Tagarchief: cultuur

Utopia

Het is vandaag pas Allerheiligen maar ik heb gisteren al een culturele hoogdag gehad. Ik ben gisteren in de Davidsfonds Academie voor het eerst echt kennisgemaakt met de tentoonstellingen “Op zoek naar Utopia” en “Utopia & More”. Wie van kunst en cultuur houdt moet dit gezien hebben!!

In de voormiddag kregen we eerst twee Lezingen. Eerst liet professor Erik De Bom ons kennismaken met het boek waar alles om draait. Mij deed hij vooral zin krijgen om het boekje eens te lezen. Missie dus geslaagd. Het verhaal van professor Jan Van der Stock had ik al gehoord en gezien maar is voor wie dat nog niet deed de ideale teaser voor de tentoonstelling in M.

Dat was nog maar de inleiding, het moment suprème kwam in de namiddag: het bezoek aan de tentoonstellingen zelf. Wij hadden daarbij nog geluk dat we konden rekenen op een van onze absolute topgidsen, Ann Smets, die ons van het ene hoogtepunt naar het andere loodste. Wij begonnen met de tentoonstelling “Utopia & More”, een kleine maar zeer interessante tentoonstelling in de universiteitsbibliotheek waarin het boek, Utopia, en zijn schrijver, Thomas More, centraal staan. Maar het hoogtepunt was toch de tentoonstelling in het museum zelf. De woorden in De Standaard zijn niets overdreven: “een uitgekristalliseerd parcours, dat leidt van topwerk naar topwerk.” Zoveel dat ik zeker nog eens terugkom om alles te kunnen bekijken.

Een kleine bloemlezing.

Prachtige portretten van onze uitgeweken Leuvenaar Quinten Metsijs

erasmus

Erasmus

humanist

Onbekende humanist

gekende en minder gekende schilders met even mooie werken.

dorothea

Jan Gossaert

schuttersfeest

boschiaans

Prachtige wandtapijten

koningin Mathilde bezoekt Museum in Leuven (tekst Andreas). bij het wandtapijt

De dame was ondertussen vertrokken.

wandtapijt-astrolabium

tuin-der-lusten

Sublieme kaarten,

wereldkaart

Miniaturen,

bening

Instrumenten,

armillarium

En zoveel meer.

besloten-hofje

Plantin-Moretus

Net terug van een leuk en interessant dagje Antwerpen. Ik ben met een vriend van het dagcentrum naar het vernieuwde Plantin-Moretus-museum geweest.  Ik vond de hernieuwde kennismaking zeer aangenaam. De collectie drukpersen, loden letters, oude drukken, … was al indrukwekkend maar wordt nu in de nieuwe presentatie ook op een frisse manier getoond. Als je nu door het museum stapt, krijg je een verhaal waardoor het geheel toegankelijker wordt voor een ruim publiek.

Aangezien Christoffel Plantin in een andere eeuw leefde dan Thomas More en Desiderius Erasmus moeten we niet zoeken naar een direct verband met Utopia. Onrechtstreeks is er die wel. De laatste grote humanist, de Erasmus van zijn eeuw, Justus Lipsius was kind aan huis in de Officina Plantiniana en was Leuven, met zijn Drietalencollege en de drukkerij van Dirk Martens de pleisterplaats van de zestiende-eeuwse humanisten, dan was het atelier van Plantin in Antwerpen dat in de zeventiende eeuw.

Wat zal ik nu onthouden van deze nieuwe kennismaking?

Ten eerste is mij nogmaals duidelijk geworden welke moderne zakenlui Christoffel Plantin en de Moretussen wel waren. Hun atelier doet denken aan een moderne KMO en ze gebruikten toen al lettertypes die we nu nog gebruiken, o.a. de Garamond.

Wat me ook zal bijblijven is de ongelooflijke reeks belangrijke boeken die bij Plantin en zijn opvolgers gedrukt werden. Een bloemlezing.

lipsius

De werken van Justus Lipsius

kilaan

Het eerste Nederlandse woordenboek van Kiliaan

stevin

Wiskundeboeken van Simon Stevin

guicciardini

Het Italiaanse reisverslag van Guiccardini

ortelius

De eerste atlas van Abraham Ortelius. De eerste atlas is niet gemaakt door Gerard. Hij gaf wel de naam atlas aan de kaartenboeken.

coudenberg

Het geneesmiddelenboek van Pieter Coudenberg

dodoens

Het kruidenboek van Rembert Dodoens

lijkstoet

Een twaalf meter lange tekening van de lijkstoet van keizer Karel V

biblia-sacra

Prachtige Bijbels met als meesterwerk de

biblia-regia

Biblia Regia.

