Tagarchief: over mij

een ruw zelfportret

Ik wil hier een ruwe autobiografische schets geven en kort vertellen wat mij gevormd (misvormd?) heeft tot wie ik nu ben.
Ik heb het immense geluk gehad te kunnen opgroeien “in een warm nest met grote vensters open op de wereld”, zoals ik het omschreef bij het overlijden van onze moeder zeven jaar geleden. Dat wij als broers en zussen nog altijd een zeer goede band hebben, kon je al afleiden uit vorige berichten. Naast deze hechte relatie was de openheid naar de wereld een zeer belangrijke tweede kenmerk van onze opvoeding. Vader en moeder waren beide gepokt en gemazeld in het lokale verenigingsleven en dat engagement hebben ze doorgegeven aan hun kinderen.

Zo ben ik, zoals al mijn broers en zussen, terecht gekomen in de lokale Chiroafdeling. Vooral de jaren in de leiding zijn een ongelooflijke leerschool in organisatievaardigheden en verantwoordelijkheid geweest. Ik heb er ook een groot respect gekregen voor alle jongeren die zich in deze individualistische tijden nog willen inzetten in jeugdbeweging, sportclub, muziekvereniging, … om daar kinderen een zinvolle invulling van hun vrije tijd te geven. Nee, de jeugdbewegingen, laat staan één jeugdbeweging, hebben daar niet het monopolie op. Ik vind het dan ook zeer normaal dat dergelijke eigenschappen meetellen bij het selecteren van nieuw personeel. Over het aandeel hiervan kan natuurlijk gediscussieerd worden.

Via de Chiro ben ik ook bij de organisatie van de lokale 11-11-11-actie betrokken geraakt. Samen met de ervaringen van twee broers als ontwikkelingshelper is dit de belangrijkste voedingsbodem voor mijn betrokkenheid op de Derde Wereld.

Na een kort interludium in het onderwijs ben ik een dik jaar na mijn studies in de Leuvense universiteitsbibliotheek beland. Ik ben begonnen in een van de kleinste deelbibliotheekjes van de universiteit. Zowat iedere prof had meer boeken in zijn afdelingsbibliotheek staan dan ik in “mijn” bibliotheek. Met de verhuis van de faculteit naar Gasthuisberg verhuisde ik ook – ik verhuisde zelfs eerder – en kwam ik plots terecht in een echte bibliotheek. Ondertussen zit ik in nog een grotere eenheid, 2Bergen.

Ook al was de bibliotheek van farmacie niet meer dan een veredelde boekenkast, ik legde daar de fundamenten van wat zou uitgroeien tot de kern van mijn persoonlijkheid: mijn passie voor informatie. In farmacie heb ik de basis gelegd van mijn activiteiten rond informatievaardigheden. Daarmee was ik toen een van de pioniers van “informatievaardigheden” aan de KU Leuven. Ik ben toen begonnen met hands-on-sessies in een computerklas, een formule die is overgenomen en uitgewerkt door Wouter Schallier en nu nog steeds de basis vormt voor de huidige onderwijsactiviteiten in de Campusbibliotheek Biomedische Wetenschappen. Ik heb het concept informatievaardigheden verder uitgediept tijdens de opleiding Informatie- en Bibliotheekwetenschappen aan de universiteit van Antwerpen. Daar heb ik het onderwerp tot het mijne gemaakt door er veel over te lezen in functie van enkele papers en een thesis.

Ik ben er ondertussen van overtuigd geraakt dat informatievaardigheden zeer belangrijk zijn in onze informatiemaatschappij. Informatie is macht geworden, daarom kunnen informatievaardigheden emancipatorisch werken. Ook in richtingen als geneeskunde, bio-ingenieurswetenschappen, … blijft het aanleren van een kritische houding tegenover medische informatie nodig. Dat wordt zonneklaar als je een gediplomeerde bio-ingenieur hoort zeggen dat hij gelooft in de bloedzuiverende werking van planten omdat ze dit al lang wisten.

