Tagarchief: woonzorgcentrum

Open brief aan de directie van het WZC

Beste,

Ik weet niet of je dit echt leest, zoals je zegt, ik merk het wel aan je reactie.

Enkele tips

  1. Spreek echt met de mensen.

Als je zegt met iedereen te spreken, hoe verklaar je dan dat veel gasten je niet eens kennen, dat ze niet eens weten wie je bent?

Als je eerst schrijft het jammer te vinden me niet hebben te kunnen spreken, en ik dan op de opendeurdag meer dan een uur alleen zit terwijl jullie daar rondlopen, dan kan ik alleen maar vaststellen dat jullie een unieke kans gemist hebben.

  1. Respecteer de mensen echt.

Je bent altijd welkom op een volgende quiz of een andere activiteit maar respect is meer dan je aanwezigheid op een quizje.

Ik zal je met een concreet voorbeeld tonen wat het voor mij niet is. Ik pols bij een medewerker van het museum Histaruz naar de mogelijkheden van een bezoek voor de bewoners en gasten van Dijlehof. Toevallig verneem ik dat er bepaalde afspraken zijn gemaakt. Zelf iets voorstellen en dan niet eens betrokken worden bij de voorbereiding: dat noem ik gebrek aan respect.

  1. Doe wat je belooft.

Als je een programma opmaakt, hou je dan daaraan, zeker als je weet dat sommige gasten hun planning afstemmen op basis van jouw programma.

Beloof niet wat je niet kunt uitvoeren. Een quiz organiseren in een ruimte waarin je gasten ontvangt tijdens een opendeurdag is quasi onmogelijk. Plan ook geen activiteiten op momenten dat je weet dat je ze niet kunt waar maken (bv. vergaderingen).

  1. Kom van jullie eilandjes.

Ik zie het woonzorgcentrum als drie eilandjes die amper iets van elkaar afweten: het rusthuis, de assistentiewoningen en het dagcentrum. Gasten van het dagcentrum weten nauwelijks wat er op de andere eilandjes gebeurt. Ze weten ze vaak niet eens liggen. Ook het omgekeerde is het geval. Dat merk ik alvast bij de eerste pogingen om deze grenzen te doorbreken.

Maar ook het personeel praat blijkbaar niet met elkaar. Dat maak ik toch op uit het volgende: als ik in het dagcentrum wijs op een medische fout in het rusthuis, is de reactie van een begeleidster: “Daar hebben wij niets mee te maken.”

  1. Enkele suggesties om grenzen te doorbreken.
    1. Organiseer een opendeurdag voor de bewoners van het rusthuis en de assistentiewoningen en voor de gasten van het dagcentrum.
    2. Zorg voor veel meer grensoverschrijdende animatie. Waarom zou je niet alle activiteiten aan alle bewoners en gasten van alle afdelingen. Bied er eventueel twee tegelijk aan en laat hen kiezen.
      Dat vraagt natuurlijk wel meer overleg tussen de animatieteams en misschien wringt daar wel het schoentje.

Terug thuis in Leuven

Dit Spinsel draag ik op aan al mijn Leuvense vrienden.

Nu bijna twee maanden geleden ben ik weer in Leuven gearriveerd en ik heb nog nooit ze een heerlijk gevoel van thuiskomen gehad als de voorgaande weken. Eén ding is nu wel duidelijk geworden: ik hoor thuis in Leuven en nergens anders. Wie er ook maar aan denkt mij elders te kunnen verplanten, bewijst dat hij of zij me nog niet echt kent. Mij overplaatsen naar een andere plaats komt neer op spirituele euthanasie en is te vergelijken met het isoleren van de melaatsen op het schiereiland Kalaupapa op Molokai (zoek dat maar eens op).

Habitués van deze Spinsels – en ik heb nog maar eens mogen ervaren dat die groep groter is dan ik me kon voorstellen – weten dat mijn toekomstplannen een perfecte barometer zijn voor mijn gemoedstoestand. Uit de volgende paragrafen zal snel blijken dat ik effectief in goede doen ben: ik heb plannen in overvloed. Ik hoop alleen dat anderen geen roet in het eten komen gooien want zeker voor enkele plannen ben ik ook afhankelijk van de samenwerking met anderen. Overeenkomstig met wat ik eerder schreef, ga ik uit van de goede wil van de andere.

Voor het verdere verloop verwacht ik zeer veel van drie contacten die ik in de loop van de volgende weken hoop te kunnen leggen. Zij zullen mee bepalen wat kan en niet kan.

Vooreerst hoop ik (eindelijk) contact te kunnen leggen met het animatieteam van Dijlehof want ik hoop ook voor mijn tijdelijke buren iets te kunnen doen. Een virtuele rondleiding en/of een Ken-Uw-Stad-Quiz behoren zeker tot de mogelijkheden maar ik hoop vooral dat ze willen meewerken aan mijn project rond toegankelijkheid. Hun bijdrage zou eruit bestaan dat ze de trajecten zouden willen uitproberen die ik heb uitgestippeld. Gebaseerd op hun feedback wil ik komen tot een kaart waarop de toegankelijkheid van de Leuvense straten kan afgelezen worden.

In dit project zou ik de link kunnen leggen tussen mijn huidige situatie en mijn achtergrond als stadsgids, iets wat alleen in Leuven mogelijk is. Dit is dan ook het eerste onderwerp van mijn tweede essentiële contact, dat met Jo Celis. Jo is mijn geprefereerde contact met het bestuur van Leuven+. De gidsen hebben mij ondertussen al ruimschoots terug in hun kring opgenomen. Het bestuur is blijkbaar moeilijker bereikbaar maar met Jo als tussenpersoon moet dat zeker ook lukken.

Naast het bovenvermelde project rond toegankelijkheid heb ik nog enkele projecten die ik graag zou realiseren samen met enthousiaste collega’s gidsen, een paar oudere ideeëen en een paar nieuwe.

  • Ik zou het verlies van onze bibliotheek in het gidsenhuis graag willen doen vergeten door de uitbouw van een digitale bibliotheek.
  • Ik wil eindelijk werk maken van een oude droom: een actuele universiteitswandeling die niet eindigt in 1968 maar wel in de eenentwintigste eeuw.
  • Ik wil mijn afwezigheid als gids op straat compenseren door te werken aan andere vormen om onze geliefde stad te tonen aan de wereld: virtuele rondleidingen, stadsspelen, Ken-Uw-Stad-Quizzen, …
  • Ten slotte wil ik ook werk maken van een wandeling op maat van Parkinsonpatiënten. Deze Parkieswandeling kan over elk onderwerp gaan. Niet de inhoud moet aangepast worden maar de methodes.

Jo, wij hebben dus meer dan voldoende stof tot nadenken. Ik zou deze ideeën graag met jou eens aftoetsen. Beschouw dit spinsel gerust als een extra uitnodiging.

Ten slotte wil ik graag eens langsgaan op het secretariaat van de Vlaamse Parkinsonliga om ook die samenwerking eens deftig op de rails te zetten.

Meer dan plannen genoeg dus en voldoende energie om eraan te beginnen: voor wie er nog moest aan twijfelen. Ik zit weer goed in mijn vel.