Tagarchief: evidence-based medicine

Informatie, gezondheid en wetenschap

Beste spinselvrienden,

Het onderwerp voor dit spinsel heb ik gehaald uit de e-nieuwsbrief van “Gezondheid en Wetenschap”. Daarin staat een bijdrage met als titel: “Kan overleg tussen arts en patiënt het antibiotocagebruik verminderen”. Dit bleek in meerdere opzichten een interessant aanknopingspunt voor een spinsel.

Ik heb hier eerder al gewezen op het probleem van zogenaamde medische nieuwsberichten. Deze problematiek was ook mensen van CEBAM niet ontgaan. Dat is een van de motieven bij de ontwikkeling van de website “Gezondheid en Wetenschap”.

Wie de actuele medische sector een beetje volgt, heeft waarschijnlijk wel al eens de term “evidence-based medicine” horen vallen. Maar wat houdt dat precies in? “Evidence-based” zie je trouwens meer en meer in andere domeinen, buiten de medische sector, opduiken: evidence-based pedagogie, evidence-based human resources management, evidence-based communicatie, zelfs evidence-based bibliotheek- en informatiewerk. Maar wat wordt daar precies mee bedoeld?

Natuurlijk is dit ook een gelegenheid om nog maar eens het belang van informatie in de gezondheidszorg te beklemtonen. Dit wordt hier aangetoond door een studie, in dit geval een systematic review, in verband met antibioticagebruik. Ook in andere medische domeinen bestaan dergelijke onderzoeken. Zo heb ik recent nog een studie, ook een systematic review, gelezen over de effecten van informatievoorziening op de levenskwaliteit  van MS-patiënten. Ook al zijn deze onderzoeken niet optimaal, het feit dat ze bestaan is al een stap in de goede richting.

Ik gebruik voor de bespreking van het bericht van Gezondheid en Wetenschap dezelfde aanpak als degene die zij zelf gebruiken voor het bespreken van medische nieuwsberichten. Die recensies bestaan steeds uit drie deeltjes:

  • Waar komt dit nieuws vandaan?
  • Hoe moeten we dit interpreteren?
  • Conclusie

Waar komt dit nieuws vandaan?

Ik heb dit bericht dus van de website Gezondheid en Wetenschap. Deze website is een initiatief van CEBAM, het Centrum voor Evidence-Based Medicine als correctie op de stroom van medische informatie die via de populaire media op het publiek afkomen. Zij zijn nog voorzichtig en spreken van “ook minder correcte commentaren en soms ronduit verkeerde adviezen” “naast zeer nuttige informatie over medisch-wetenschappelijk onderzoek.” Ik zou het willen omdraaien en spreken van “soms zeer nuttige informatie naast minder correcte commentaren en ronduit verkeerde adviezen”.

“Evidence-based medicine” is kort samengevat geneeskunde gebaseerd op wetenschappelijke bewijzen. Die bewijzen moeten geleverd worden door goed wetenschappelijk onderzoek, d.w.z. objectief, gecontroleerd en de effecten moeten vergeleken worden met een controlegroep. Met Gezondheid en Wetenschap wil CEBAM evidence-based medicine toegankelijk maken voor het grote publiek. Het motto dat ze hiervoor aanhalen kan ik alleen maar onderschrijven: “Zoals mensen recht hebben op zuiver drinkwater, hebben ze ook recht op zuivere gezondheidsinformatie.”

Deze opdracht, zuivere gezondheidsinformatie, proberen ze te realiseren door enerzijds EBM-richtlijnen die bedoeld zijn voor artsen, te hertalen naar EBM-patiëntenrichtlijnen en anderzijds door de meest in het oog springende medisch-wetenschappelijke nieuwsberichten onder de loep te nemen en te becommentariëren op basis van informatie over de wetenschappelijke oorsprong van het nieuws.