Door mijn opleiding als gids en mijn activiteiten binnen de Gidsenbond ben ik gebeten door een andere microbe: het verleden en heden van Leuven. De Leuvense gidsenbond is ook de hefboom geweest om van Leuven mijn stad te maken. Kort na onze opname in de Gidsenbond werd ik aangesproken om de bibliotheek te organiseren. Na één jaar werd ik lid van het bestuur en dat ben ik gebleven tot ik voor enkele jaren ontslag genomen heb omwille van Parkinson. Vooral als hoofdredacteur van de LGB-krant en als initiatiefnemer en verantwoordelijke voor de inhoud van de website werd ik de voortrekker van het principe van informatie delen. Ik heb daar jarenlang twee slogans herhaald: “Informatie is als liefde: als je ze deelt, vermenigvuldigt ze zich” en “Informatie is de enige grondstof die groeit in het gebruik” (Johan Van Benthem).

Ik denk dat ondertussen duidelijk geworden is dat één drijfveer al mijn bezigheden stuurt: informatie in al zijn facetten: informatievaardigheden, informatie delen, kritisch denken, …

Helaas is er één bedreiging voor deze in jaren gevormde persoonlijkheid opgetreden: Parkinson. Vooral de onvoorspelbaarheid en de bijhorende onzekerheid die kan uitmonden in angst maken van Parkinson een echte bedreiging voor mijn persoonlijkheid. Maar ik hoop dat ik in deze nieuwsbrief nog eens heb aangetoond dat ik zal blijven vechten om zo lang mogelijk zo normaal mogelijk te kunnen blijven, dat ik niet van plan ben mijn persoonlijkheid zomaar prijs te geven. Ik zal ze blijven verdedigen met hoopvol realisme – door de goede momenten maximaal te benutten om te doen wat ik belangrijk vind en door de nadruk te leggen op wat ik kan – en met de steun van mijn familie en empathisanten. Ik wil blijven wie ik ben: iemand met hechte familiebanden en een sterk sociaal engagement, iemand met veel interesse voor de geschiedenis en/van Leuven, en bovenal iemand met één drijfveer: informatie.

Plannen

Uit: “Nieuws uit Pamel”, 15 april 2015

Ik heb helaas weinig goed nieuws te vertellen. Sinds eind vorige week heb ik weer te lijden gehad van een aantal dystonie-crisissen overdag. Vooral in het begin van de week heb ik enkele moeilijke dagen gekend waarbij enkele opstoten kort na elkaar zorgden voor een pijnlijke ervaring. Naar het einde van de week verminderde het aantal crises en werden ze ook minder intens. Vandaag (vrijdag) heb ik tot nu toe (20 u) geen dystonie meegemaakt. Vandaag heb ik dan ook een vrij goede dag gehad, vandaar dat ik nu al aan de nieuwsbrief ben begonnen.

Buiten de pijn en de frustratie die bij elke nieuwe aanval terug ervaren wordt, hebben deze crises vooral een serieuze knauw in het zelfvertrouwen tot gevolg. Daardoor heb ik het plan om geleidelijk terug naar Leuven te komen uitgesteld en is de datum om het werk te hervatten, 4 mei (1 mei is een vrijdag en sowieso een verlofdag, 2 en 3 mei is het weekend) terug onzeker geworden. Ik zou een veiligheidsmarge van één week zonder een dystonie willen inbouwen vóór mijn terugkomst naar 2Bergen.

