we continu te verwerken krijgen, de echte informatie uit te halen. Echte informatie is nuttige informatie: informatie die de onzekerheid doet verminderen.

Zeker op het vlak van wetenschappelijke informatie is de weg naar een informatievaardige samenleving nog zeer lang. Kijk maar naar de belabberde kwaliteit van wetensschappelijke nieuwsberichten in de krant, op radio en televisie, en naar de naïeve reacties hierop van de man in de straat: “ze hebben het in het nieuws gezegd”, … Zeker als het gaat over de gezondheid van mensen, wordt dit een belangrijk issue. Het belang van informatievaardige patiënten wordt mijns inziens nog te weinig begrepen. Dat is dan ook een punt waaraan ik – als vrijwilliger – zal blijven werken. Ik prijs me zeer gelukkig te weten dat ik in deze strijd gesteund word door de hele universiteit.

Ik vertrek ook met een gerust hart want ik weet dat mijn werk wordt voortgezet. Ik was ongelooflijk gelukkig toen ik zag hoe mijn opvolger mijn taken voortzette: de zoveelste voltreffer bij de selectie van een nieuwe medewerker. Dit kan geen toeval meer zijn. Niet alleen professioneel is het een schot in de roos, hij past ook perfect in deze groep van vrienden die zoveel meer zijn dan collega’s. Ook het jongste initiatief van het team informatiespecialisten, 2BIC (2Bergen Information Center), juich ik toe als een volgende stap in de evolutie van bibliotheek naar informatievaardigheidscentrum.

Ik vertrek dus met een goed gevoel, opgeheven hoofd en een gerust hart en toch wil ik liever niet spreken van een afscheid. Van deze vrienden wil ik geen afscheid nemen. Ik hoop dat ik de volgende jaren in beide bibliotheken nog altijd even welkom ben als ik altijd geweest ben. Ik zal ook blijven spreken van collega’s want zij hebben van het woord collega een eretitel gemaakt die ze levenslang verdienen te behouden.

Terugblik

Als ik op mijn vierenvijftigste levensjaar terugkijk, kan ik niet anders dan dat te doen met zeer gemengde gevoelens. Het was er een met hoge toppen en diepe dalen. Alles begon redelijk goed. Iedereen keek met een mengsel van hoop en schrik uit naar wat inderdaad het eerste hoogtepunt zou worden: mijn operatie. Ik heb al gesproken van een verrijzenis en een nieuw leven en daar blijf ik bij. Mijn persoonlijke Deus ex machina, professor Bart Nuttin, heeft me echt een nieuwe toekomst bezorgd. En een meer menselijke christusfiguur kan ik mij niet voorstellen: een arts-wetenschapper waarbij zijn grootte niet in de nek zit maar in het hart en in het verstand.

Helaas kwam kort daarna het diepe dal. Hier ga ik geen namen noemen, alleen feiten. Sommigen vinden dat ik hen te weinig noem, ik doe het ook nu niet. Zo kan ik niet het verwijt krijgen dat ik hen alleen vernoem in negatieve zin. Betrokkenen zullen wel doorhebben over wie ik het heb. De periode waarover ik het nu heb, is een compleet zinloze en nutteloze periode geweest, een periode die ik in dit spinsel van me wil afschrijven. Ik hoop dat de betrokkenen beseffen dat ze fout waren en dat ze uit hun fouten de nodige lessen trekken. Een echt gemeende “Sorry voor alles” zou hen sieren.

Deze periode begon einde maart en eindigde einde juni. Alles begon toen er abrupt een einde gesteld werd aan mijn asiel in Pamel. Toen ik daar emotioneel op reageerde – wat toch begrijpelijk is – waren de poppen aan het dansen. Zij zagen – ten onrechte – mijn emotionele reactie als een gevolg van mijn ziekte en ik evolueerde van kwaad naar erger als gevolg van de situatie. Als klap op de vuurpijl gebruikten ze een fabeltje als argument waarvan ze, als het te laat was, toegaven dat het een fabeltje was. Zo kwam ik terug terecht in Gasthuisberg. Dit is waarschijnlijk het meest nutteloze ziekenhuisverblijf in mijn leven. Overdag was ik meer elders op de campus dan op mijn kamer. En dit alleen omdat zij weigerden mij op te vangen. Ik draaide wel op voor de zinloze kosten.