Kortom een must voor elke cultuurliefhebber.

Natuur versus cultuur

De idee voor dit filosofisch spinsel ontstond toen ik deze morgen even door het venster keek. Plots was ik getuige van een scéne die zo uit een natuurdocumentaire kon genomen zijn: een roofvogel hield een prooivogel onder controle tussen zijn klauwen. Ik vroeg me even af of ik dit nu mooi en/of wreed moest vinden. Als ik er wat langer bleef bij stilstaan, besefte ik dat dit een typische antropocentrische vraag is: ik bekeek de natuur met “culturele” ogen. Mooi, lelijk, lief, wreed… zijn typisch menselijke etiketten die wij op de natuur plakken. Dit deed me verder nadenken over de relatie tussen cultuur en natuur en zoals zal blijken, bracht deze gedachtestroom mij zelfs bij Parkinson.

Laten we de gedachtestroom volgen zoals die bij me opkwam en beginnen bij de beginvraag: was ik getuige van een mooie of van een wrede scène? In een eerste reactie zullen de mensen dit een wrede scène vinden maar objectief gezien is dit al een partijdig standpunt want we kiezen al partij voor één van de twee strijdende partijen: niet toevallig voor het slachtoffer in deze strijd. Is het partij kiezen voor het slachtoffer geen algemeen menselijk standpunt dat in feite ingaat tegen de universele natuurwet: het recht van de sterkste. Deze natuurwet wordt zeker in onze westerse cultuur als wreed en zelfs onmenselijk aangevoeld. Ik vermoed dat dit aanvoelen grotendeels verklaren waarom velen zich ongemakkelijk voelen bij de evolutietheorie van Darwin.

Als je de evolutietheorie simplistisch voorstelt en dit dan bekijkt vanuit een menslievend standpunt bekijkt, komt ze inderdaad als wreed en egoïstisch over: de sterkste overleeft. In mijn ogen maken we hier een fundamentele denkfout. We proberen natuurwetten te evalueren vanuit een cultureel standpunt en dit is even dom als het menselijk gedrag te willen evalueren op basis van de natuurwetten. Dit is een bedenking die ik wel meer maak als ik bepaalde wetenschappers-wetenschapsjournalisten hoor uitleg geven over het gedrag van dieren. Ik denk dat het even dom is de evolutietheorie te gebruiken als basis voor een morele code als de Bijbel te gebruiken om de natuurwetten te verklaren.

Natuur en cultuur worden hier wel als twee verschillende delen van de “wereld” voorgesteld maar dat betekent geenszins dat dit twee gescheiden werelden zijn. Natuur en cultuur zijn twee delen van de werkelijkheid die elkaar beïnvloeden. De volgende voorbeelden illustreren deze interacties.

Eerst een paar voorbeelden die aantonen dat de cultuur beïnvloed wordt door de natuur.

Suiker is niet toevallig zoet en kinine niet toevallig bitter. De smaak(van voedingsproducten) is in feite niets anders dan een gewaarwording van een chemische interactie tussen een voedingsstof en receptoren en de eerste functie van het smaakzintuig is het beschermen van het individu tegen gevaarlijke stoffen. Daarom moesten gevaarlijke stoffen als onaangenaam aanvaard worden en nuttige stoffen als aangenaam. Daarom zijn suikers zoet, de aangename smaak bij uitstek en zijn vele gifstoffen bitter. Later is de mens in zijn culturele ontwikkeling dit ruwe schema gaan verfijnen en relativeren maar in oorsprong is de smaak een eenvoudig natuurlijk systeem gebaseerd op een in de natuur wijdverspreid mechanisme: de chemoreceptor.

