Tagarchief: gezondheidszorg

Twee jaar zonder Lucas

een blogitem van “Lucas For Life” doet me eraan herinneren dat Lucas al twee jaar van ons weggegaan is. Ook al heb ik het jongetje niet gekend, toch komen telkens weer tranen in m’n ogen als ik aan zijn overlijden terugdenk. Dan bekruipen me twee gedachten.

Enerzijds zet het mij aan om mijn strijd tegen de administratieve mistoestanden in de gezondheidssector verder te zetten. Zolang dat controleartsen geen tijd hebben om het belang van levensnoodzakelijke geneesmiddelen te onderzoeken maar wel tijd hebben om chronisch zieke patiënten elk jaar voor een nodeloos onderzoek op te roepen, zal ik deze strijd voortzetten.

Anderzijds vallen mijn ongemakken in het niet in vergelijking met het lijden van deze familie en doet de – Amerikaanse – actualiteit er ons aan denken dat we het kind niet met het badwater mogen weggooien. Wij leven nog altijd in een paradijs op het vlak van gezondheidszorg. Dat is een reden temeer om te blijven vechten tegen administratieve mistoestanden want het paradijs is nog niet perfect.

Conclusie van deze korte bedenking: dankzij Lucas zal ik blijven strijden tegen administratieve monsters maar ik besef goed dat wij gelukkig mogen zijn dat we niet in Amerika maar in Europa leven.

Administratieve drempels

Ik ben afgelopen week bezig geweest met het lezen en becommentariëren van het plan “Geïntegreerde Zorg voor een Betere Gezondheidszorg”, een plan voor de zorg van chronische zieken. Het plan, dat zeker zijn verdiensten heeft, legt toch ook het zwakke punt van onze gezondheidszorg bloot: de administratieve belemmeringen. Dat wil ik in dit spinsel even illustreren.

Om te beginnen geef ik de geschiedenis van dit plan zoals ze in de inleiding is weergegeven. Ik neem dit letterlijk over, alleen de getallen tussen haakjes heb ik er ter verduidelijking aan toegevoegd. Tel mee.

“In 2008 lanceerde de federale overheid het nationaal programma ‘Prioriteit aan Chronisch Zieken’ (1).

In oktober 2010 organiseerde België in het kader van haar Europese voorzitterschap de Conferentie ‘Innovative Approaches for Chronic Illnesses in Public Health and Healthcare Systems’ (2), die aanleiding gegeven heeft tot de Europese Raadsconclusies (3) van 7 december 2010. Hierin worden de lidstaten onder meer verzocht om “verder werk te maken van op de patiënt afgestemde beleidsmaatregelen voor gezondheidsbevordering, primaire en secundaire preventie, en behandeling en verzorging van chronische aandoeningen, in samenwerking met de betrokkenen,…”

Als volgende stap in het proces werd in juli 2011 aan het Federaal Kenniscentrum voor de gezondheidszorg (KCE) (4) de opdracht gegeven om een ‘position paper’ inzake de zorg voor chronisch zieken te ontwikkelen. Deze position paper kwam tot stand met de uitgebreide inbreng van stakeholders zowel vanuit het terrein als vanuit het beleidsniveau en werd gepubliceerd in december 2012 (KCE –rapport 190A).

Om de 20 aanbevelingen van het KCE-rapport om te zetten in concrete actiepunten, werden focusgroepen (5) samengesteld met actoren vanuit het terrein. De Interministeriële Conferentie (IMC) (6) van 10 december 2012, die de ministers van Volksgezondheid van de deelstaten en de federale overheid samenbrengt, besliste over de oprichting van een interkabinetten-werkgroep (IKW) Chronische Ziekten (7) om de werkzaamheden van de focusgroepen op te volgen en de geformuleerde voorstellen te vervolledigen met voorstellen die behoren tot het beleidsniveau. De IKW heeft een oriëntatienota uitgewerkt, met als titel “Een geïntegreerde visie op de zorg voor chronisch zieken in België”. Deze oriëntatienota werd voorgesteld en besproken op de nationale conferentie (8) van 28 november 2013.

De verschillende regeringen bevestigen het belang van geïntegreerde zorg in hun respectievelijke regeringsakkoorden (2014).

De federale regering (9) bepaalde in haar Regeerakkoord dat zij in overleg met de deelstaten het passende reglementaire kader voor de ontwikkeling van deze nieuwe zorgvormen, zal creëren. Alle reglementaire hinderpalen voor een patiëntgerichte samenwerking van zorgverleners in horizontale of verticale netwerken worden in kaart gebracht en opgeruimd.

De regering zal zich hierbij laten inspireren door de basisprincipes van de oriëntatienota “Geïntegreerde visie op de zorg voor chronisch zieken in België” die op 24 februari 2014 door de Interministeriële Conferentie Volksgezondheid werd goedgekeurd, en door de “Positionpaper: organisatie van zorg voor chronisch zieken in België” van het KCE (KCE rapport 190A).