Toen ik niet meer in het ziekenhuis kon blijven, weigerden ze me opnieuw op te vangen. Ze zouden me nog liever in een gespecialiseerd vluchtelingenkamp voor zieken gestopt hebben. Gelukkig werd het dat niet en vond ik asiel – kortverblijf noemt dat officieel – in Dijlehof. Daar liep alles goed tot ze me een heftige reactie op een organisatorische fout kwalijk maken. Ik werd gestraft omdat ik vond dat een activiteit op tijd moest beginnen en geen uur te vroeg. Liever dan hun eigen fout toe te geven stuurden ze me naar de psychiater en ik mocht weer opdraaien voor de kosten. Dat ze daarbij de patiëntenrechten overtraden en ongeoorloofd contact zochten met de familie, willen ze niet toegeven. Ik heb begrepen dat er toen ook druk is uitgeoefend op de dienst neurologie. Of wat men niet allemaal probeert om zijn eigen fouten maar niet te moeten toegeven.

Wanneer ik bepaalde praktijken vaststel die ingaan tegen internationale medische richtlijnen – Prolopa mag niet ingenomen worden bij een maaltijd – wordt daar niet op gereageerd. Zij gaan dus niet alleen psychologisch en juridisch in de fout, zij maken ook medisch een zware fout en weigeren tot nu toe hier iets aan te veranderen. Een mens zou voor minder kwaad worden.

Wat mij achteraf bekeken nog het meeste opvalt, is het feit dat zij allemaal bewezen hebben mij niet te kennen.

  • Hoe kan je er anders maar durven aan denken dat ik gelukkig zou kunnen zijn in een gespecialiseerd centrum buiten mijn leefwereld. Is mijn geluk niet meer waard dan een half uur langer in de file staan?
  • Waarom heb je anders niet meer vertrouwen in mijn herstelkracht en blijf je je focussen op het ogenblik dat het weer slecht gaat. Ik heb ondertussen toch bewezen dat ik niet zo naïef ben daaraan niet te denken. Ik heb daarbij geen hulp nodig.
  • Waarom durf je te twijfelen aan de loyauteit van mijn werkgever. Ik kan me geen loyaler werkgever voorstellen. Ik zal Hildes “Fuck the system” nooit vergeten en het siert de universiteit dat ze de capaciteiten van deze zeer grote dame gehonoreerd hebben. Ik heb er hierdoor een beschermvrouw op het hoogste niveau bijgekregen.
  • Waarom durf je anders nog te twijfelen aan de loyauteit van mijn Leuvense vriendenkring. Zij hebben me nooit in de steek gelaten en dat kan van niet iedereen gezegd worden.

Ook voor dit gebrek aan mensenkennis is een welgemeend sorry op zijn plaats.

Maar gelukkig eindigt dit levensjaar – en dus ook dit spinsel – positief. Ik ben uit deze diepe put waar zij me samen hebben ingeduwd, helemaal alleen uitgekropen en daar ben ik fier op. Ik heb me wel altijd moreel gesteund gevoeld door een aantal mensen die ik nu wel met naam ga noemen want zij verdienen het ook al zijn ze in deze spinsels al vaker vernoemd.

In de eerste plaats denk ik hier aan mijn collega’s van TweeBergen. Het woord “collega” lijkt wel voor hen uitgevonden te zijn. Ik kan me geen collegialer werkomgeving voorstellen. Bij elk bezoek verlaat ik een van de twee bibliotheken met het fantastische gevoel “ik hoor er nog bij”. Ik hoop dan ook dat dit gevoel blijft ook als ik er officieel niet meer bij hoor. Voor mij zijn jullie collega’s voor het leven.

In de tweede plaats – de volgorde is zuiver toevallig en perfect omkeerbaar – zijn mijn vrienden van Leuven+. Die vriendschap is op zich voldoende bestaansreden voor de oude gidsenbond want die kan Leuven Leisure of andere commerciële organisatie nooit bieden. Het zal hiermee wel duidelijk zijn dat ik niet geloof in een commerciële gidsenbond. Ik zal niet gauw mijn herintroductie in Leuven op een Erfgoeddag samen met Marleen vergeten. Het was de eerste van een lange reeks ontmoetingen die alle even hartelijk waren. Vrienden van Leuven+, jullie hebben ervoor gezorgd dat ik me onmiddellijk weer in Leuven thuis voelde.

