Tagarchief: kritisch denken

Medisch nieuws over Parkinson?

Deze bijdrage is er gekomen nadat ik van mijn kinesist een krantenartikel in handen kreeg waarin een doorbraak in de behandeling van de ziekte van Parkinson wordt aangekondigd. De titel klinkt zeer veelbelovend: “Parkinson-patiënten ‘herleven’ dankzij kankermedicijn.” Als informatiespecialist in hart en nieren ben ik direct benieuwd naar de bron van dit nieuws. Zoals onze zestiende-eeuwse humanisten ons al voordeden, ging ik op zoek “ad fontes”.

Ik wou in de eerste plaats op zoek gaan naar de oorspronkelijke publicatie waarin dit onderzoek beschreven werd want in de wetenschappelijke wereld geldt de norm van de verifieerbaarheid. Wat niet geschreven staat, kan niet gecontroleerd worden en wat niet gecontroleerd kan worden, heeft geen wetenschappelijke waarde.

Verder was ik ook benieuwd naar de autoriteit van de onderzoekers. Je mag natuurlijk niets aannemen alleen maar op basis van zijn reputatie maar ik ben toch eerder geneigd om professor Colemont te geloven dan een vertegenwoordiger van de vleesverwerkende industrie als het gaat over het gevaar op kanker bij het eten van rood vlees.

Zeker als in het krantenbericht stoute uitspraken gedaan worden over veelbelovende resultaten, word ik gezond achterdochtig. Als “Parkinson-patiënten weer opnieuw tot leven komen” en als er sprake is van “een eerste keer dat we erin slagen om de motorische en cognitieve achteruitgang bij Parkinson-patiënten een halt toe te roepen én terug te draaien” en van een “persoon die aan een rolstoel gekluisterd was” en terug kon lopen, wil ik wel weten waar de grens tussen droom en werkelijkheid ligt.

Zoals ik het jaren heb geleerd aan studenten, ben ik in de eerste plaats gaan zoeken naar de referentie van deze studie. In de medische wereld kan geld geen excuus zijn om niet aan bronnenonderzoek te doen. Ze beschikt over de grootste bibliografische databank die bovendien gratis toegankelijk is. Meer dan 25 miljoen wetenschappelijke artikels zijn beschreven in PubMed en elke arts, apotheker, kinesist, … leert ermee werken tijdens zijn opleiding. Ik beschikte over één naam, Fernando Pagan en enkele trefwoorden, Parkinson, kanker, Nilotinib, normaal moet dit volstaan om een artikel terug te vinden.

Mijn argwaan begon al te groeien toen ik met deze gegevens geen recent artikel terugvond in PubMed. Goed, PubMed bevat veel maar niet alles van medische informatie en daarom heb ik nog enkele          andere medische en wetenschappelijke databanken geraadpleegd. Aangezien ik nog altijd werknemer van de KU Leuven ben, heb ik toegang tot de bibliografische bronnen van de universiteitsbibliotheek. Ik moet niet meer naar de bibliotheek gaan. De bibliotheek komt naar me toe via het internet. Ik ben geen bibliotheekbezoeker meer maar ik blijf wel een bibliotheekgebruiker. Onderzoekers en studenten moeten beseffen dat dit maar mogelijk is door de investering van miljoenen euro’s in de digitale bibliotheek en door de inzet van Hilde, Nele, Marleen, Inge, Kevin, Veronique en tientallen andere collega’s die ervoor zorgen dat deze schat aan informatie toegankelijk gemaakt wordt. Dankzij hen kan ik vanuit Pamel ook Embase, Web of Science en Scopus raadplegen maar ook daarin kon ik de studie niet terugvinden. Dit is al een eerste serieuze aanwijzing maar ik gun hen nog het voordeel van de twijfel.