De uitvoering van het beleid inzake chronische zieken en vergrijzing gerelateerde aandoeningen zal worden aangestuurd door de interadministratieve cel (10), opgericht door de Interministeriële Conferentie Volksgezondheid, in overleg met het Observatorium voor chronische ziekten (11).

Daarbij wordt nagegaan of de diverse voordelen die momenteel aan chronisch zieken worden verleend vereenvoudigd en geharmoniseerd kunnen worden.

– Het Vlaamse Regeerakkoord bouwt verder op deze notie. …

De Vlaamse Regering (12) wil de zorg meer vraaggestuurd organiseren. Een persoonsvolgende financiering van de zorg moet dit mogelijk maken. Het moet ook leiden tot vereenvoudiging. (zie conceptnota Vlaamse sociale bescherming VR 20152905 DOC 526/1BIS).

De Brusselse overheden (13) verwoorden de gedachten van het aanbod van geïntegreerde zorg voor chronische ziekten in hun regeerakkoorden. Zo wil Brussel bijvoorbeeld onder meer streven naar: “Het BPG (Brussel Plan voor Gezondheid?) (14) geeft de patiënt een centrale plaats in het zorgbeleid en beoogt deze ertoe aan te zetten zich te wenden tot het gepaste niveau van zorgverstrekking, waarbij de huisarts optreedt als spilfiguur in het zorgtraject van de patiënt.” …

In het Waals Gewest (15) benadrukt de regionale beleidsverklaring de belangrijke kwesties ten gevolge van de zesde staatshervorming en de overdracht van bevoegdheden: …

Tot slot verwoordt ook de Deelregering van de Duitstalige Gemeenschap (16) de doelstelling in haar regeerakkoord, luidend: …

Op 30 maart 2015 ondertekenden de ministers van Volksgezondheid een Gemeenschappelijke Verklaring (17) die de basis vormt voor de samenwerking tussen de gemeenschappen, de gewesten en de federale overheid in het kader van de geïntegreerde zorg voor chronisch zieken.”

Er is dus nogal wat gesproken over Chronische zieken.

 

In dit plan wordt melding gemaakt van het equity-principe: toegang tot de gezondheidszorg op basis van de behoefte en niet op basis van sociaaleconomische positie, woonplaats, geslacht, etnisch-culturele achtergrond, religie, … Als ze dit serieus nemen, moeten ze dringend werk maken van het wegnemen van de drempels die de toegang tot de gezondheidszorg belemmeren.

Veel te veel diensten zijn alleen beschikbaar als men ernaar vraagt. Dit is fundamenteel onrechtvaardig. Ik heb zelfs in een publicatie van een ziekenfonds gelezen dat bepaalde tegemoetkomingen “haalbaar” en niet “draagbaar” zijn. Hoe is dit in godsnaam mogelijk? De maatschappelijk werkster van het ziekenfonds, een gratis dienst die niet gekend is, begreep zelf niet direct wat dit betekende. Hier jaag je mensen mee weg.

Het is bovendien fundamenteel onrechtvaardig. In het wetboek staat wel het principe van de haalbare schuld: dat betekent dat de schuldeiser verantwoordelijk is voor zijn schuld en niet de schuldenaar of eenvoudiger gezegd, de schuldeiser moet zijn schuld gaan halen, de schuldenaar moet ze niet brengen. Ik wil nog even in het midden laten of dit een rechtvaardig principe is, als we het over schulden hebben, maar als het over gezondheidszorg gaat, is er voor mij geen discussie mogelijk: gezondheidszorg is een recht en rechten zijn geen schulden. Rechten kunnen toch niet haalbaar zijn. Je moet toch niet gaan vragen of je bij voorbeeld onderwijs mag volgen. Als je een recht moet vragen, is het geen recht maar een gunst en gezondheid en gezondheidszorg zijn geen gunsten. Rechten moet je niet vragen, rechten moet je krijgen.

Bovendien zit onze gezondheidszorg vol administratieve drempels die regelrecht indruisen tegen het equity-principe. Je hebt geen pilootprojecten, methodologische, wetenschappelijke of technische ondersteuning, en geen “governance”-structuren nodig om die weg te werken. Hier kan men gemakkelijk op een “kostenneutrale” manier de kwaliteit van de gezondheidszorg en de levenskwaliteit van de bevolking verbeteren.

Waarom moet ik als Parkinsonpatiënt vijf doktersbezoeken doormaken om officieel toelating te krijgen om deeltijds te werken. Heeft de overheid zo weinig vertrouwen in haar medisch personeel. Gelooft ze haar specialisten niet als die Parkinson vaststellen? Of denkt ze dat deze ziekte plots kan verdwijnen? Is het niet schrijnend dat een man of een vrouw met een erfelijke ziekte jaarlijks moet gecontroleerd worden door het RIZIV terwijl hetzelfde RIZIV geen tijd heeft om de opportuniteit van levensnoodzakelijke medicatie voor een terminaal kinderkankerpatiëntje te onderzoeken.