Wij werken niet toevallig met een tientallig rekenstelsel. Ik ben ervan overtuigd dat wij met een tientallig stelsel werken omdat we nu eenmaal tien vingers hebben. Als de mens vier vingers aan één hand zou gehad hebben, is de kans zeer groot dat we zouden gewerkt hebben met een achttallig stelsel, wat in feite universeler is als het tientallig, want acht is een macht van twee en dat is het eenvoudigste en dus ook het meest universele talstelsel.

Maar de cultuur heeft ook de natuur beïnvloed. Denken we alleen maar aan de verschillende voorbeelden van dieren die hun gedrag hebben aangepast aan de menselijke aanwezigheid. Dan denk ik zowel aan huisdieren als aan ongedierte: nuttige of schadelijke dieren, natuurlijk geoordeeld vanuit het standpunt van de mens.

Er zijn ook veel voorbeelden te geven van situaties waarbij de mens verantwoordelijk is voor een ingrijpende verandering in de verspreiding van de soorten. Denken we dan bij voorbeeld maar aan het importeren van de Amerikaanse eik en het effect daarvan op de spreiding van de eigen inlandse eikensoorten. In de dierenwereld zijn er situaties waarbij de mens gezorgd heeft voor het verdwijnen van een soort, een zeer gekend voorbeeld is de dodo, en situaties waarbij de mens precies gezorgd heeft voor een plaag, denken we dan maar aan de rattenplaag in de Middeleeuwen.

Natuur en cultuur zijn dus twee aspecten van eenzelfde werkelijkheid met aparte wetten. Er is dus niets mis met sympathie te betonen voor de zwakkere. Dat is een zeer menselijke en daarom ook een zeer positieve waarde. Daarom ook vind ik dat het ethisch niet fout is dierenlevens op te offeren voor het welzijn van de mens, tenminste als dat leed niet te vermijden is. Ook in de natuur toont de ene soort geen medelijden met de andere. Denken we maar aan de roofvogel en zijn prooi bij de aanvang van dit spinsel. Mensen van Gaia moeten zich misschien eens afvragen of hun leider nog zou leven indien er geen dierenproeven waren uitgevoerd. Mijn boodschap is: “Laten we als mensen goed zijn voor elkaar en zo goed mogelijk voor de natuur, en laten we de natuur natuur zijn.”

Wat is culltuur? Wat is de mens?

Voor alle duidelijkheid, ik gebruik het begrip “cultuur” hier in zijn breedste betekenis: alles wat het resultaat is van menselijk bewust handelen. De vraag wat cultuur is, komt dus neer op de vraag wat de mens is. Het antwoord op die vraag zit volgens mij al in de gebruikte definitie van cultuur. Het is één woord: bewust(zijn), eventueel te specificeren tot zelfbewustzijn.

Bewustzijn betekent dat je als mens zelf keuzes kan maken. Dat kunnen andere dieren niet, andere dieren voeren programmaatjes uit. Als dat erfelijk ingebakken programma’s zijn, spreekt men van instincten, als dat extern ingevoerde programma’s zijn, spreekt men van conditionering, maar zelf bewuste keuzes maken kan een ander dier niet.  Als er in de natuur keuzes moeten gemaakt worden, geldt de wet van de willekeur, de wet van het toeval. De natuur dobbelt, de mens kiest.

De mens kan als enig dier bewust kiezen tegen de willekeur in, voor wat hij goed, waardevol, belangrijk… vindt. Dit is voor mij dan ook de essentie van vrijheid: zelf kunnen kiezen. Zelf kiezen om goed te doen, zelf kiezen om tegen het recht van de sterkste in te gaan, zelf kiezen om de zwakke te helpen…

Deze vrijheid heeft ook zijn consequenties: als we vrij kunnen kiezen, zijn we zelf ook verantwoordelijk voor deze keuze. Daar ligt ook de waarde van deze vrijheid in: wij kunnen niet alleen zelf zeggen wat we willen, wij kunnen ook zeggen waarom. Wij kunnen zelf bepalen wat we belangrijk vinden, wat we waardevol vinden. Als er geen waarom is, is er in feite willekeur en is er ook geen sprake van een bewuste keuze.