Met wat professionele hulp en met de mentale steun van mijn vrienden werken we aan een toekomst die op de positieve lijn van de laatste maanden voortborduurt zodat we die drie desastreuze maanden voor goed achter ons kunnen laten.

Ik ben terug

Een positief spinsel op verzoek

Op verzoek wordt dit een spinsel waarin ik mij niet ga kwaad maken. Voor alle duidelijkheid, om het met de woorden van Johan Verminnen te zeggen: “Ik voel me goed”. De kwaadheid in vorige spinsels is dus geen uiting van mijn persoonlijke gemoedstoestand maar veeleer een uitdrukking van mijn persoonlijke betrokkenheid. In mijn kwaadheid viseer ik altijd systemen. Als ik daarbij per ongeluk ook mensen geraakt heb, en iemand zich ook persoonlijk gekwetst voelt, wil ik me daarvoor oprecht verontschuldigen.

Maar deze keer verder geen geklaag. Trouwe lezers – ik blijf me verbazen waar jullie allemaal vandaan komen – kennen mijn manieren om op een positieve manier uit te drukken dat ik me goed voel: danken en mijn plannen bekend maken. Door te danken wil ik vooral uitdrukken dat mijn goed voelen niet alleen mijn verdienste is maar dat dit pas mogelijk is met de hulp van velen. Aangezien ik niet altijd iedereen kan bedanken, moet ik vaak een keuze maken. Om weer een aantal misverstanden de wereld uit te helpen, wil ik hier mijn oprechte dank uitspreken voor iedereen die daar recht op heeft maar die nog niet vernoemd is.

Deze keer gaat mijn aandacht en dank uit naar mensen in het Leuvense. Zij zorgen er vooral voor dat ik me hier in Leuven echt thuis voel. Dezelfde trouwe lezers zullen ook weeral doorhebben welke groepen ik bedoel. Zo worden deze spinsels wel zeer voorspelbaar.

Mijn eerste pluim van de dag (van de week, van de maand, van het jaar, lifetime achievement) gaat nog maar eens naar al mijn collega’s van 2Bergen: en ik bedoel hier letterlijk alle collega’s: van Gasthuisberg en van Arenberg, mijn oude en mijn nieuwe bazen, degene waarmee ik al jaren samenwerk en de kakelverse collega’s, vaste medewerkers en vrijwilligers, informatiespecialisten, medewerkers van de publieke diensten en “motorrijders”, collega’s die ik altijd zie en zij die ik bijna altijd mis, en zij die ik nog niet vernoemd heb, maar toch mijn collega’s zijn: jullie zijn allemaal fantastisch. Als er nog eens een prijs wordt gegeven aan de beste werkomgeving, nomineer ik jullie onmiddellijk. De manier waarop ik zelfs na een jaar afwezigheid telkens weer begroet word – door iedereen, zonder uitzondering – is echt hartverwarmend.

Ik zal mijn “bazen” ook eeuwig dankbaar voor de manier waarop ik bijna geruisloos uit het beroepsleven ben kunnen stappen, zonder enige druk. Ik heb alle beslissingen zelf kunnen nemen. En ik blijf het herhalen: Hilde, jouw “Fuck the system” (“Dat is voor ons de beste optie maar die wil ik niet”) vergeet ik nooit.

Laat nog een ding duidelijk zijn, deze collega’s wil ik niet kwijt. Zolang ik nog in Gasthuisberg en Arenberg geraak, kom ik jullie regelmatig opzoeken en weiger ik te spreken van ex-collega’s.

Dezelfde superlatieven kunnen bovengehaald worden voor de tweede groep die ik hier nog eens in de bloemetjes wil zetten: alle collega’s gidsen van Leuven+. Zij hebben er in ieder geval voor gezorgd dat ik me onmiddellijk in Leuven heb thuis gevoeld. Ik was nog maar net in Leuven gearriveerd en ik werd al een hele Erfgoeddag op sleeptouw genomen. Gewoonweg zalig was dat. Het was onmiddellijk duidelijk: hier ben ik thuis, hier ga ik niet meer weg! Dat gevoel wordt alleen maar sterker bij elke ontmoeting. Jullie doen me een jaar afwezigheid gelijk vergeten alsof ik nooit ben weggeweest.

