200 jaar Parkinson in Leuven

Ik laat hier een klein ballonnetje op waarvan ik hoop dat het tijdens zijn vlucht uitgroeit tot een heuse luchtballon. Daarom hoop ik dat jullie mijn voorstel volledig willen lezen en op zijn mérites willen beoordelen. Ik heb het geluk dat in mijn lezerspubliek enkele mensen zitten die mijn ideeën kunnen helpen realiseren. Lut, Greet en Jo, ik hoop dat jullie mijn idee goed willen bekijken en ik wacht vooral op jullie reacties. Natuurlijk zijn ook andere suggesties welkom. Maar ik wacht vooral op het fiat van Leuven+.

Zoals jullie ondertussen zouden moeten weten, zal het volgend jaar precies tweehonderd jaar geleden zijn dat James Parkinson voor het eerst de ziekte beschreef die later zijn naam zou krijgen. De Vlaamse Parkinsonliga wil deze verjaardag aangrijpen om deze ziekte in de kijker te plaatsen. Dat wil ze doen door in de wetenschappelijke centra wetenschappelijke activiteiten te organiseren en daaraan activiteiten voor een ruimer publiek te koppelen.

Het is in die publieksactiviteit dat ik een mogelijkheid zie voor Leuven+ om ook mee te spelen. Zouden wij – ik ben ook nog een van jullie – hier niets kunnen organiseren, bijvoorbeeld een aangepaste Ken-Uw-Stad-wandeling, … De precieze uitwerking moet natuurlijk nog besproken worden. Dit is natuurlijk maar een eerste proefballonnetje.

Dames, heren van het bestuur van Leuven+, willen jullie over dit idee eens nadenken en mij laten weten wat jullie ervan vinden. Ik weet niet of velen van jullie dit zullen lezen maar Jo zal de boodschap zeker doorgeven.

Ook andere reacties zijn altijd welkom, zeker van VPL (Lut) en UZ Leuven (Greet). Maar iedereen die dit een goed idee vindt en constructief wil meedenken, mag altijd iets laten weten.

Vrienden van de Leuvense Gidsen

Nu de statistieken van de spinsels “door het plafond gaan” wil ik van de gelegenheid gebruik maken om een ideetje te lanceren. Ik richt mij vooral tot de vrienden van Leuven+ maar alle reacties zijn welkom.

Wat zouden jullie ervan denken als ik een nieuwe vereniging zou oprichten: de “Vrienden van de Leuvense Gidsen”. Om onmiddellijk de sceptici te counteren: ik wil geen nieuwe gidsenvereniging oprichten maar een (feitelijke) vereniging ter ondersteuning van Leuven+. Leuven+ en alleen Leuven+ is onze natuurlijke partner. De vereniging zou ook wel openstaan voor niet-gidsen maar voor alle activiteiten (wandelingen) doen wij beroep op gidsen van Leuven+.

De eerste doelstelling zou zijn: het organiseren van activiteiten die Leuven+ niet meer kan of wil organiseren:

  • Gratis Ken-Uw-Stad- en Zomerwandelingen,
  • Een tijdschriftje (een opvolger van de LGB-krant)
  • Uitstappen
  • Ontmoetingen
  • Etentje

Leden betalen lidgeld en krijgen in de plaats een tijdschrift, gratis deelname aan de Ken-Uw-Stad- en zomerwandelingen en korting op het etentje en de uitstappen. Voor de wandelingen maken wij bij voorkeur gebruik van gidsen (van Leuven+) die ook lid van de vereniging zijn. Zij worden betaald zoals een gewone gidsbeurt (via Clarbytte).

Organisaties allerhande (verenigingen, buurtwerkingen, vriendenkringen, …) zouden een Ken-Uw-Stad- of zomerwandeling kunnen sponsoren voor de prijs van twee gidsen (150 euro).

Dit is maar een eerste denkpiste. Ik ben benieuwd naar jullie reacties. Misschien kunnen we dit ook bespreken op een donderdagse bijeenkomst in het COOP Wereldcafé.

Een toekomst voor Leuven+

Het zomerseizoen is goed op gang gekomen met de bijhorende zomerwandelingen en dat is een goede gelegenheid om eens na te denken over de toekomst van Leuven+. Daarom ben ik eens gaan grasduinen in de tekstjes die ik als voorwoord geschreven heb voor de LGB-krant toen die nog bestond. Ik ben daar gestoten op een paar teksten die nog altijd verrassend actueel zijn en aangezien ik in tegenstelling tot bepaalde politici mijn mening niet laat afhangen van het moment, sta ik nog altijd achter alles wat ik geschreven heb. Daarom lees je hieronder enkele fragmenten met waar nodig een korte duiding.