Vervolgens ben ik gaan Googelen en ben ik op een aantal Engelstalige berichten terechtgekomen die allemaal het Vlaamse bericht bevestigden hoewel er toch al enkele nuanceringen konden aangebracht worden. Het ging over een studie op twaalf personen met Parkinson of een aan Parkinson verwante vorm van dementie (Lewy Body Dementie). Drie patiënten zouden terug kunnen praten, één patiënt kon terug lopen en één kon terug zelfstandig eten. Uitspraken over herleven en opnieuw leven slaan op een getuigenis van één betrokken patiënt, een gepensioneerde professor. In een aantal berichten worden ook de eerste voorzichtige reserves geopperd. Zo wordt er gewezen op de beperkte grootte van de steekproef en op het ontbreken van een controlegroep. In deze berichten wordt ook op de oorsprong van het bericht ingegaan: een mededeling op een congres.

Google bracht mij ook bij een bericht op de website van de National Parkinson Foundation, een organisatie geleid door zakenlui en gesteund door uitsluitend commerciële partners, over dit onderzoek. Ik vind het wel veelzeggend dat er voor meer informatie verwezen wordt naar de website van de onderzoekers en niet naar de originele studie. Verder wordt er ook verwezen naar de voorzitter van de Foundation die niets met het onderzoek te maken heeft maar die wel twee commerciële boeken over de ziekte van Parkinson geschreven heeft.

Op de website van de Georgetown University hospital geven de onderzoekers Charbel Moussa en Fernando Pagan uitleg bij dit onderzoek. Blijkbaar zijn alle berichten gebaseerd op de informatie op deze website.

Fernando Pagan geeft een beetje meer uitleg over het klinisch onderzoek waarbij een aantal waarbij een aantal parameters worden onderzocht die gecorreleerd zijn aan de ziekte van Parkinson en aan de verwante vorm van dementie. Hij wijst ook op de beperkingen van het onderzoek. Maar hij legt de meeste nadruk op de vaststellingen bij de proefpersonen. Die lijken mij wel weinig wetenschappelijk geformuleerd: niet meetbaar en niet controleerbaar, en wat de wetenschappelijke waarde is van een getuigenis van een gepensioneerde professor (Sociale Wetenschappen), durf ik ook te betwijfelen.

Het onderzoek is uitgevoerd onder leiding van Charbel Moussa die al eerder met het onderzochte product Nilotinib bezig was. Deze onderzoeker heeft al vier publicaties geschreven met in totaal elf referenties en een h-index van 1. Voorzichtig uitgedrukt zou men kunnen stellen dat de impact van deze onderzoeker eerder beperkt is. Fernando Pagan geeft de meeste uitleg maar wordt niet vermeld als auteur van het abstract dat aan de basis ligt van dit “nieuws”.

Dat abstract zegt trouwens niets over resultaten bij mensen. Het abstract beschrijft kort de resultaten van een onderzoek met Nilotinib en Bosutinib op ratten. Ik heb tot nu toe geen enkele klinische studie over Nilotinib bij de behandeling van de ziekte van Parkinson gevonden. Voor de resultaten op patiënten kunnen we alleen betrouwen op de informatie op de website van het ziekenhuis zelf en dat is toch zeer mager.

Ik vraag me af wat de Leuvense Parkinson-specialisten van dit nieuwsbericht vinden. Als zij dit toevallig te lezen krijgen en er hun mening over kwijt willen, mogen ze me altijd contacteren. Zij hebben misschien meer informatie die een ander licht op deze zaak werd maar als kritisch denkende en informatievaardige patiënt heb ik zeer ernstige twijfels.