Uit mijn plannen zal wel snel blijken dat ik Leuven+ ook niet vergeten ben. Ik zit nog vol ideeën voor onze Leuvense Gidsenbond. Eigen aan een Parkinsonpatiënt is het feit dat geen enkel plan definitief is. Je leert te leven met omstandigheden die je dwingen plannen aan te passen. De richting die je uit wil blijft dezelfde maar je past de weg wat aan. Dit geldt zeker ook voor wat volgt.

De plannen die ik wil voorstellen, situeren zich op twee niveaus. Een eerste reeks situeert zich volledig in Leuven en hebben te maken met Leuven+.  Een tweede reeks heeft te maken met mijn activiteiten voor de Vlaamse Parkinsonliga. Om de voorspelbaarheid nog een beetje op te drijven wil ik ook al twee thema’s verklappen: informatie delen en informatievaardigheden.

Binnen het kader van Leuven+ wil ik extra werk maken van informatie delen en heb daarvoor vijf actiedomeinen geselecteerd:

  • Ik wil het verlies van onze oude bibliotheek doen vergeten door te werken aan een nieuwe digitale bibliotheek. Deze bibliotheek zal geen locatie hebben maar zich situeren in de digitale ruimte. Voor de rest zal ze alles hebben wat een gewone bibliotheek ook heeft: een catalogus, gebruikers met bepaalde rechten en zelfs een bibliothecaris die over die rechten waakt. Ik ben ondertussen begonnen met de collectievorming.
  • Ik wil er ook voor zorgen dat alle gidsen van Leuven+ eindelijk beseffen dat de geschiedenis van de universiteit niet stopt in de meidagen van 1968. Ik wil ervoor zorgen dat geen enkele gids niet meer weet hoeveel faculteiten de universiteit heeft. Gidsen van Leuven+ moeten niet weten hoeveel jongens- en meisjesstudenten er precies zijn. Zij zouden wel moeten weten waar ze dit kunnen terugvinden.
  • Bij het volgende project komt voor de eerste keer Parkinson op de proppen. Nu P. ervoor gezorgd heeft dat ik niet meer op straat mijn ding kan doen, ben ik op zoek gegaan naar andere manieren om onze stad bij de mensen te brengen. Ik heb daarbij mijn wagentje handig aangehaakt aan een initiatief van anderen en ben ook begonnen met wat we voorlopig “virtuele” of “digitale wandelingen” noemen, wat weleens voor rare reacties zorgt: “wandelen met zo slecht weer.” We zouden ook stadsspelen en stadsquizzen kunnen ontwikkelen. We moeten dan ook weleens goed nadenken hoe we die nieuwe producten op de “markt” gaan brengen.
  • is wel zeer betrokken bij het volgende plan. Ik zou graag samen met enkele geïnteresseerde gidsen een aantal Parkieswandelingen willen uitwerken: wandelingen aangepast aan Parkinsonpatiënten. Deze wandelingen behandelen dezelfde thema’s maar de aanpak wordt aangepast. Één aandachtspunt om al over na te denken: deze wandelingen zouden geen tussenstoppen mogen hebben, … Wie hierover mee wil nadenken, is bij deze uitgenodigd.
  • Het laatste van mijn vijf plannen voor Leuven+ sluit een beetje aan bij het vorige. Het sluit ook aan bij een van de mooiste initiatieven van Leuven+ van de jongste jaren: specifieke activiteiten voor mensen met een beperking. In dat kader ben ik begonnen met het verkennen van trajecten die toegankelijk zijn voor rolstoelgebruikers. Mijn droom is te komen tot een stadskaart met een toegankelijk knooppuntennetwerk. Ik hoop dat Dijlehof (en andere RVT’s) af en toe eens een traject willen uitproberen.