De eerste tekst heb ik niet zelf geschreven maar is geschreven door de pioniers van de Leuvense Gidsenbond. Je kon die tekst lezen op twee borden in de gang van het toenmalige gidsenhuis.

Doel van de L.G.B.

  1. de toeristische gidsen van Leuven te verenigen en hun belangen te verdedigen, hun vervolmaking na te streven door informatie en documentatie.
  2. ten dienste staan van
    • het ontvangst: scholen, groepen en verenigingen,
    • de stedelijke dienst van toerisme, de V.V.V.
      • door het organiseren van Ken Uw Stadwandelingen, zomerwandelingen, museumbezoek,
      • om medewerking te verlenen aan bijzondere initiatieven: Open Monumentendag, tentoonstellingen, boottochten.
  1. het toerisme mee helpen uitbouwen
    • door Leuven als kunst- en toeristische stad te belichten en propaganda te maken,
    • door te ijveren voor de revalorisatie van het kunst- en architecturaal patrimonium.
  2. de studie van Leuven te bevorderen door
    • het inrichten van voordrachten over kunst en geschiedenis,
    • de uitbouw van een documentatiecentrum in een gerestaureerd lokaal “Den Horen”

Het gerestaureerd lokaal zijn we kwijt en de Ken-Uw-Stad- en zomerwandelingen doen we niet meer “ten dienste van de stedelijke dienst toerisme”.

 

Ook zoveel jaren geleden werd er al gedroomd van een toekomst. Ik blijf in feite nog altijd hetzelfde dromen.

Waar ik van droom

Ik droom van een groep enthousiastelingen – enthousiast over Leuven – die hun enthousiasme willen overbrengen aan anderen – Leuvenaars en toeristen.

Ik droom dat ikzelf nog altijd gebeten ben door de Leuvense cultuur en geschiedenis – in de brede zin van het woord – en dat ik dat nog altijd kan overbrengen aan bezoekers van Leuven en Leuvenaars. Ik hoop dat toeristen dan nog steeds kunnen zeggen: “We zien dat je het (= gidsen) graag doet.”

Ik hoop dat ik mijn kennis van Leuven binnen vijf jaar nog altijd kan ten dienste stellen van de Leuvense gidsenbond.

Ik weet dat een grote Vlaamse auteur ooit gezegd heeft: “tussen droom en daad staan wetten in de weg en praktische bezwaren.” In mijn geval zijn die “praktische bezwaren” van medische aard maar dat houdt mij niet tegen te blijven dromen en zo lang als ik kan, zal ik blijven proberen deze dromen te realiseren. En als ik het niet meer kan, hoop ik dat er nog gidsen zijn die mijn dromen delen en ze willen omzetten in daden.

Ook achter de volgende adviezen sta ik nog volledig achter. Het enige wat hier moet aangepast worden is de benaming “Koninklijke Leuvense Gidsenbond” die kan veranderen in Leuven+.

Een toekomst voor de Koninklijke Leuvense Gidsenbond

Ik ben er rotsvast van overtuigd dat er voor de Koninklijke Leuvense Gidsenbond nog een toekomst is in een “vrijgemaakte” toeristische markt. De VRT is ook niet verdwenen met de komst van de VTM. Ze is er volgens sommigen zelfs sterker uitgekomen. Dat betekent zeker niet dat we op onze lauweren kunnen rusten. Als we voor de LGB een toekomst willen, zullen we er zelf moeten aan werken.

Ik zou mijn visie willen verwoorden in drie aandachtspunten voor de toekomst. Ik zal ze verwoorden als adviezen voor de Koninklijke Leuvense Gidsenbond.

 

  1. We moeten zorgen voor inhoudelijke kwaliteit.

We moeten blijven werken aan inhoudelijk sterke rondleidingen die meer zijn dan twee uur leuk amusement. Ik ben ervan overtuigd dat er altijd een publiek zal zijn dat ook iets nieuws wil opsteken over Leuven.

  1. Wij moeten onszelf blijven.

We moeten in de eerste plaats blijven doen waar we goed in zijn en niet proberen de concurrentie te imiteren. Het origineel is altijd beter dan de imitatie. Het publiek moet weten wat ze van ons kan verwachten: een aangename én interessante wandeling (fietstocht of rondrit) waarbij het iets hoort, ziet of voelt wat het nog niet kende.

  1. Wij moeten onze relaties blijven verzorgen.

Een belangrijke troef van de Koninklijke Leuvense Gidsenbond is het woordje “Leuvense” in onze naam. Wij moeten er alles aan doen om een goede relatie met de stad, de universiteit, de musea, …te onderhouden. Daardoor kunnen we het publiek zaken tonen die het anders niet zou zien. Door onze lokale verankering zijn we ook de natuurlijke parter voor de Leuvense socioculturele verenigingen. We moeten er alles aan doen om deze relaties te behouden en nog te versterken.