Mede door deze dystonie-crises ondervind ik vooral een toegenomen angstgevoel. Dit is blijkbaar een normaal verschijnsel in de evolutie van de ziekte. In de literatuur wordt de toegenomen angst verklaard door een combinatie van biologische en psychologische factoren. De biologische factoren zijn oorzaken die zuiver biochemisch zijn en niet gekoppeld aan een gevoel. Bij Parkinson zou een verstoorde balans van neurotransmitters de oorzaak zijn. Neurotransmitters zijn de chemische stoffen die ervoor zorgen dat de signalen in de hersens worden doorgegeven van zenuw tot zenuw. Bij verschillende hersenactiviteiten, denkprocessen, gevoelens, waarnemingen, … zijn verschillende neurotransmitters betrokken. De angst zou dus mee veroorzaakt worden door een teveel en/of een tekort van enkele van deze stoffen.

Psychische factoren zijn oorzaken die gekoppeld zijn aan een bepaald gevoel dat bij de Parkinsonpatiënt leeft ten gevolge van zijn ziekte. Hij maakt zich zorgen over de impact van zijn ziekte op zijn leven. Dat is begrijpelijk.
Na zo een crisis sta ik letterlijk te trillen op mijn benen en is het alsof mijn lichaam schrik heeft om terug te stappen en weigert het grote stappen te zetten. Ik heb soms de indruk dat de angst om een nieuwe aanval te moeten ondergaan zelf de dystonie uitlokt.

Ongeveer veertig percent van de Parkinsonpatiënten zou wel eens last hebben van angststoornissen. Ook op het vlak van de angstbeleving is elke Parkinsonpatiënt verschillend. Ik ervaar vooral meer schrik om op straat te komen en schrik om alleen te zijn. Op langere termijn vrees ik vooral dat ik niet meer mijn plan zal kunnen trekken en misschien nog meer dat ik niet meer zal kunnen doen wat ik belangrijk vind: bezig zijn met informatie, en daardoor mijn identiteit voor een stuk zou verliezen.

Deze angstgevoelens zetten me er toe aan de voorbereiding van de toekomst ernstig te nemen en daar snel mee te beginnen. Vooreerst moet ik op zoek naar structurele hulp. Gelukkig kan ik daarbij rekenen op de hulp van een maatschappelijk helpster van de mutualiteit, een van de eerste en een van de beste tips die ik van een collega ontvangen heb.

De eerste stappen in deze richting is de installatie van een persoonlijk alarmsysteem. Ik moet nog wel op zoek naar drie “mantelzorgers”. Dat zijn mensen die kunnen opgebeld worden als ik in de problemen zou komen en die dan bereid zijn bij mij thuis, in mijn appartement in de Parkstraat in Leuven, te komen kijken of er effectief een probleem is en die dan de eerste stappen voor verdere hulpverlening zou kunnen zetten.

Ik denk dat ik ook contact zal zoeken met een regioteam van de Dienst ondersteuningsplan. Normaal kan ik dan beroep doen op een professionele begeleider die mij en mijn omgeving help inzicht te krijgen in mijn ondersteuningsbehoefte. Samen zouden we dan een ondersteuningsplan kunnen opstellen waar ik dan mee verder kan.

Als de angstgevoelens zouden uitbreiden, zal ik eerst bij de huisarts en later bij de neuroloog informeren of er verder psychologische begeleiding nodig is.

Ik ben ook aan het uitkijken naar een zinvolle invulling van de vrije tijd die ongetwijfeld zal toenemen. In de eerste plaats denk ik dan aan een vorm van vrijwilligerswerk en daarbij denk ik in de eerste plaats aan vrijwilligerswerk in 2Bergen. Daar zijn zeker mogelijkheden om als vrijwilliger mee te werken aan zinvolle projecten. Ik denk dan aan projecten waar ik nu ook al mee bezig ben en projecten die ik graag zou willen opstarten maar waar ik nog niet toe gekomen ben: de tutorial, de website en een project rond het gebruik van YouTube voor onderwijsondersteuning. Dat zou mij ook de kans geven om het contact met jullie te blijven behouden. Maar eerst zal ik moeten nakijken of dit ook mogelijk is: vrijwilliger zijn in de dienst waar je voordien gewerkt hebt. Ik zal ook moeten nakijken of je vrijwilligerswerk van thuis uit kunt doen.