Het besproken onderzoek is beschreven in een Cochrane review. Voor artsen (en biomedische informatiespecialisten) zou dit geen onbekende mogen zijn. Voor de anderen een woordje uitleg. Cochrane is een non-profitorganisatie die via streng gecontroleerde systematic reviews betrouwbare informatie verspreidt naar artsen en patiënten. Een systematic review is een verslag van een systematisch onderzoek van de wetenschappelijke informatie over het onderwerp. “Systematisch” wil hier zeggen dat zowel het verzamelen als het verwerken van de informatie gebeurt gebruikmakend van geformaliseerde methoden zodanig dat de lezer het verloop van het onderzoek kan volgen en de kwaliteit ervan kan inschatten.

De bron van deze informatie staat dus boven alle verdenking. De primaire bron, Cochrane, is dé wereldautoriteit op het vlak van evidence-based medicine. Een objectievere bron van medische informatie is moeilijk denkbaar. Die reputatie van de primaire bron straalt ook af op de secundaire bron. CEBAM is trouwens de lokale vertegenwoordiger van België in het Cochrane-netwerk. Verwachten dat patiënten Cochrane reviews lezen is overdreven maar Wetenschap en Gezondheid durf ik wel aan iedereen aanraden. Misschien een tip, ga telkens als je op de radio of op televisie iets hoort, of in de krant of in een magazine iets leest over een middeltje god weet waartegen, eens kijken op Wetenschap en Gezondheid of zij er iets over vertellen.

Hoe moeten we dit interpreteren?

  • Het mogelijk maken van gezamenlijk beslissingen door arts en patiënt kan het antibioticagebruik reduceren op korte termijn.
  • Effecten op middellange of lange termijn kunnen niet bewezen worden.
  • De bewijskracht is matig tot zwak.

Dit is kort samengevat wat een arts kan onthouden bij het behandelen van patiënten. Dit lijkt maar een mager beestje: waarschijnlijk werkt het op korte termijn. De suggesties voor verder onderzoek zijn dan ook interessanter.

  • Er moeten nog meer gelijkaardige onderzoeken uitgevoerd worden.
  • Er moet beter onderzocht worden hoe men dit positief effect zo groot mogelijk kan maken.

In feite zegt dit mager resultaat meer over de kracht en de beperkingen van evidence-based praktijken buiten de geneeskunde dan over het onderwerp van de studie zelf. Ik denk dat we hier op de grenzen van evidence-based medicine gestoten zijn. In feite gaat het hier meer over evidence-based pedagogie dan over evidence-based medicine.

Wat “evidence-based” betekent buiten de geneeskunde is mij niet duidelijk. Ik vind het moeilijk om de concepten van EBM zomaar over te zetten op andere domeinen van de wetenschap. EBM is voor een groot stuk gebaseerd op het concept klinische studie. Als men in het kader van EBM spreekt over wetenschappelijk onderzoek, heeft men het meestal over klinische studies, bij voorkeur dubbelblind en placebogecontroleerde RCT’s (randomized clinical trials) maar wat zijn deze concepten nog waard als het gaat over pedagogie, human resource management, communicatie, … Gelukkig durft een van de belangrijke promotoren van evidence-based medicine in zijn hoorcolleges ook wel eens pedagogisch experimenteren en die experimenten zien mislukken.

Dit betekent niet dat in deze domeinen niet gezocht moet worden naar “de best beschikbare informatie over doelmatigheid en doeltreffendheid” zoals het in de definitie van “evidence-based practice” mooi wordt verwoord. Het is echter niet altijd duidelijk wat met die best beschikbare informatie bedoeld wordt.

Conclusies

  1. De website “Gezondheid en Wetenschap” is een zeer krachtig tegengif tegen al de informatiepollutie in de populaire media.
  2. Ook als het gaat over informatie, is het belangrijk te zoeken naar de maximale doelmatigheid en doeltreffendheid. Dit onderzoek vraagt wel een aangepaste methodologie. Evidence-based medicine kan hier dienen als informatiebron maar kan niet zomaar gekopieerd worden.
  3. Los van het therapeutisch effect, informatie is in de gezondheidszorg een ethische vereiste.
  4. “Zoals mensen recht hebben op zuiver drinkwater, hebben ze ook recht op zuivere gezondheidsinformatie.”