 

Als we ons met ons allen blijven inzetten voor de Koninklijke Leuvense Gidsenbond en voor de mensen die we ontvangen, geloof ik in een boeiende toekomst voor onze vereniging, ook al komen er grote uitdagingen op ons af.

 

Ten slotte heb ik ook nog deze korte tip teruggevonden.

Ik heb nog een boodschap aan alle gidsen die zich actief inzetten. Laten we allemaal ophouden te praten over “wij” en “zij” en laten we allemaal samenwerken aan één Leuvense Gidsenbond. De buitenposten geven het goede voorbeeld.

Open brief

Aan de schepen van toerisme

Geachte heer schepen,

U was het waarschijnlijk al vergeten maar in 2007 hield u een speech naar aanleiding van het zestig jaar bestaan van de Koninklijke Leuvense Gidsenbond. Gelukkig kunnen we die nog eens nalezen want wij hebben hem gepubliceerd in ons tijdschrift. Ontkennen heeft dus geen zin.

Ik ben zo vrij er een kort stukje letterlijk uit te citeren:

“Dat de LGB ook aandacht schenkt aan de Leuvenaar zelf als toerist in zijn stad met de bekende KUS-wandelingen, waarderen wij zeer. Dit draagt in belangrijke mate bij tot het gevoel van fierheid en van waardering van de Leuvenaar voor zijn stad. Dit creëert mee een draagvlak bij de Leuvenaars voor het beleid van enerzijds zorg voor ons erfgoed en anderzijds aanpassing van de stad aan nieuwe noden en verwachtingen.

U mag daarbij zeker – en dit is een uitnodiging –  uw rol van geweten van onze stad naar het beleid voluit spelen.”

Mijnheer de schepen, u heeft ons deze rol gewoon afgepakt. Wat nog erger is, u heeft de Leuvenaar zijn Ken-Uw-Stad- en zomerwandelingen afgepakt!  Waarom?

Niet omdat wij dit alleen organiseerden. U ha de Ken-Uw-Stad- en zomerwandelingen even goed in een perceel kunnen stoppen en het mee opnemen in het bestek dat u hebt opgesteld. Wij zouden dan wel gezien hebben wie dit perceel zou binnengehaald hebben. Dan hadden de Leuvenaars ten minste de kans behouden zijn stad beter te leren kennen.

Ik kan me niet voorstellen dat u niet meer achter uw eigen woorden staat. Er moeten dus andere redenen zijn om deze bocht van 180 graden te verklaren. In de wandelgangen hoor ik wel motiveringen waarvan ik alleen kan hopen dat ze niet kloppen want ze getuigen alleen van een zeer kortzichtige blik op toerisme die niet strookt met de visie die u verdedigde in uw speech in 2007 en later ook op de Algemene Vergaderingen van de Koninklijke Leuvense Gidsenbond, en al helemaal niet met de visie van uw voorganger als schepen van Toerisme, toch een partijgenoot. Hij noemde ons herhaaldelijk de ogen en oren van de Leuvenaar naar het gemeentebestuur toe.

Kwatongen beweren dat dit de gemakkelijkste manier was om op toerisme te besparen om zo uw steentje te kunnen bijdragen aan het mooie financiële plaatje dat deze meerderheid het jaar voor de verkiezingscampagne weer uitbreekt aan de bevolking wou voorspiegelen. Ik durf te betwijfelen of de subsidies aan Ken-Uw-Stad en Zomerwandelingen de financiële slokoppen waren van het toeristisch beleid. Volgens mij heeft de organisatie van een “Thuis”-dag veel meer gekost dan de subsidies voor alle wandelingen samen. Maar ja, onze schepen staat blijkbaar liever met Marleen Merckx op de foto dan met een van de meer dan honderd schitterende gidsen van zijn stad. Met mij hoeft hij alvast niet meer te poseren.

Een andere verklaring die ik al gehoord heb, is dat cultuurtoerisme onder cultuur valt en niet onder toerisme. Dit lijkt me een typisch Belgische redenering maar dan wel op gemeentelijk vlak. Zulke belachelijke bevoegdheidsdiscussies kunnen alleen in België gevoerd worden. Wanneer houdt een hotelgast op een toerist te zijn en wordt hij plots cultuurtoerist? Of zijn bezoekers van onze stad alleen maar toeristen als ze ook renderen voor de Leuvense horeca-zaken? Als dat de redenering is, kan je de bevoegdheid toerisme best afschaffen en deze toevoegen aan de schepen van middenstand. Gelukkig blijft de bevoegdheid en dus ook het geld dan binnen dezelfde partij. Het lijkt er trouwens op dat de partijen van de meerderheid in dit dossier de zwarte piet naar elkaar aan het doorschuiven zijn. De CD&V-schepen van Toerisme legt de verantwoordelijkheid bij de SP.A-schepen van cultuur en omgekeerd.

