gelukkige verjaardag

Enkele dagen geleden ben ik een nieuw levensjaar begonnen. Nog een geschikt moment om achteruit maar vooral om vooruit te kijken. Wat zal er in de herinnering blijven van het afgelopen levensjaar en wat zal het nieuwe levensjaar ons geven, of beter wat zullen we van het nieuwe levensjaar maken?

Als ik terugkijk, dan zie ik achter mij een jaar dat zeker een kanteljaar kan genoemd worden. Mijn leven is op enkele essentiële vlakken gekanteld. De toekomst zal uitwijzen of dit momenten zijn die een echte breuk inluiden of eerder rustpunten die een tijdelijke onderbreking van de normale gang van zaken aangeven. Ik vermoed dat ook hier de waarheid in het midden zal blijken te liggen. Bepaalde veranderingen zullen onomkeerbaar blijken, op andere vlakken verwacht ik – en hoop ik vooral – terug te kunnen keren naar een situatie zoals die van een paar jaren geleden.

Op dagen van gelukwensen vind ik het gepast eens na te denken over dat ene woordje, want wat wensen de mensen jou als ze je gelukwensen. Wat betekent dat: geluk. In de eerste plaats is “geluk” op dit ogenblik een woord dat geld opbrengt. Had er op dit woordje een copyright gestaan, de bedenker zou schatrijk geweest zijn. Toch ga ik ook nog eens proberen te beschrijven wat gelukkig zijn voor mij betekent. Je krijgt ook wel eens de vraag: ‘Wat mogen we je wensen?” en ook daarover wil ik even nadenken.

Ik wil wat ik over geluk denk ook uitdrukken in woorden omdat deze gedachten ook iets zeggen over hoe ik ben in verhouding met de mensen waarmee ik in contact kom. Als je weet hoe ik over geluk denk, zal je bepaalde reacties beter begrijpen.

In de eerste plaats vind ik dat geluk een zeer persoonlijke kwestie is. Ieder mens heeft recht op zijn geluk. Ik zou mijn naaste omgeving dan ook willen vragen mij het recht te geven zelf te bepalen wat gelukkig zijn voor mij betekent en hoe ik dat probeer te realiseren. Ik vind het zeer delicaat te oordelen over het geluk van een andere. Ik ondervind regelmatig dat mensen rondom mij mijn geluk anders inschatten dan ikzelf.

In het begin van dit ziekteproces heb ik gesteld dat ik zo lang mogelijk zo normaal mogelijk wil blijven. Vorige week las ik een variant op deze wens. Mensen die ik enorm bewonder wensten voor hun kind dat het “zo lang mogelijk zo goed mogelijk” mocht leven. Wie de context van deze zin kent, weet dat dit woordje “goed” hier een zeer diepe betekenis heeft. In het vervolg van dit spinsel wil ik aanduiden dat goedheid en geluk nauw met elkaar verbonden zijn.

Als je in de woordenboek zoekt naar de betekenis van het woordje “geluk” dan krijg je twee definities. (Je krijgt er in Van Dale drie maar de derde is hier niet relevant). Die twee betekenissen worden in vele andere talen ook met verschillende woorden weergegeven, wat er op wijst dat het wel degelijk twee verschillende begrippen zijn.

De eerste definitie luidt: “gunstige loop van de omstandigheden, voorspoed die iemand zonder eigen toedoen te beurt valt”. Van Dale geeft direct aan dat dit woord nauw verwant is met het woord “fortuin” en daardoor ook met het Latijnse woord “fortuna”. In andere talen spreekt men van “luck” (Engels), “chance” (Frans) en “suerte” (Spaans)[i].

De tweede definitie is: “de aangename toestand waarin men al zijn (aardse) wensen en verlangens bevredigd ziet” en dit wordt gekoppeld aan het woord “welzijn”. Vertalingen zijn “happiness” (Engels), “bonheur“ (Frans) en “felicidad” (Spaans). In het Spaanse woord herken je nog de Latijnse oorsprong: “felicitas”

Achter dit taalkundig onderscheid zit een dieper inhoudelijk verschil. Zoals het al uit de definitie blijkt, heb je aan geluk in de eerste betekenis geen verdienste: “zonder eigen toedoen”. Dit is het geluk dat je hebt bij het dobbelen, als de stenen goed vallen: vandaar het synoniem “meeval”. Dit is ook het geluk van de natuur, het blinde geluk. Het zinloze geluk, zoals ook het lijden zinloos is.

Geluk, in de tweede betekenis, is het geluk van de mens, niet toevallig maar bewust gecreëerd door de mens. Dit is het echte geluk, dat wat mij echt gelukkig maakt en dat waarmee ik een andere gelukkig maak. Dit geluk is niet blind. Dit geluk geeft zin en heeft zin. Dit is het goede geluk waar ik naar streef.