Wees informatievaardig

In dit spinsel spin ik draden tussen mijn professionele activiteiten van in het begin van mijn loopbaan in de universiteitsbibliotheek en mijn huidige situatie waarbij ik in de rol van patiënt gedwongen ben. Tegelijk wil ik een begrip dat zeer belangrijk voor mij is, in een bredere context plaatsen dan die waar hij meestal in geplaatst worden. Voor mij zijn informatievaardigheden ook zeer relevant buiten de bibliotheekwereld waar het begrip soms gezien wordt als een trendy synoniem voor biblliotheekinstructie. De woordkeuze is misschien niet ideaal maar aangezien ik de lading belangrijker vind dan de vlag, ga ik deze semantische discussie niet aanwakkeren en hou ik het bij de algemeen aanvaarde benaming in het Nederlands.

In de Engelse vakliteratuur is de term “Information Literacy” algemeen aanvaard. Vandaar dat in het Nederlandse taalgebied steeds vaker “Informatiegeletterdheid” opduikt. De term “geletterdheid” en zeker de Engelse equivalent “literacy” leggen de sociale dimensie van informatievaardigheden bloot. Dit wordt nog duidelijker als we de het koppelen aan het antoniem “illliteracy” in het Engels, “analfabetisme” in het Nederlands.

Het is duidelijk dat mensen meer moeten kunnen dan lezen en schrijven om in deze informatiemaatschappij te kunnen functioneren. De definitie van geletterdheid komt meer en meer in de buurt van die van informatievaardigheden. Op de website van het “Plan Geletterdheid Verhogen”, een initiatief van de Vlaamse Overheid, wordt geletterdheid gedefinieerd als: “de competenties om informatie te verwerven, te verwerken en gericht te gebruiken. Dit betekent met taal, cijfers en grafische gegevens kunnen omgaan en gebruik kunnen maken van ICT”. In de volgende toevoeging wordt de relevantie van geletterdheid geaccentueerd: “Geletterd zijn is belangrijk om zelfstandig te functioneren en participeren in de samenleving en nodig om zich persoonlijk te kunnen ontwikkelen en bij te kunnen leren.”

Om het begrip Informatievaardigheden te situeren in het kader van gezondheid en de medische informatie, twee onderwerpen die mij in de huidige omstandigheden nauw aan het hart liggen, geef ik nog eens drie definities. Om de raakpunten te beklemtonen heb ik het kernbegrip telkens vervangen door drie kruisjes.

  1. xxx is die combinatie van competenties die iemand nodig heeft om te onderkennen wanneer hij informatie nodig heeft, en waarmee hij in staat is de benodigde informatie op te sporen, te evalueren en effectief en zorgvuldig te gebruiken.
  2. xxx zijn de vaardigheden van individuen om informatie over gezondheid te verkrijgen, te begrijpen, te beoordelen en te gebruiken bij het nemen van gezondheidsgerelateerde beslissingen.
  3. xxx is het expliciet, oordeelkundig en consciëntieus gebruikmaken van het beste beschikbare bewijs bij het maken van een keuze voor de behandeling van een patiënt. Dit alles gegeven de stand van de (medische) wetenschap van dat moment.

In de drie definities zie ik de volgende drie zaken terugkomen: informatie opsporen, evalueren en gebruiken. Ligt dit niet zeer kort bij de eerder vermelde definitie van geletterdheid? Ik hoop dat ik daarmee de relevantie van dit thema heb kunnen aantonen. (In definitie 1 staan de drie kruisjes voor informatievaardigheid, in definitie 2 voor gezondheidsvaardigheden en in definitie drie voor evidence-based medicine)

Ik heb zelf ondervonden dat informatievaardigheden wel degelijk belangrijk zijn voor patiënten, zeker voor (jonge) Parkinsonpatiënten. Ik wil hier drie situaties schetsen waarbij informatievaardigheden een rol spelen. Je zou het ook drie lessen voor de toekomst noemen maar in feite gaat het om één les met drie casussen en de titel van de les is “Wees Informatievaardig”.