  • Het bericht zou gebaseerd zijn op een wetenschappelijk onderzoek dat ik niet heb kunnen terugvinden. Er wordt verwezen naar een mededeling op een congres maar het abstract van die mededeling zegt niets over de informatie waarvan sprake in het bericht.
  • Het bericht lijkt mij gebaseerd te zijn op een persoonlijke communicatie van de onderzoekers op de website van het hospitaal waar ze werken.
  • De communicatie zelf is ook niet wetenschappelijk. Zeggen dat een aan zijn rolstoel gekluisterde patiënt terug kan lopen, is nauwelijks meetbaar en de getuigenis van een patiënt dat zijn leven veranderd is, heeft ook weinig wetenschappelijke waarde.
  • Ik vraag me af wat de nieuwswaarde is van zo’n bericht dat voor zo ver ik kan oordelen niet gebaseerd is op meetbare, controleerbare en verifieerbare resultaten. Als de onderzoekers goede resultaten hebben, zou ik hen aanraden ze te publiceren, zo niet kunnen ze beter zwijgen over dit onderzoek.
  • Dit bericht lijkt me meer gebaseerd te zijn op een promotiecampagne dan op wetenschappelijke gegevens.
  • Voor mij is dit een medisch nieuwsbericht dat we kunnen missen als kiespijn. Het geeft een aantal minder geïnformeerde Parkinsonpatiënten valse hoop op een snelle oplossing en het is niet de wetenschappelijke berichtgeving die patiënten aanzet tot kritisch denken. Hier word je niet informatievaardiger door (tenzij als slecht tegenvoorbeeld).
  • Ik vind zelfs dat de patiënt/gebruiker beschermd moet worden tegen dergelijke misleidende berichtgeving. De patiënt heeft inderdaad recht op informatie, maar heeft hij ook geen recht op bescherming tegen misinformatie?

Literatuur

Wij brengen informatie en mensen samen

Deze zin is zowat de kern van de “visie” van de Koninklijke Bibliotheek van Nederland. Voor mij is het de ideale titel om eens na te denken over onze kerntaken. De directe aanleiding is de op handen zijnde personeelswissel in onze 2Bergen. Nu ons hoofd directeur van de universiteitsbibliotheek geworden is, kijken we uit naar een nieuw hoofd voor 2Bergen en ben ik vooral benieuwd naar zijn visie op zijn nieuwe functie. Merk op dat er nergens nog sprake is van een bibliothecaris. Nomen est omen.

Graag wil ik proberen duidelijk te maken wat ik als onze kerntaken beschouw. Ik wil 2Bergen een persoonlijke “visie” geven. Op het eerste zicht verschilt die grondig van de officiële Missie en Visie van de 2Bergen, die je kunt terugvinden op de website en die geconcretiseerd wordt in de vacature voor een nieuw hoofd.

Ik heb tevergeefs gezocht naar de kerntaak van de bibliotheek in de Missie en Visie van 2Bergen. Daarin is sprake van een topbibliotheek en van een studentgerichte omgeving maar er wordt niet uitgelegd wat dat betekent. Als wij een topbibliotheek willen zijn, moeten we eerst nadenken over wat de wereld van een bibliotheek mag verwachten. Als we kampioen willen worden, moeten we eerst een sport kiezen.

Ik ben daarom eens gaan kijken naar de missie en de visie van andere belangrijke bibliotheken. Ik kwam snel terecht op de website van de – waarschijnlijk – belangrijkste bibliotheek in het Nederlandse taalgebied: de Koninklijke Biblotheek van Nederland. “De KB is de nationale bibliotheek van Nederland: wij brengen mensen en informatie samen.” Voor mij zit in deze ene zin de kernopdracht van elke bibliotheek, dus ook van 2Bergen. Daarom ben ik eens nagegaan wat deze opdracht voor 2Bergen kan betekenen.

Deze vijf woorden – het stopwoord “en” even buiten beschouwing latend – bevatten drie elementen die ik verder wil uitwerken: “informatie”, “mensen” en “wij brengen samen.

Informatie

Over dit begrip zijn duizenden pagina’s vol geschreven en is er uren gediscussieerd. De betekenis ervan wordt sterk bepaald door het toepassingsgebied waarin het gebruik wordt. Wij zullen dan ook moeten proberen dit begrip een betekenis te geven die aansluit bij de bredere context waarin wij werken: onze bibliotheek is geen op zich staand eilandje maar heeft een functie binnen het kader van de universiteit waar we deel van uitmaken.

Twee kenmerken van informatie komen altijd terug, ongeacht de context.