Ik wil me ook niet alleen op 2Bergen richten om mij nuttig te kunnen bezighouden. Er zijn nog wel projecten en organisaties waar vrijwilligerswerk kan gedaan worden dat in de lijn ligt van mijn interessegebieden. Ik denk dan bij voorbeeld aan de Vlaamse Parkinsonliga of een andere patiënten- of zelfhulporganisatie, of aan een initiatief zoals “Fit en Actief” binnen een ziekenhuis (Gasthuisberg of een ander). Ook daar moet er iets te doen zijn in projecten die te maken hebben met het zoeken, ontsluiten, verwerken, selecteren, … van informatie. Want dat is het domein waarmee het altijd wel iets te maken moet hebben: informatie. Als ik niet meer met informatie kan bezig zijn, ben ik mezelf niet meer.

Ik zal ook moeten nakijken of vrijwilligerswerk en thuiswerk te combineren valt. Dat zou voor mij het probleem van de beperkte mobiliteit oplossen. Ik behoor wel tot de mensen met een fysieke beperking (nog niet officieel) maar op intellectueel vlak voel ik mij nog altijd even mobiel, dankzij de verwezenlijkingen van de Informatiemaatschappij. De computer en het internet zijn voor mij even levensnoodzakelijk als een wagen voor een handelsreiziger.

Naast dit vrijwilligerswerk hoop ik mijn gidsenwerk van thuis uit te kunnen verderzetten. Ik blijf informatie delen over Leuven, nu niet meer op straat maar van achter mijn computer via het internet. Zo blijf ik op Facebook de belangrijke Leuvense pagina’s (vooral Leuvense Historische Weetjes) opvolgen en met extra informatie voeden. Ik heb al eens vermeld dat ik denk aan een nieuw initiatief, een blog, om de echte informatie op Facebook, en dus niet de massa’s veredelde cafépraat, een duurzaam karakter te geven. Ik blijf ook bijdragen leveren voor de LGB-krant en het intranet van Leuven+ (nogmaals: de nieuwe merknaam voor de activiteiten van de Koninklijke Leuvense Gidsenbond). Ik plan nog minstens drie dossiers die de link leggen tussen mijn nog steeds huidig werk en mijn ook nog steeds belangrijkste hobby: “Van Celestijnenklooster tot Arenbergbibliotheek” (een update van een tien jaar oude tekst), “Van Farmaceutisch Instituut tot Agora” en “de KU Leuven na Bologna, het universitair landschap van de eenentwintigste eeuw”.

Een laatste veilige boei voor mijn onzekere toekomst blijft de steun van mijn naaste omgeving. In deze minder fortuinlijke situaties besef je maar ten volle de waarde van te mogen opgroeien in een hechte familie van broers, zussen, schoonbroers en schoonzussen die met je meeleven, zelfs van in Honduras. Die binnenste kring wordt geflankeerd door een uitgebreidere kring van vrienden en collega’s die ook meeleven. In mijn situatie zijn twee groepen mensen in dit kader zeer belangrijk: de vrienden van de Leuvense gidsen en jullie, mijn dierbare collega’s van 2Bergen.

Met de gidsen heb ik nu vrij weinig contact. Ik hoop dat dit verbetert wanneer ik weer in Leuven zal zijn en terug min of meer kan deelnemen aan het sociale leven. Ik hoop dat ik in de zomer toch enkele malen een wandeling van Leuven+ kan meemaken. Als dit niet meer zou lukken, hoop ik dat ik een aantal gidsen mee kan betrekken in mijn blog-project. Daar zou ik ook enkele anderen die ik via Facebook heb leren kennen, willen bij betrekken, mensen die Facebook ook gebruiken om informatie te delen over de Leuvense geschiedenis. Als ik hier enkele van kan overtuigen om mee te doen, zou ik dit project ook een sociale dimensie kunnen geven.