Voorlopig heb ik voor de Vlaamse Parkinsonliga plannen op twee domeinen

  • Vooreerst blijf ik zeker actief als correspondent voor het VPL-tijdschrift en ik denk dan aan drie reeksen bijdragen: een cursus informatievaardigheden, een reeks “Parkinson voor Parkies” en een aantal internettips.
  • Ten slotte ben ik met veel enthousiasme ingegaan op de vraag van Lut om tegen het volgende jaar (200 jaar Parkinson) te komen tot een vernieuwde reeks brochures over Parkinson voor het grote publiek. Ik krijg hier dus de kans mijn informatievaardigheden te tonen aan de buitenwereld en dat ten gunste van de ziekte van Parkinson: een droom wordt werkelijkheid.

Eindconclusie: ik zit nog barstensvol plannen en ideeën. Ik ben dus terug!

Mijn persoonlijk paasfeest

Enkele dagen geleden hoorde ik op de radio toevallig iets over een voorstel om de officiële feestdagen af te schaffen en te vervangen door extra vrij te kiezen feestdagen. Als dit voorstel er ooit zou doorkomen – over de wenselijkheid hiervan doe ik geen uitspraak – wil ik hierbij direct twee persoonlijke feestdagen afkondigen: 23 oktober als mijn persoonlijke kerstmis en 26 februari als mijn persoonlijk paasfeest. Op 23 oktober 1962 ben ik geboren en op 26 februari 2016 ben ik herboren. Zo voel ik me nu toch.

Mijn broers en zussen hebben de vorige maanden een aantal “wonderbaarlijke verrijzenissen” meegemaakt als ik van de ene op de andere moment uit een dystonie (dystonie, wat is dat nu weer?) opstond en weer “fris als de konijn op de plein” verderging, maar wat professor Nuttin en zijn team voor mekaar kregen is volgens mij tien categorieën straffer. Dit is geen verrijzenis, dit is een nieuw leven. Eindelijk weer echt durven dromen en hopen. Eindelijk weer perspectief.

Deze ervaring zegt meer over “levenskwaliteit” als alle artikels over dit onderwerp samen.  Dit is levenskwaliteit: durven plannen, doen wat je wil doen, zinvol bezig zijn, …  Eindelijk weer echt gelukkig kunnen zijn. Het is ook ongelooflijk hoe lichaam en geest elkaar versterken, in de negatieve zin als het slecht gaat, maar ook in de positieve zin als het goed gaat. (Voorlopig) gedaan met de frustraties en de passiviteit, eindelijk weer (bescheiden) plannen en die woorden tussen haakjes gaan de pret niet bederven. Ik ben vast van plan te “genieten” van de goede periodes die mij nog gegund zijn. Genieten betekent voor mij in de eerste plaats zinvol bezig zijn en wat dat betekent dat zullen jullie snel merken.

Want deze Spinsels zijn de eerste werf waarop ik actief wil zijn. Jullie zijn me trouw gebleven in moeilijke tijden.  Daarom zijn jullie ook de eersten die het horen als het goed gaat.

Natuurlijk zullen ook de collega’s van 2Bergen merken dat ik weer onder de levenden zijn. Ik ga bij mijn broer informeren wanneer hij in Leuven moet zijn en ik ga proberen zo vaak mogelijk mee te komen en dan probeer ik telkens een van de 2 “bergen” te bezoeken. We zullen dan ook weleens tijd hebben om over de toekomst te praten.

Maar ook de vrienden van Leuven+ (de Koninklijke Leuvense Gidsenbond) zullen het merken. Vooreerst door een revival van de Leuvense Geschiedenissen. Daaromtrent kan ik nu al aankondigen dat er nog een aantal episodes in het verhaal van het Celestijnenklooster aankomen. Ik ben daar namelijk op een ongelooflijk interessante bron gestoten en die wil ik zeker aanboren. Verder wil ik zeer graag een steentje bijdragen tot de “virtuele wandelingen” waarmee Leuven+ zich richt tot bewoners van rust- en zorghuizen. Ten slotte wil ik nu ook echt werk maken van mijn oude droom: een hedendaagse universiteitswandeling.