Een eerste situatie heeft te maken met het maken van ingrijpende beslissingen. In de loop van het ziekteproces kan je op bepaalde momenten beslissingen moeten nemen die zwaar ingrijpen op je verder leven. Bij Parkinson is dat bij voorbeeld de beslissing om een chirurgische behandeling te onderzoeken en eventueel uit te voeren: de vraag DBS ja of nee (DBS Staat voor “deep brain stimulation of Diepe hersenstimulatie. Ik ben van mening dat je deze beslissing het beste neemt op basis van wetenschappelijke informatie. Ik ondervind ook druk vanuit de naaste omgeving waartegen je je ook kunt wapenen door je goed te documenteren. Ik vind het trouwens ook een taak van de arts om de patiënt uit te leggen hoe deze informatie tot stand komt. Ik leg later nog wel eens uit welke beslissing ik genomen zal hebben en hoe ik daartoe zal gekomen zijn.

Een tweede situatie waarbij je informatievaardigheden kunt gebruiken, zijn de alledaagse taferelen waarin je goedbedoeld gewezen wordt op wat ze zogezegd gevonden hebben en de klassieke dooddoener: “in tien jaar kan veel” of “ze zullen wel iets vinden”. Ik raad alle patiënten zich hiertegen met informatievaardigheden en kritisch denken te wapenen. Vooral de populaire media: radio, televisie, krant, … en ook het internet zijn regelmatig de bron van informatie waarvan de wetenschappelijke waarde op zijn minste dubieus genoemd kan worden. Let op: het internet is tegelijk ook de oplossing van het probleem. Het internet is niet goed of slecht an sich. Ik raad je aan om zo veel mogelijk de bron van de informatie na te gaan. Als er verwezen wordt naar een wetenschappelijke studie, ga je best op zoek naar het oorspronkelijk onderzoeksartikel. Als dat niet mogelijk is, controleer dan in ieder geval de autoriteit van de auteur en staar je daarbij niet blind op een aanroeptitel. Professoren zijn niet alwetend. En informatie is nooit waar alleen omdat een bepaald iemand het gezegd heeft. Daarom herhaal ik het: blijf steeds kritisch denken.

Kritisch denken (Critical Thinking) is op zich geen informatievaardigheid maar is er wel zeer verwant mee. Op de website kritischdenken.nl worden de kenmerken van kritisch denken samengevat in 12 denkvaardigheden. Ik kies er één uit: evalueren van vooronderstellingen, van de betrouwbaarheid van informatiebronnen en van de betrouwbaarheid van conclusies.

Dit laatste is ook aan de orde bij het derde advies: laat je goed omringen, zoek mensen die je kunnen helpen. Meestal kunnen deze mensen je vooral helpen met informatie en kun je hen beschouwen als informatiebronnen. Dan zijn het zoeken van de juiste mensen en hen kritisch blijven evalueren wel degelijk “informatievaardigheden”. Dat zoeken naar goede informanten is niet alleen op medisch of wetenschappelijk vlak nuttig. Zo heb ik zeer veel gehad aan het advies contact te zoeken met de dienst maatschappelijk werk van de mutualiteiten. Deze dienstverlening is gratis. Dat niet meer mensen dat weten, is op zich aanleiding voor een andere discussie, die ik in een later spinsel wel eens zal inzetten.

Ik denk dat we als conclusie kunnen stellen dat vooral het duo Kritisch denken en Informatievaardgheden samen een belangrijk wapen zijn tegen de gevaren van te weinig informatie en/of slechte informatie (wat in feite een contradictio in terminis is), waarbij kritisch denken een grondhouding zou moeten zijn en informatievaardigheden een hulpmiddel, een “techniek” om die te realiseren.