Mijn belangrijkste contacten met de grote buitenwereld heb ik op dit ogenblik via jullie, collega’s. Ik zou er alles aan willen doen om dit contact te blijven bewaren, wat er ook gebeurt. Daarom wil ik zo graag me blijven bezighouden met projectjes van de bibliotheken en dat ik daar nu ook al mee bezig ben. Ik denk dat de contacten minder snel zullen verslappen als we ook iets hebben waar we samen mee bezig zijn. Mijn bezigheden voor de bibliotheek hebben dus ook een sociale functie. Daarom hoop ik innig dat ik zo lang mogelijk betrokken kan blijven bij de activiteiten van de bibliotheek, in een eerste fase nog altijd als werknemer, later als vrijwilliger, liefst in een erkend statuut zodat ook zaken als verzekering, e-mail, toegang tot de e-bronnen, … geregeld kunnen blijven. Maar ook als dat niet meer mogelijk zou zijn, hoop ik dat ik toch nog met (dan ex)-collega’s kan blijven want de vriendschapsbanden die nu gesmeed worden, wil ik niet graag verbroken zien.

Een kleine leestip: een mooie getuigenis over Parkinson op jonge leeftijd kan je lezen in dit blogbericht.

Waarom ik dit schrijf

Uit “Nieuws uit Pamel” 15 april 2015

Ik wil proberen uit te leggen waarom ik elke week wil weergeven wat ik voel en wat mij bezig houdt.

Ik schrijf dit in de eerste plaats omdat ik vind dat jullie daar recht op hebben. Uit al jullie reacties voel ik gewoon dat jullie echt geïnteresseerd zijn. Zo voel ik als het ware de vriendschapsband groeien. Interesse is voor mij de basis voor empathie, wat niet hetzelfde is als medelijden. Ik heb er niets aan dat jullie mee-lijden, ik heb wel zeer veel aan jullie steun op verschillende gebieden: een goede raad, een troostende gedachte, een luisterend oor,…

Ik wil jullie het hele verhaal geven: het goede nieuws en het minder goede, genuanceerd en uit de eerste hand, geen interpretatie. Ik wil zelf zeggen hoe ik me voel. Ik weet soms zelf niet hoe ik het moet zeggen, hoe moeilijk is het dan niet voor een andere.

Ik wil jullie hoeden voor overdreven optimisme en overtrokken verwachtingen. Tegelijk wil ik negativisme vermijden. Ik probeer niet overdreven optimistisch te zijn en tegelijk hoopvol realistisch te blijven. Ik word daarbij gesteund door enkele van jullie reacties die me hebben doen nadenken. Ik probeer mijn toestand te bekijken als een halfvol glas en niet als een halfleeg. Ik zeg liever “ik kan nog altijd (thuis) werken” in plaats van “ik kan niet gaan werken”. Ook al kan ik geen grote plannen meer maken voor een ideale toekomst, probeer ik een toekomst voor te bereiden waarin ik “zo lang mogelijk zo normaal mogelijk” probeer te blijven. Daarbij neem ik graag de raad die iemand van jullie me gaf, ter harte en ben ik ook op zoek naar een zinvolle besteding van de – noodgedwongen – toenemende (vrije)tijd. De eerste ideeën zijn gevormd, de eerste kleine stapjes gezet. Eén ding is duidelijk: het zal met “informatie” te maken hebben, en computer en internet zijn voor mij van levensbelang.