Natuurlijk is deze vrijheid begrensd. De medemens, individueel of in groep, kan grenzen aan deze vrijheid vastleggen – de vrijheid van de ene eindigt waar de vrijheid van de ander begint – en ook de natuur zal deze vrijheid beperken. Als de natuur de vrije wil beperkt, gelden weer de natuurwetten: het recht van de sterkste en/of de willekeur. Ziekte kan zo een willekeurige factor zijn. Ziekte kan ook een gevolg zijn van menselijk handelen maar vaak is het niet zo. Er zijn ziektes die je “krijgt” zonder reden. Je krijgt ze bij wijze van spreken omdat iemand ze moet krijgen. Verschillende besmettelijke ziektes (mazelen, pokken, griep…), kinderkanker, ziekte van Parkinson… zijn maar enkele voorbeelden. In dat geval is er ook niemand verantwoordelijk en moeten er ook geen zondebokken gezocht worden, niet onder de mensen maar ook niet daarbuiten. Niemand kiest wie er Parkinson krijgt, ook God of de Duivel niet. Als de natuur toeslaat, is niemand verantwoordelijk.

Mensen zijn wel verantwoordelijk voor de manier waarop ze met hun medemensen omgaan, en dan in het bijzonder met de zwakken en de gekwetsten. Mensen kunnen bewust kiezen niet toe te geven aan het recht van de sterkste en andere waarden als norm gebruiken. Er i niets mis mee het belang van de opvoeding van kinderen te laten primeren op het belang van de economie, er is ook niets mis mee om als je kind kanker heeft, elke dag te vechten voor een menswaardig leven ook al is het terminaal en weet je dat de strijd vanuit darwinistisch standpunt hopeloos is. De mens kan hier zelf beslissen dat elke dag langer leven meer waarde heeft dan een reis, een auto, een huis…

Die vrije keuze is voor mij de basis van echt menselijk geluk. Echt geluk is zelf kunnen kiezen wat je belangrijk vindt, zelf kunnen kiezen waarvoor je wil leven, kiezen voor een leven dat de moeite waard is. Voor mij is dit geluk de basis voor wat ik goed en slecht vind. Goed zijn betekent mensen meer mogelijkheden geven de waarden te kiezen die zij belangrijk vinden en hen meer kansen geven om voor deze keuzes te leven.

Als de natuur mij belemmert het leven te leven dat ik waardevol vind, dan ben ik fundamenteel ongelukkig. Gelukkig zijn er dan mensen die mij ondersteunen, die ervoor zorgen dat ik nieuwe doelen kan vastleggen, dat ik opnieuw iets vind dat waardevol is. Als ik dat niet meer kan, als ik niet meer bewust kan kiezen wat ik belangrijk genoeg vind om voor te leven, dan verlies ik mijn menselijke waardigheid. Dan is de mens Wim Van Isterdael verleden tijd.

Dit lijkt allemaal vergezocht maar het is soms concreter als je zelf zou denken. Ook deze blog is voor mij een manier om het leven te leven dat ik belangrijk vind. Ik ben er – precies door de ziekte van Parkinson – nog meer van overtuigd dan vroeger dat meer informatie een mens beter kan maken. Ik wil dan ook blijven proberen om mensen informatie te geven zodat zij bewuster kunnen kiezen waarvoor zij willen leven. De manier waarop ik dit doel probeer te realiseren, heb ik wel moeten aanpassen aan de limieten die de natuur, geconcretiseerd in de gestalte van Parkinson, mij oplegt. Ik heb de indruk dat ik met deze blog een geschikt medium gevonden heb om deze doelstelling te realiseren.

In dit spinsel hebben we draden getrokken tussen een aandoenlijke natuurscène en de vrijheid. Ook andere thema’s die tot nadenken stemmen, werden aan ons spinsel verbonden. Dit spinsel is gebaseerd op wetenschappelijke kennis die – tegen mijn principes in – niet geverifieerd is. Zij komt rechtstreeks uit de kennisbank tussen mijn twee oren. De filosofische ideeën zijn persoonlijke interpretaties van wat ik ooit wel ergens gehoord of gelezen heb. Ik heb allerminst de pretentie een coherent denksysteem te ontwikkelen. Alle wetenschappelijke en/of filosofische correcties zijn van harte welkom. Het was allerminst mijn bedoeling jullie mijn wijsheid op te dringen. Als ik jullie maar eventjes bij deze onderwerpen heb doen stilstaan, ben ik al in mijn opzet geslaagd.