  1. Informatie is nauw verbonden met kennis. Dit komt o.a. tot uiting in deze definitie die je in Wikipedia vindt: Informatie is “alles wat kennis of bepaaldheid toevoegt en zodoende onwetendheid, onzekerheid of onbepaaldheid vermindert” (Wikipedia). In deze betekenis kan men informatie beschouwen als het half afgewerkt product in het productieproces van data tot kennis. Kennis is het vermogen dat iemand in staat stelt om juist te handelen. Kennis wordt bepaald door de informatie, de ervaring, de vaardigheden en de attitude waarover een persoon beschikt.
  2. Informatie wordt overgedragen door communicatie. In principe worden er gegevens overgedragen en kan men maar spreken van informatieoverdracht als de ontvanger aan de data betekenis kan geven. Deze informatie wordt overgedragen van een zender naar een ontvanger via een kanaal. Vaak verloopt de communicatie in twee richtingen en is de zender tegelijk ook ontvanger.

Beide aspecten zijn in de context van een universiteitsbibliotheek relevant. De universiteit heeft een tweeledige kerntaak: onderwijs en onderzoek en in beide deeltaken is er enerzijds sprake van kennistoename en anderzijds van informatieoverdracht. Is onderwijs in essentie iets anders dan kennisoverdracht? Het is meer dan informatieoverdracht – het is ook een overdracht van ervaringen, vaardigheden en in het ideale geval ook attitudes – maar informatieoverdracht is er zeker een essentieel onderdeel van.

De kern van wetenschappelijk onderzoek is het reduceren van de onwetendheid, in die zin is wetenschap een vorm van informatie. Zeker de laatste jaren is de discussie over wetenschappelijke communicatie brandend actueel. Vooral de (economische) efficiëntie van de wetenschappelijke informatiekanalen wordt regelmatig ter discussie gesteld.

Mensen

In het voorgestelde visiestatement staat de mens centraal. Die “mens” krijgt in de discussies rond beleid verschillende benamingen: klanten, publiek, gebruikers, patiënten, cliënten. Hoe hij of zij ook genoemd wordt, essentieel is dat de organisatie er is voor de mens en niet omgekeerd. Wij moeten onze mensen niet aanzetten tot het gebruik van informatie omdat onze investeringen moeten renderen, wij moeten investeren in informatie omdat onze mensen informatie nodig hebben. De behoeften van onze gebruikers worden natuurlijk sterk bepaald door de manier waarop de kerntaken van de universiteit vandaag worden ingevuld. Daar stellen we zowel in onderwijs als in onderzoek een spectaculaire evolutie in de laatste jaren vast.

Het onderwijsgebeuren verplaatst zich meer en meer weg van de klassieke leslokalen en dringt door in de hele organisatiestructuur. Ook in de bibliotheek wordt de aanwezigheid van de student alsmaar groter. Dit heeft natuurlijk invloed op de inzet van middelen en personeel in de bibliotheek. Wij moeten niet alleen investeren in onderwijsinformatie maar ook in infrastructuur om de informatie te kunnen gebruiken.

Onderzoekers lijken de bibliotheek minder en minder nodig te hebben voor het vervullen van hun informatiebehoeften maar dat is maar schijn. Dat stellen we in de bibliotheek onmiddellijk vast als er storing in de informatievoorziening optreedt: abonnementen die niet tijdig vernieuwd worden, internetverbindingen die uitvallen, … Dan is de bibliotheek de eerste plaats waar ze gaan aankloppen.

De wetenschappelijke wereld vraagt dat steeds meer informatie van steeds betere kwaliteit beschikbaar is waar en wanneer ze het meest nodig is. Wetenschappers stellen niet alleen eisen aan de inhoud van de informatie, zij verwachten ook een universele en permanente beschikbaarheid van deze informatie. Dàt is de belangrijkste reden waarom wij moeten investeren in een elektronische collectie en de bijhorende infrastructuur.