Hoopvol optimisme betekent voor mij ook genieten van de lichtpunten die er zelfs in de donkerste nachten zijn. Zo heb ik op de moeilijkste momenten enorm veel steun gekregen van het professioneel kader – professioneel in de positiefste betekenis van het woord – van het ziekenhuis. Twee beroepsgroepen wil ik hier even in de kijker plaatsen. Vooreerst zijn er de verplegenden. Het is echt bewonderenswaardig hoe ze onder immense werkdruk toch oog blijven houden voor de mens. Ik heb hier één boodschap voor de regering: “Dames en heren ministers, stop met het besparen op het verplegend kader.” Hier hoort ook een extra woordje van lof bij voor de stagiairs. Als je er niet op let, zie je amper het verschil met het professioneel kader: dezelfde combinatie van professionalisme en menselijkheid. Een pluim voor de opleidingen.
Een tweede beroepsgroep die ik enorm ben gaan bewonderen zijn de kinesisten (blijkbaar een “Belgisch-Nederlands” woord maar voor mij goed genoeg, ik vind de mens belangrijker dan het woord). Alle “kinesitherapeuten” (het “juiste” woord) die ik de laatste maanden heb leren kennen, zijn schitterende mensen en bovendien wonderbaarlijke wetenschappelijke creatievelingen. Ik sta echt te kijken hoe zij met “banale” dingen (een bal, een zitbankje,…) erin slagen efficiënte oefeningen te bedenken. Ja, naar eigen zeggen bedenken ze die oefeningen zelf.

Ook jullie zijn in de donkere dagen lichtpunten geweest. Ik blijf het herhalen: ik heb in 2Bergen schitterende collega’s, dat heb ik nu nog eens extra mogen vaststellen. Ik heb van jullie lessen in empathie gekregen. En we zitten wel twee bibliotheken, voor mij zijn we één vriendengroep geworden.

Moeilijke momenten zijn ook momenten waarin je tijd hebt om na te denken: nadenken over de toekomst, nadenken over wat echt belangrijk is. Het resultaat van dat denken is een deel van mijn levensverhaal en wil ik jullie daarom ook graag meegeven.

Om af te sluiten nog eens herhalen dat alle blijken van interesse en empathie enorm deugd doen: geschreven, gemaild of telefonisch, kort of lang.