Als mij gevraagd wordt of ik gelukkig ben of wat mij gelukkig maakt, dan verwijs ik in mijn antwoord naar dit menselijke geluk. De vraag wat mij gelukkig maakt, zou je probleemloos kunnen vervangen door de vraag: “Wie maakt jou gelukkig?” Het zijn vooral contacten met vrienden die mij gelukkig maken.

  • Vrienden die mij altijd het gevoel geven erbij te horen, vrienden die steeds aandacht voor mij hebben, ook al bevinden we ons ver van elkaar. Dit is het geluk dat ik ondervind bij elk contact met de collega’s van 2Bergen.
  • Vrienden die plots terug opduiken na een lange periode. Vrienden die je bijna vergeten was, maar waar toch iets van is blijven hangen. Dit is het geluk dat ik ervaren heb wanneer ik terug contact kreeg met de vrienden van Walaeus.
  • Vrienden die je toch niet vergeten zijn. Vrienden waarmee je het contact verliest maar die je plots verrassen met hun aandacht voor jou. Vrienden waarvan je ten onrechte dacht dat ze je vergeten waren. Vrienden waarvan ik blij ben dat ik ze niet vergeten ben. Dit is de manier waarop collega’s van Leuven+ mij gelukkig maakten.

Ik ben ook gelukkig als ik zelf iets voor een andere kan betekenen. Ik ben gelukkig als ik andere mensen gelukkig kan maken. Het klinkt cliché maar daarom precies zit er zoveel waarheid in.

Dit is het geluk dat ik mezelf ook wil toewensen het volgende jaar. Ik hoop dat ik in mijn volgende levensjaar kan genieten van het geluk dat vrienden creëren en ik hoop dat ik ook geluk kan creëren bij mijn vrienden.

Ik hoop ook dat ik het geluk blijf zoeken als Vrouwe Fortuna mij niet gunstig gezind is, wanneer de dobbelstenen van het blinde geluk slecht vallen. Ik hoop dat ik ook in die periodes het geluk zoek in de contacten met vrienden. Ik wil het geluk ook zoeken door er te zijn voor de anderen zeker als hij en zij door het blinde lot worden geraakt. Ik herhaal hier nog eens wat ik eerder al heb uitgelegd: ik zoek betekenis in de lijdende mens, niet de betekenis van het lijden zelf. Het lijden zelf is zinloos. Er is geen reden waarom je buurman het grote lot wint, er is geen reden waarom ik Parkinson ben tegengekomen, er is geen reden waarom kinderen dodelijk ziek zijn, … Wat je buurman met het gewonnen geld doet, daar geeft hij zelf zin aan want daar maakt hij een bewuste keuze en bepaalt zo wat hij belangrijk vindt. Als ouders zich inzetten om hun kind “zo lang mogelijk zo goed mogelijk” te laten leven, dan denk ik, dan hoop ik dat zij nog zo veel mogelijk maar vooral zo gelukkig mogelijke dagen samen mogen beleven.

Vrouwe Fortuna heeft bij mij wel een andere naam gekregen. Hij heet bij mij Parkinson. En hij bezorgt me vooral veel twijfels en onzekerheid en in het volgende levensjaar zullen die twijfels en onzekerheid zich vooral concentreren rond 26 februari. Die twijfels hebben bij mij meer en meer te maken met een gebrek aan informatie over een aspect van de ziekte en de operatie dat naar mijn mening veel te weinig aandacht krijgt in de begeleiding en behandeling van Parkinsonpatiënten: de invloed van de ziekte op de persoonlijkheid van de mens. Nochtans is er voldoende literatuur die duidelijk maakt dat Parkinson en diepe hersenstimulatie invloed kan hebben op de manier waarop je denkt en redeneert, en op de emoties die je ervaart. Ik zeg hier niets nieuws maar het onderwerp ligt bij mij zo gevoelig dat ik het niet genoeg kan herhalen. Hoe ik denk en wat ik voel, is voor mij de essentie van mijn identiteit. De ondertitel van deze blog is niet toevallig “Wat denk ik? Wie ben ik?” Deze frase is geïnspireerd op een zeventiende-eeuwse filosoof en was al bedacht vóór er sprake was van een operatieve ingreep. Dit inzicht is dus eeuwenoud, ik hoop dat er een dag komt dat dit ook in de Parkinsonzorg, en bij uitbreiding in de patiëntenzorg, doordringt.

[i] Het Duits kent zoals het Nederlands maar één woord: Glück