Wij brengen samen

Wij leven wel in een “informatiemaatschappij” maar dat betekent niet dat iedereen toegang heeft tot de informatie die hij nodig heeft om te kunnen meedraaien in deze maatschappij. Een aantal hinderpalen kunnen de toegang tot de informatie belemmeren, ook in een universitaire context. Het wegnemen van deze hinderpalen blijft een belangrijke taak van de bibliotheek.

Informatie is nog nooit zo overvloedig en zo gemakkelijk beschikbaar geweest. Toch merkt men dat zeer veel mensen moeite hebben om de informatie die ze echt nodig hebben, te gebruiken. Mensen lijken te verdrinken in de hoeveelheid informatie en hebben problemen om te oordelen welke informatie zij nodig hebben. Blijkbaar is er eerder te veel dan te weinig informatie. In de literatuur spreekt men van “information overload” maar ik verkies de term “data smog”.

In feite is er niet te veel informatie maar zijn er te veel data. Als we er van uit gaan dat gegevens informatie worden wanneer ze door de gebruiker geïnterpreteerd worden en effectief zorgen voor een toename van kennis en een afname van onzekerheid, kan men niet te veel informatie hebben. Het werkelijke probleem is de vertroebeling van de informatie door de grote hoeveelheid gegevens. Data smog wordt veroorzaakt door een overaanbod aan gegevens, de snelheid waarmee deze datastroom op ons afkomt, de noodzaak om snelle beslissingen te nemen en het angstige gevoel dat we beslissingen moeten nemen zonder te beschikken over alle nodige informatie. Die informatie is misschien wel in essentie aanwezig maar wordt niet als dusdanig herkend.

Het angstige gevoel dat we beslissingen moeten nemen zonder te beschikken over de nodige informatie, kan problematisch worden wanneer deze angst het bereiken van bepaalde doelstellingen verhindert. Zo wordt er op website van Amerikaanse universiteitsbibliotheken op het gevaar van bibliotheekangst. De volgende tekenen wijzen op een mogelijk probleem.

  • Zich ongemakkelijk voelen in een bibliotheekruimte,
  • schrik om een bibliotheekmedewerker aan te spreken,
  • de indruk dat alleen jij geen informatie vindt,
  • paniek bij het beginnen van een literatuuropdracht.

Als we effectief mensen en informatie willen samenbrengen, zullen we oog moeten hebben voor deze problemen en zullen we ook inspanningen moeten leveren om onze gebruikers op het mentaal vlak dichter bij de informatie te brengen. Wij zullen hen moeten leren omgaan met informatie, wij zullen hen informatievaardig moeten maken. Maar informatievaardigheden zijn niet het einddoel. Mensen moeten informatievaardig worden om te kunnen functioneren in de samenleving.

Kritisch denken is een belangrijke attitude om in deze informatiemaatschappij te kunnen functioneren. Mensen worden van alle kanten bestookt met boodschappen verspreid met uiteenlopende motieven. Het is eenieders verantwoordelijkheid uit dit overaanbod de informatie te selecteren die hij of zij kan/wil gebruiken. Dit is nog belangrijker geworden met de opkomst van het Internet.

Wie op professioneel vlak wil blijven meedraaien zal in veel beroepsgebieden bereid moeten zijn levenslang te leren. Zeker in de biomedische sector is bijblijven levensnoodzakelijk. Dat betekent dat men levenslang informatie zal moeten zoeken, selecteren, evalueren en gebruiken.  Wie in de gezondheidszorg niet levenslang informatievaardig blijft, is levensgevaarlijk.

Informatievaardigheden zijn ook noodzakelijk om te kunnen functioneren als burger in een democratische samenleving. Dit wordt duidelijk aangetoond in het volgende citaat van een Amerikaanse volksvertegenwoordiger (R. Owens):

“Information literacy is needed to guarantee the survival of democratic institutions. All men are created equal but voters with information resources are in a position to make more intelligent decisions than citizens who are information illiterates. The application of information resources to the process of decision-making to fulfill civic responsibilities is a vital necessity.”