tijdlijn

  • 1962
    • Geboren op 23 oktober als vierde kind van Robert Van Isterdael en Jos Neefs, broer van Jef, Ria en Dirk. Ik groei op in de Omer Devidtslaan in Pamel.
  • 1964
    • Op 21 februari wordt mijn jongere zus Els geboren.
  • 1966
    • Op 28 oktober wordt mijn jongere broer Geert geboren.
  • 1968
    • Ik leer lezen, schrijven en rekenen bij Meester Willy in de Gemeentelijke basisschool van Pamel.
  • 1971
    • Ik ga de eerste maal mee op bivak met de Chiro in Dilsen.
  • 1974
    • Ik beëindig 6 jaar lagere school en begin aan 6 jaar secundair onderwijs in het Sint-Aloysiuscolllege in Ninove.
  • 1980
    • Ik behaal  het diploma Latijn-Wetenschappen en ik begin aan de studies biologie aan de K.U. Leuven.
  • 1981
    • Ik ga voor de eerste maal als leider mee op bivak in Bornem.
  • 1985
    • Ik behaal het diploma van Licentiaat in de Biologie.
    • Ik begin aan de opleiding graduaat in de Bibliotheconomie aan de Provinciale Leergangen Bibliotheek en Documentatie.
  • 1986
    • Ik ga de laatste keer mee op bivak in Sankt-Vith.
  • 1987
    • Ik begin op 8 april te werken in de bibliotheek van het  Instituut voor Farmaceutische Wetenschappen (Van Evenstraat, het gebouw waarin nu Agora zich bevindt.)
  • 1988
    • Ik behaal het diploma Gegradueerde in de Bibliotheconomie. Titel van mijn eindwerk: “Informatie zoeken in de farmaceutische wetenschappen: een handleiding voor studenten en apothekers”
  • 1996
    • Op 20 oktober word ik peter van Seppe Van Laethem. Zijn moeke is mijn zus Els.
  • 1997
    • Ik word stadsgids van Leuven.
  • 1998
    • Ik word bestuurslid van de Koninklijke Leuvense Gidsenbond.
  • 1999
    • De eerste website van de Koninklijke Leuvense Gidsenbond op een server van de stad Leuven.
  • 2002
    • Op 1 oktober wordt de nieuwe Campusbibliotheek Arenberg in gebruik genomen.
  • 2003
    • Ik word hoofdredacteur van de LGB-krant.
    • Ik begin de opleiding GAS Documentatie en Bibliotheekwetenschap aan de Universiteit Antwerpen.
  • 2004
    • De eerste LGB-krant samengesteld door een redactieploeg verschijnt.
  • 2005
    • De bibliotheek van de Faculteit voor Farmaceutische Wetenschappen wordt opgeheven. De collectie wordt geïncorporeerd in die van de Campusbibliotheek Biomedische Wetenschappen. Ik begin daar te werken als baliemedewerker.
    • Ik behaal het diploma GGS Informatie- en Bibliotheekwetenschap. Eindwerk: “Informatievaardigheden: een studieprogramma”
  • 2007
    • Ik breng een driedaags werkbezoek aan de Walaeusbibliotheek van de universiteit van Leiden. Ik combineer dit studiebezoek met een toeristische kennismaking met Leiden.
  • 2008
    • Op 17 februari sterft onze moeder.
  • 2009
    • De ziekte van Parkinson wordt gediagnosticeerd.
  • 2012
    • De Campusbibliotheken Wetenschap en Technologie (Arenberg) en Biomedische Wetenschappen worden samengebracht in één bibliotheek 2Bergen gevestigd op twee locaties. Ik word informatiespecialist van 2Bergen.
  • 2013
    • Op 11 februari sterft onze vader.
    • Ik onderga een eerste crisis in mijn ziektegeschiedenis. Ik word werkonbekwaam op 21 oktober.
    • Ik stop als actieve gids.
    • Ik neem ontslag als bestuurslid van de Koninklijke Leuvense Gidsenbond.
  • 2014
    • Begin februari begin ik opnieuw – halftijds – te werken.
  • 2015
    • Ik word opgenomen in het Universitair Ziekenhuis Gasthuisberg na een tweede crisisaanval op 28 februari. Vanaf het ontslag uit het ziekenhuis verblijf ik bij mijn broer in Pamel (Roosdaal).

Geboorte van een blog

De  voorgeschiedenis van deze blog begint in feite in 2009. Toen gaf mijn lichaam de eerste signalen dat er iets niet juist zat. Een half jaar later, na enkele consultaties in de dienst Neurologie op Gasthuisberg, kreeg dat iets een naam: ik bleek te lijden aan de ziekte van Parkinson. Blijkbaar was ik toen net een paar jaar te oud om van een zeldzame ziekte te kunnen spreken; “Juveniele Parkinson”, met aanvang tussen 21 en 45 jaar is officieel erkend als zeldzame ziekte. Over de waarde van deze erkenning kan ik het later nog eens hebben.

Zeldzaam of niet, ik moest ermee verder. Ik heb dan gelukkig nog enkele jaren op een “normale” manier kunnen voortleven tot ik op 21 oktober 2013, twee dagen voor mijn verjaardag, een eerste breekpunt in het ziekteverloop meemaakte. Dan ben ik voor een eerste keer een lange tijd “ziek” geweest. Ik ben tot begin februari thuisgebleven en ben vanaf dan halftijds gaan werken. In die maanden dat ik thuis zat, is voor mij de eerste keer zeer duidelijk geworden welke fantastische collega’s ik heb. Ook mijn (toenmalig) diensthoofd heeft zich dan getoond als een grote dame met een zeer warm hart. Haar “fuck the system” zal ik nooit vergeten.