Een laatste groep die het zal merken, zijn mijn lotgenoten, Parkinsonpatiënten. Ik wil dankbaar gebruik maken van de Vlaamse Parkinsonliga en haar orgaan (dit is in gewone mensentaal haar tijdschrift) om Parkinsonpatiënten en al wie met hen te maken heeft, informatievaardiger te maken. VPL is voor mij geen doel op zich maar een middel om mijn boodschap te verkopen: informatie is, zeker voor Parkinsonpatiënten, levensnoodzakelijk.

Morgen zet ik de eerste stappen. Stap voor stap komen we een eind.

Enkele dagen geleden hoorde ik op de radio toevallig iets over een voorstel om de officiële feestdagen af te schaffen en te vervangen door extra vrij te kiezen feestdagen. Als dit voorstel er ooit zou doorkomen – over de wenselijkheid hiervan doe ik geen uitspraak – wil ik hierbij direct twee persoonlijke feestdagen afkondigen: 23 oktober als mijn persoonlijke kerstmis en 26 februari als mijn persoonlijk paasfeest. Op 23 oktober 1962 ben ik geboren en op 26 februari 2016 ben ik herboren. Zo voel ik me nu toch.

Mijn broers en zussen hebben de vorige maanden een aantal “wonderbaarlijke verrijzenissen” meegemaakt als ik van de ene op de andere moment uit een dystonie (dystonie, wat is dat nu weer?) opstond en weer “fris als de konijn op de plein” verderging, maar wat professor Nuttin en zijn team voor mekaar kregen is volgens mij tien categorieën straffer. Dit is geen verrijzenis, dit is een nieuw leven. Eindelijk weer echt durven dromen en hopen. Eindelijk weer perspectief.

Deze ervaring zegt meer over “levenskwaliteit” als alle artikels over dit onderwerp samen.  Dit is levenskwaliteit: durven plannen, doen wat je wil doen, zinvol bezig zijn, …  Eindelijk weer echt gelukkig kunnen zijn. Het is ook ongelooflijk hoe lichaam en geest elkaar versterken, in de negatieve zin als het slecht gaat, maar ook in de positieve zin als het goed gaat. (Voorlopig) gedaan met de frustraties en de passiviteit, eindelijk weer (bescheiden) plannen en die woorden tussen haakjes gaan de pret niet bederven. Ik ben vast van plan te “genieten” van de goede periodes die mij nog gegund zijn. Genieten betekent voor mij in de eerste plaats zinvol bezig zijn en wat dat betekent dat zullen jullie snel merken.

Want deze Spinsels zijn de eerste werf waarop ik actief wil zijn. Jullie zijn me trouw gebleven in moeilijke tijden.  Daarom zijn jullie ook de eersten die het horen als het goed gaat.

Natuurlijk zullen ook de collega’s van 2Bergen merken dat ik weer onder de levenden zijn. Ik ga bij mijn broer informeren wanneer hij in Leuven moet zijn en ik ga proberen zo vaak mogelijk mee te komen en dan probeer ik telkens een van de 2 “bergen” te bezoeken. We zullen dan ook weleens tijd hebben om over de toekomst te praten.

Maar ook de vrienden van Leuven+ (de Koninklijke Leuvense Gidsenbond) zullen het merken. Vooreerst door een revival van de Leuvense Geschiedenissen. Daaromtrent kan ik nu al aankondigen dat er nog een aantal episodes in het verhaal van het Celestijnenklooster aankomen. Ik ben daar namelijk op een ongelooflijk interessante bron gestoten en die wil ik zeker aanboren. Verder wil ik zeer graag een steentje bijdragen tot de “virtuele wandelingen” waarmee Leuven+ zich richt tot bewoners van rust- en zorghuizen. Ten slotte wil ik nu ook echt werk maken van mijn oude droom: een hedendaagse universiteitswandeling.

Een laatste groep die het zal merken, zijn mijn lotgenoten, Parkinsonpatiënten. Ik wil dankbaar gebruik maken van de Vlaamse Parkinsonliga en haar orgaan (dit is in gewone mensentaal haar tijdschrift) om Parkinsonpatiënten en al wie met hen te maken heeft, informatievaardiger te maken. VPL is voor mij geen doel op zich maar een middel om mijn boodschap te verkopen: informatie is, zeker voor Parkinsonpatiënten, levensnoodzakelijk.

Morgen zet ik de eerste stappen. Stap voor stap komen we een eind.