Om deze spinsel af te ronden wil ik een poging doen om een eigen missie voor 2Bergen te formuleren:

Informatie permanent beschikbaar, levenslang informatievaardig.

Wees informatievaardig

In dit spinsel spin ik draden tussen mijn professionele activiteiten van in het begin van mijn loopbaan in de universiteitsbibliotheek en mijn huidige situatie waarbij ik in de rol van patiënt gedwongen ben. Tegelijk wil ik een begrip dat zeer belangrijk voor mij is, in een bredere context plaatsen dan die waar hij meestal in geplaatst worden. Voor mij zijn informatievaardigheden ook zeer relevant buiten de bibliotheekwereld waar het begrip soms gezien wordt als een trendy synoniem voor biblliotheekinstructie. De woordkeuze is misschien niet ideaal maar aangezien ik de lading belangrijker vind dan de vlag, ga ik deze semantische discussie niet aanwakkeren en hou ik het bij de algemeen aanvaarde benaming in het Nederlands.

In de Engelse vakliteratuur is de term “Information Literacy” algemeen aanvaard. Vandaar dat in het Nederlandse taalgebied steeds vaker “Informatiegeletterdheid” opduikt. De term “geletterdheid” en zeker de Engelse equivalent “literacy” leggen de sociale dimensie van informatievaardigheden bloot. Dit wordt nog duidelijker als we de het koppelen aan het antoniem “illliteracy” in het Engels, “analfabetisme” in het Nederlands.

Het is duidelijk dat mensen meer moeten kunnen dan lezen en schrijven om in deze informatiemaatschappij te kunnen functioneren. De definitie van geletterdheid komt meer en meer in de buurt van die van informatievaardigheden. Op de website van het “Plan Geletterdheid Verhogen”, een initiatief van de Vlaamse Overheid, wordt geletterdheid gedefinieerd als: “de competenties om informatie te verwerven, te verwerken en gericht te gebruiken. Dit betekent met taal, cijfers en grafische gegevens kunnen omgaan en gebruik kunnen maken van ICT”. In de volgende toevoeging wordt de relevantie van geletterdheid geaccentueerd: “Geletterd zijn is belangrijk om zelfstandig te functioneren en participeren in de samenleving en nodig om zich persoonlijk te kunnen ontwikkelen en bij te kunnen leren.”

Om het begrip Informatievaardigheden te situeren in het kader van gezondheid en de medische informatie, twee onderwerpen die mij in de huidige omstandigheden nauw aan het hart liggen, geef ik nog eens drie definities. Om de raakpunten te beklemtonen heb ik het kernbegrip telkens vervangen door drie kruisjes.

  1. xxx is die combinatie van competenties die iemand nodig heeft om te onderkennen wanneer hij informatie nodig heeft, en waarmee hij in staat is de benodigde informatie op te sporen, te evalueren en effectief en zorgvuldig te gebruiken.
  2. xxx zijn de vaardigheden van individuen om informatie over gezondheid te verkrijgen, te begrijpen, te beoordelen en te gebruiken bij het nemen van gezondheidsgerelateerde beslissingen.
  3. xxx is het expliciet, oordeelkundig en consciëntieus gebruikmaken van het beste beschikbare bewijs bij het maken van een keuze voor de behandeling van een patiënt. Dit alles gegeven de stand van de (medische) wetenschap van dat moment.

In de drie definities zie ik de volgende drie zaken terugkomen: informatie opsporen, evalueren en gebruiken. Ligt dit niet zeer kort bij de eerder vermelde definitie van geletterdheid? Ik hoop dat ik daarmee de relevantie van dit thema heb kunnen aantonen. (In definitie 1 staan de drie kruisjes voor informatievaardigheid, in definitie 2 voor gezondheidsvaardigheden en in definitie drie voor evidence-based medicine)

Ik heb zelf ondervonden dat informatievaardigheden wel degelijk belangrijk zijn voor patiënten, zeker voor (jonge) Parkinsonpatiënten. Ik wil hier drie situaties schetsen waarbij informatievaardigheden een rol spelen. Je zou het ook drie lessen voor de toekomst noemen maar in feite gaat het om één les met drie casussen en de titel van de les is “Wees Informatievaardig”.