Als geen van beide verklaringen juist is, mijnheer de schepen, geef me dan één goede reden waarom u nu net het omgekeerde doet van wat je nog geen tien jaar geleden gezegd hebt. En als u geen goede reden kunt vinden, toon dan even politieke moed, geef uw vergissing toe en geef de Leuvenaars opnieuw de kans hun stad beter te leren kennen.

Wim Van Isterdael,

15 jaar bestuurslid van de Koninklijke Leuvense Gidsenbond (gestopt om medische redenen).

Terug thuis in Leuven

Dit Spinsel draag ik op aan al mijn Leuvense vrienden.

Nu bijna twee maanden geleden ben ik weer in Leuven gearriveerd en ik heb nog nooit ze een heerlijk gevoel van thuiskomen gehad als de voorgaande weken. Eén ding is nu wel duidelijk geworden: ik hoor thuis in Leuven en nergens anders. Wie er ook maar aan denkt mij elders te kunnen verplanten, bewijst dat hij of zij me nog niet echt kent. Mij overplaatsen naar een andere plaats komt neer op spirituele euthanasie en is te vergelijken met het isoleren van de melaatsen op het schiereiland Kalaupapa op Molokai (zoek dat maar eens op).

Habitués van deze Spinsels – en ik heb nog maar eens mogen ervaren dat die groep groter is dan ik me kon voorstellen – weten dat mijn toekomstplannen een perfecte barometer zijn voor mijn gemoedstoestand. Uit de volgende paragrafen zal snel blijken dat ik effectief in goede doen ben: ik heb plannen in overvloed. Ik hoop alleen dat anderen geen roet in het eten komen gooien want zeker voor enkele plannen ben ik ook afhankelijk van de samenwerking met anderen. Overeenkomstig met wat ik eerder schreef, ga ik uit van de goede wil van de andere.

Voor het verdere verloop verwacht ik zeer veel van drie contacten die ik in de loop van de volgende weken hoop te kunnen leggen. Zij zullen mee bepalen wat kan en niet kan.

Vooreerst hoop ik (eindelijk) contact te kunnen leggen met het animatieteam van Dijlehof want ik hoop ook voor mijn tijdelijke buren iets te kunnen doen. Een virtuele rondleiding en/of een Ken-Uw-Stad-Quiz behoren zeker tot de mogelijkheden maar ik hoop vooral dat ze willen meewerken aan mijn project rond toegankelijkheid. Hun bijdrage zou eruit bestaan dat ze de trajecten zouden willen uitproberen die ik heb uitgestippeld. Gebaseerd op hun feedback wil ik komen tot een kaart waarop de toegankelijkheid van de Leuvense straten kan afgelezen worden.

In dit project zou ik de link kunnen leggen tussen mijn huidige situatie en mijn achtergrond als stadsgids, iets wat alleen in Leuven mogelijk is. Dit is dan ook het eerste onderwerp van mijn tweede essentiële contact, dat met Jo Celis. Jo is mijn geprefereerde contact met het bestuur van Leuven+. De gidsen hebben mij ondertussen al ruimschoots terug in hun kring opgenomen. Het bestuur is blijkbaar moeilijker bereikbaar maar met Jo als tussenpersoon moet dat zeker ook lukken.

Naast het bovenvermelde project rond toegankelijkheid heb ik nog enkele projecten die ik graag zou realiseren samen met enthousiaste collega’s gidsen, een paar oudere ideeëen en een paar nieuwe.

  • Ik zou het verlies van onze bibliotheek in het gidsenhuis graag willen doen vergeten door de uitbouw van een digitale bibliotheek.
  • Ik wil eindelijk werk maken van een oude droom: een actuele universiteitswandeling die niet eindigt in 1968 maar wel in de eenentwintigste eeuw.
  • Ik wil mijn afwezigheid als gids op straat compenseren door te werken aan andere vormen om onze geliefde stad te tonen aan de wereld: virtuele rondleidingen, stadsspelen, Ken-Uw-Stad-Quizzen, …
  • Ten slotte wil ik ook werk maken van een wandeling op maat van Parkinsonpatiënten. Deze Parkieswandeling kan over elk onderwerp gaan. Niet de inhoud moet aangepast worden maar de methodes.

Jo, wij hebben dus meer dan voldoende stof tot nadenken. Ik zou deze ideeën graag met jou eens aftoetsen. Beschouw dit spinsel gerust als een extra uitnodiging.

Ten slotte wil ik graag eens langsgaan op het secretariaat van de Vlaamse Parkinsonliga om ook die samenwerking eens deftig op de rails te zetten.

Meer dan plannen genoeg dus en voldoende energie om eraan te beginnen: voor wie er nog moest aan twijfelen. Ik zit weer goed in mijn vel.