Iets meer dan een jaar later, op 28 februari jongstleden heb ik dan een tweede crisismoment doorgemaakt dat zelfs geleid heeft tot een ziekenhuisopname, met een herstelperiode die langer duurt dan ik gehoopt had. In deze periode hebben de collega’s al het goede dat ze getoond hebben in de eerste herstelperiode nog eens ruimschoots overtroffen.

In een wekelijkse mail vertelde ik hen hoe ik mij voelde en daar slopen wel eens meer beschouwende fragmenten binnen. In periodes van al dan niet gedwongen inactiviteit komen er wel eens gedachten boven die de dagelijkse banaliteit overstijgen. Geleidelijk gingen deze beschouwende stukken een eigen leven leiden. Ik gaf ze zelfs een eigen naam: “hersenspinsels”.

Deze naam heeft het één week uitgehouden. Ik droomde al langer om een blog op te starten over de Leuvense geschiedenis. Ik ben nu net begonnen deze droom concreet vorm te geven en heb daarvoor enkele weken geleden een eerste blog opgestart. Zo kwam ik tot de bevinding dat  een blog misschien een beter medium dan mail is om dienst te doen als spreekbuis voor mijn beschouwingen. Een blog heeft alvast de volgende voordelen.

  • Een blog heeft een duurzamer karakter. Je kan gemakkelijker teruggrijpen naar eerder geformuleerde ideeën. Aangezien WordPress alle blogitems mooi bewaard, moeten we dit niet zelf organiseren en besparen we geheugenruimte op onze eigen pc.
  • Je kan in een blog sneller iets terugvinden. Door het gebruik van tags kan je items over hetzelfde onderwerp groeperen  en door het gebruik van tag clouds – dit zijn woordenwolken die in tegenstelling tot de woordenwolken in de Biomedische Bibliotheek, meer dan alleen een decoratieve functie hebben – zie je direct welke de populairste onderwerpen zijn en welke “zoekterm” je best gebruikt.
  • Een blog is interactiever. Iedereen kan op een blog reageren en iedereen kan de reacties lezen. Zo kan er op basis van een blogitem een heuse discussie ontstaan waaraan alle bloglezers kunnen deelnemen. Ik zie deze blog niet onmiddellijk als een discussieforum maar ik sluit een discussie ook niet a priori uit. Jullie reacties zijn alvast zeer welkom.
  • Een blog bereikt een breder publiek. Mijn mails waren gericht op mijn collega’s van 2Bergen. Dit blijft ook de prioritaire doelgroep van deze blog. Maar mijn vriendenkring is een open vriendenkring en daarom wil ik ook deze blog niet afsluiten. Let wel, dit heeft ook zijn consequenties: boodschappen voor intern gebruik, bij voorbeeld afrekeningen binnen de interne keuken, horen hier niet thuis.

Aangezien er al een blog met de naam “Hersenspinsels” bestond, moest ik op zoek naar een nieuwe naam. Ik zou daar een zeer filosofisch klinkende uitleg kunnen over geven maar in feite is het zeer eenvoudig. Dit zijn mijn hersenspinsels: Wims hersenspinsels of in één woord samengetrokken Wimsspinsels. Ik heb even nog gedacht om ze te noemen naar P. maar ik vind dat deze P. ondertussen voldoende belangstelling gekregen heeft. Daarom geen P-spinsels maar Wimsspinsels. Als je liever de iets kortere naam w-spinsels gebruikt, doe je maar.

Ik hoop dat mijn collega’s van 2Bergen, en bij uitbreiding alle vrienden de weg naar deze spinsels zullen vinden en me zo een beetje beter leren kennen. Ik blijf ook via mail met mijn collega’s communiceren. Deze mails zullen wel korter zijn want voor de beschouwingen zal ik letterlijk een link leggen naar deze blog.

Ik wens iedereen veel leesplezier en ik kijk uit naar jullie reacties.