Een eerste situatie heeft te maken met het maken van ingrijpende beslissingen. In de loop van het ziekteproces kan je op bepaalde momenten beslissingen moeten nemen die zwaar ingrijpen op je verder leven. Bij Parkinson is dat bij voorbeeld de beslissing om een chirurgische behandeling te onderzoeken en eventueel uit te voeren: de vraag DBS ja of nee (DBS Staat voor “deep brain stimulation of Diepe hersenstimulatie. Ik ben van mening dat je deze beslissing het beste neemt op basis van wetenschappelijke informatie. Ik ondervind ook druk vanuit de naaste omgeving waartegen je je ook kunt wapenen door je goed te documenteren. Ik vind het trouwens ook een taak van de arts om de patiënt uit te leggen hoe deze informatie tot stand komt. Ik leg later nog wel eens uit welke beslissing ik genomen zal hebben en hoe ik daartoe zal gekomen zijn.

Een tweede situatie waarbij je informatievaardigheden kunt gebruiken, zijn de alledaagse taferelen waarin je goedbedoeld gewezen wordt op wat ze zogezegd gevonden hebben en de klassieke dooddoener: “in tien jaar kan veel” of “ze zullen wel iets vinden”. Ik raad alle patiënten zich hiertegen met informatievaardigheden en kritisch denken te wapenen. Vooral de populaire media: radio, televisie, krant, … en ook het internet zijn regelmatig de bron van informatie waarvan de wetenschappelijke waarde op zijn minste dubieus genoemd kan worden. Let op: het internet is tegelijk ook de oplossing van het probleem. Het internet is niet goed of slecht an sich. Ik raad je aan om zo veel mogelijk de bron van de informatie na te gaan. Als er verwezen wordt naar een wetenschappelijke studie, ga je best op zoek naar het oorspronkelijk onderzoeksartikel. Als dat niet mogelijk is, controleer dan in ieder geval de autoriteit van de auteur en staar je daarbij niet blind op een aanroeptitel. Professoren zijn niet alwetend. En informatie is nooit waar alleen omdat een bepaald iemand het gezegd heeft. Daarom herhaal ik het: blijf steeds kritisch denken.

Kritisch denken (Critical Thinking) is op zich geen informatievaardigheid maar is er wel zeer verwant mee. Op de website kritischdenken.nl worden de kenmerken van kritisch denken samengevat in 12 denkvaardigheden. Ik kies er één uit: evalueren van vooronderstellingen, van de betrouwbaarheid van informatiebronnen en van de betrouwbaarheid van conclusies.

Dit laatste is ook aan de orde bij het derde advies: laat je goed omringen, zoek mensen die je kunnen helpen. Meestal kunnen deze mensen je vooral helpen met informatie en kun je hen beschouwen als informatiebronnen. Dan zijn het zoeken van de juiste mensen en hen kritisch blijven evalueren wel degelijk “informatievaardigheden”. Dat zoeken naar goede informanten is niet alleen op medisch of wetenschappelijk vlak nuttig. Zo heb ik zeer veel gehad aan het advies contact te zoeken met de dienst maatschappelijk werk van de mutualiteiten. Deze dienstverlening is gratis. Dat niet meer mensen dat weten, is op zich aanleiding voor een andere discussie, die ik in een later spinsel wel eens zal inzetten.

Ik denk dat we als conclusie kunnen stellen dat vooral het duo Kritisch denken en Informatievaardgheden samen een belangrijk wapen zijn tegen de gevaren van te weinig informatie en/of slechte informatie (wat in feite een contradictio in terminis is), waarbij kritisch denken een grondhouding zou moeten zijn en informatievaardigheden een hulpmiddel, een “techniek” om die te realiseren.